De stamvader van de Belgravers, die zeer actief waren als bouwers in de stad, was Poppe Hindriks Belgraver (1784-1836), die kastemakersknecht was buiten de Herepoort. Hij en z’n echtgenote Klaaske Brugmans kregen negen kinderen. De naar zijn opa van moeders zijde genoemde Piebe, geboren in 1811, werd timmerman en de man van z’n zus Aaltje, Ruurd Bosman, scheepstimmerman. Bosman bouwde vermoedelijk met z’n zwager Grote Rozenstraat 54-70 (zie daar). Piebe trouwde in 1835 met Annegien van der Molen en zij kregen acht kinderen. Hun oudste zoon, Poppe (geb. 1840) werd metselaar in de stad. De volgende zoon, het vijfde kind, Lukas vertrok naar Rotterdam en overleed daar jong. Het meest van zich deden spreken de twee jongste kinderen, Piebe jr. (geboren 1854) en Geert (geboren 1857).

Piebe jr. en Geert Belgraver werden geboren en groeiden op in de Oosterpoortbuurt, voornamelijk in de Oliemolensteeg (nu Oliemulderstraat). De broers leerden het bouwvak van hun vader. In 1878-’79, toen vader Belgraver al zes jaar dood was, bouwden de broers voor het eerst zelf een aantal ‘woonkamers’. Drie jaar later werd Piebe zelfstandig bouwer. Hij bouwde aanvankelijk vooral in de Noorderplantsoenbuurt, later her en der in de stad. Veel kleine huisjes, beneden- en bovenwoningen, maar ook herenhuizen en villa’s. Zijn activiteiten in de ‘Niewe Stadt’ waren echter beperkt. Hij bouwde alleen Marktstraat 6-8-10 (1898) en Nieuwe Kerkhof NZ 38-40 (1903). In het begin van de eeuw was hij steeds gemiddeld de vijfde Groninger op de lijst van de ‘hoogstaangeslagenen in de Rijks- directe belastingen’. Zijn bezit stopte hij in 1912 in NV Belgraver’s Bouwmaatschappij (kijk hier voor meer informatie over hem). 

Na de dood van Piebe Belgraver werd het ‘Gruno’s Grondbezit’ (Nieuwsblad van het Noorden, 14-6-1917)

Geerts activiteiten begonnen in 1882 samen met zijn broer Piebe met de aankoop van bouwterreinen ‘buiten de Boteringepoort’ (latere Noorderplantsoenbuurt) (kadaster art. 12009). Geert trouwde in 1886 met zijn volle nicht Antje, dochter van genoemde Aaltje en Ruurd Bosman. Zij kregen zes kinderen, waarvan niemand uiteindelijk in de stad bleef. Geert was aanvankelijk metselaar, maar noemde zich spoedig ‘bouwondernemer’. In 1888 kocht hij z’n eerste panden, in de Oosterpoort en ook Zoutstraat 23. Net als zijn broer bouwde Geert ook op veel plekken, waaronder in de Noorderplantsoenbuurt en de ‘Niewe Stadt’. In 1889 kocht hij Grote Leliestraat 115, dat hij toen herbouwde. Vanaf 1892 bouwde Geert steeds meer, zoals in ’94 aan de Grote Rozenstraat een beneden- en bovenwoning op de plek van de latere Chr. HBS. Hij bouwde verder aan de Grote Appelstraat, o.a. de inmiddels afgebroken nrs. 2-6, en in 1904 Zoutstraat 24 en 26. Verder bezat  hij alleen of met anderen ook meerdere panden in de wijk.

Geert Belgraver woonde met z’n gezin aanvankelijk aan de Grachtstraat en na aankoop en herbouw in 1896 in Bloemstraat 10. Hij overleed ‘na een langdurig doch geduldig lijden’ op 57-jarige leeftijd in 1914. Na zijn overlijden verhuisde z’n weduwe naar Nieuwe Boteringestraat 30/1.

Nieuwsblad van het Noorden, 2-5-1914