Verklaring van de straatnamen:

Ossenmarkt: Begin 1621 wordt het rondeel voor Oude Boteringepoort geslecht en direct darna wordt de Ossenmarkt aangelegd. De aanvankelijke naam is de ‘Nije Merckt’. Op 18 maart 1626 wordt het plein ‘tot een beestenmarkt geapproprieert’, waarmee het Ossenmarkt wordt. Het duurt dan nog wel vier jaar voor het ook als zodanig in gebruik wordt genomen. Eén keer per jaar worden hier, tijdens de jaarmarkt, beesten verhandeld. De Ossenmarkt is het eerste deel van de wijk waar de ‘vlinten’ worden vervangen. In 1682 is eerst de rijbaan van de brug naar de Nieuwe Boteringestraat aan de beurt, waarbij aan weerszijden bomen worden geplant. In 1726 is de oostzijde van de Ossenmarkt geplaveid met bakstenen.

Guyotplein: De westzijde van de Ossenmarkt is in 1754 tot ‘cieraat’ van de stad met bomen beplant. Sedertdien stond dit gedeelte van de markt bekend als de Beplante Ossenmarkt, in tegenstelling tot het oostelijke deel, dat wel voorkomt als de ‘gevloerde’ Ossenmarkt. Wel bleef de Beplante Ossenmarkt als veemarkt in gebruik, maar nadat in 1829 tot eer van de Waalse predikant Henri Daniel Guyot op het midden van het plein, aan de noordzijde waaraan het door hem gestichte Instituut voor Doofstommen was gevestigd, het nog steeds aanwezige monument was opgericht, werd de verkoop van vee geconcentreerd op de ‘bevloerde’ Ossenmarkt. De Beplante Ossenmarkt kreeg in 1890 bij gelegenheid van het honderdjarig bestaan van het Instituut voor Doofstommen de naam Guyotplein.

Lopendediep: De naam Lopendediep geldt aanvankelijk voor de hele verbindingsgracht tussen het Reitdiep en Schuitendiep. De naam verwijst naar de getijden (het ‘lopen’ of op en neer gaan van het water) die hier merkbaar zijn totdat sluizen bij Zoutkamp dit voorkomen.

Het Guyot-monument: Na de dood van Guyot is in 1829 midden op het plein een monument voor hem opgericht. Deze erezuil – vol symbolen die verwijzen naar het overlijden van Guyot en de dood in het algemeen – is mogelijk de oudste in zijn soort van Nederland. De trotse ontwerpers van de gedenkzuil – de Amsterdammers Charles en zoon Jean François Sigault – laten ter gelegenheid van de inwijding een prent maken. In de fundering zit een met lood omkleed houten kistje gemetseld, met daarin prenten en tekeningen van het ontwerp.

Bewoners/ eigenaren Ossenmarkt, Guyotplein-Lopende Diep NZ

Ossenmarkt nr. 1

Nr. 1 hoort bij Nw. Boteringestraat 1 (zie daar voor eigenaren,  F390): (tot 1822: G 255, 1822-’99: N236)

Bewoners:

1805-’06: T. Wilkens;

1822: L. Kasemir;

1851-1865: B. G. Rinsma (apoth.) Zie boek Groningen op recept: p. 166

BR 1870: Jacob Leonard Alexander van Haeften (*1831) x Agatha Anna Koolhaas + zn; vanaf nov 1870: Willem Ernst v. Till (*1836; controleur) x G.H.P. van Hoogenhuijze (*1847) + 4 knd;

N236a: 1822 (boven) wed. D. Wilkens;

1870: Wilius Hendrik de Savornin Lohman (*1842) + 2 zusters F.L.W.M (*1835) en F.J.H (*1840); vanaf 1-8-1878: Friedrich Julius Peter v. Calcar (*1840 Bonn; hoogleraar) x Ottilia Magdalena Bertha Eberg

Ossenmarkt nr. 2

(tot 1822: G 256, 1822-’99: N 237, incl. 237a): F389, later F1310, F2521

1805-’06: S.J. Niehoff en vr.; 1822: A.C. Meijer, insp. Kadaster;

1832 (art.1509): prof. Barthold Hindrik Lulofs

1850 (art.5369): Thomas Adrianus Romein (pred.)

BR: 1850: Johanna Jacoba Clara Hanegraff (*1796) + 4 knd Lulofs; vanaf 10-3-1855: Johannes Jacobus Cornelis Mascheck (*1785; gepens. Kolonel) x Henriette Adreana Niessen = 4 knd;

1868 (art.8808): Tjadina Stheeman, wed. Th.A. Romein

BR: 1870: Tjadina Stheeman (*1810) + 3 knd Romein

1877 (art.10142): Henderikus Meijer en A.C.M. Stokhorst/ Engelina Telea Meijer (X Roelof Boekhoudt) en Roelof Pieter Boekhoudt en div. knd. Meijer (?)

1877 (art.10820): Arend Veldman en Henderikus Meijer

BR: 1886: A. Veldman; N237a: wed. J.C.W. Rutgers-Coenen (wed van C.P.L. Rutgers)

1907 (art.18809): NV Eerste Ned. Verzekering Mij op het Leven en tegen Invaliditeit (Den Haag en Hereplein 3)

1926 (art.28768): Tjitte de Jong (adv.proc.) en Derk Nicolaas Breukelaar (adv.proc.)

1938 (art.29036): Coop. Spaar- en Voorschotbank Boaz, (Nw. Boteringestr.1). In 1945 gesloopt, in 1947 verenigd met nr. 1 tot F2817

(zie verder bij eigenaren Nw. Boteringestr. 1). In 1952-’54 gebouwd i.o.v. W. Bakker Hzn.(arch. F. Klein)

Ossenmarkt nr. 3 en 4

Nr. 3 en 4 koetshuis en linker deel Sichtermanhuis: (tot 1822: G 257, 1822-’99: N 238): F388, later F1747, later F2593 en 2594

– IIIx 7 fol.6 – 11 februari 1624 – Harmen Berentz Snell en Wemeltien (ehel.) verkopen aan Erens Erenst Zuhm Uff Uselitz jonker en erfgezeten en de edele juffrou Catarina van Camminga (ehel.) een behuizing ant nije Marcket tusschen Bottringe ende Ebdingestraten. Tevens wordt verkocht de grond van een huisplaats, breed 5 roeden en 8 1⁄2 roeden lang. Welke huisplaats door Harmen en Wemeltien is gekocht van B. en R., waarop de verkochte behuizing is getimmerd. Tevens verkocht het hof ten noorden, achter de behuizing, aan de westzijde is nog lege onbetimmerde grond. Ten noorden de jufferen[!] Evert en Anna Clantz, ten oosten Geert Schaffer (=nr. 5), ten zuiden het Nije Marcket, ten westen de stadsgrond.

Stadsmonumentbordtekst:

De baronnen Inn en Kniphuizen, die tot 1718 Ossenmarkt 4 bezaten, pasten goed in dit beeld. En ook Enno Polman, Heer van Godlinze, die ‘voor hem selfs en wegens sijn Hoog welgeb. etc. etc. minderjarige Dochter’ op een ‘achtermiddags’ in mei het bezit van hen overnam, had geen moeite de benodigde 4300 carolus guldens op tafel te leggen. Hij verwierf daarmee niet alleen het huis maar ook een ‘wagenhuis en stallinge, hof en de kamers in de Kerckstraat daerachter’. Echt ‘Gouden eeuws’ werd het echter pas in 1750, toen de oud-koloniaal Jan Albert Sichterman dit alles en het kleinere huis op nummer 3 liet vervangen door de huidige bebouwing.

Sichterman, die in 1692 in Groningen werd geboren, stond aanvankelijk in navolging van zijn vader een militaire carrière voor ogen. Nadat hij echter per abuis bij een duel een wapenbroeder had doorboord, leek het hem beter zijn biezen te pakken. Hij vluchtte naar Indië, waar hij met open armen werd ontvangen door de Verenigde Oostindische Compagnie. Spoedig werd hij naar Bengalen (Bangladesh) gezonden, waar zijn verbintenis met de dochter van de regionale onderdirecteur hem geen windeieren legde. In 1734 werd Sichterman er directeur van de V.O.C. en de jaren die nu volgden maakten hem schatrijk. Hij keerde in 1745 in Groningen terug en gaf opdracht tot de bouw van, wat een Lübeckse pastor in 1755 noemde, ‘een paleis, dat alleen al een bezoek aan Groningen waard was’. Voor de ‘Bengaalse Sichterman’ zelf had het allemaal overigens nog wel wat ‘rijker’ gemogen.

Sichterman gedroeg zich als een vorst en liet zich door uitheems personeel rondrijden in een met zes paarden bespannen vergulde karos en wierp vanuit zijn huis geldstukken naar het toegestroomde volk. Bij zijn dood in 1764 bleek hij echter op een wat al te ruime voet te hebben geleefd, zodat een deel van de kolossale inboedel geveild moest worden. Onder de 404 aangeboden schilderijen bevonden zich werken van Frans Hals, Rubens en Rembrandt, die soms voor slechts enkele guldens weggingen. In 1770 werd ook het huis verkocht. Het werd gesplitst en nog door vele vooraanstaande Groningers bewoond tot het in deze eeuw toonzaal en nog later Hoofdbureau van Politie werd. In 1977 kwam het in verval geraakte pand weer in particuliere handen en volgde restauratie.

1770:

1805-’06:L Iz. Busch; 1822: prof. A. IJpei;

1832 (art.1491): Emmanuel Changer Longueville (koopman in Parijs) (ook eigenaar van achtergelegen panden Nw. Kerkhof: F385 tm 387)

1834 (art.3252): Charles Joseph Gaspard van Baerle (kapitein)

1840 (art.2362): barones Christina Helena Geertruida thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg (Jhr. Wicher van Swinderen)

1850: Christina Helena Geertruida thoe Schwartzen- en Hohenlandsberg (*1802) + 2 knd: Anna Adriana (*1829) en Quirina Jacoba Johanna van Swinderen (*1830)+ Oncko van S (student), Johan Sikko van S (student);

1854 (art.4687): Mr. Willem de Sitter (adv.)

1862 (art.7441): 5 knd de Sitter, w.o. Johan (rechter)

BR 1870: Willem de Sitter (*1820-+1889) + vr +_ knd; 1886 idem: W. de Sitter; Catharina L. de Sitter

1894 (art. 14965): Klaas Bossien cs (Jeltje Afman en Abeldina Prins, eig.Nw. Kerkhof 2)/ Bernardus Hermannus van Munster (graanh.). Dan scheiding F1746 en 1747

1894 (art.13325): Bernardus Hermannus van Munster (graanh.)

1927 (art.28385): Henderika Margaretha Schlichting (x Willem Antoon Schrandt) en Johannes Stinissen (koopman)

In 1928 splitsing: F2593 (vm koetshuis, nr. 3), F2594: huis nr. 4

F2593: 1928 (art28105): Johannes Stinissen (koopman)

F2594: 1928 (art.28286): Henderika Margaretha Schlichting (x Willem Antoon Schrandt)

In 1942 beiden verkocht aan art.21055: De Staat (Justitie): politiebureau

1949 (art.30600): gem. Groningen

1977 (art.58795= F2593): gem. Groningen/1984: Edsko Jan Hekman (bouwpromotor; Sellingen)

1977 (art.58531= F2594): gem. Groningen/ 1984: Geertruida Johanna Elisabeth Conijn X Doeko Bosscher (Ossenmarkt 4)

Ossenmarkt nr. 4

(tot 1822: G 258, 1822-’99: N 239): F383, zie ook Nw. Kerkhof F384/ later F2794

Zie boven

1770:

1794: Izaak Jans van Delden

1805-‘06/1822: Iz. van Delden;

1832 (art.501): Jan van Delden (rentenier)

1838 (art.2076): Ludovicus (Louis) de San (koopman)

1838 (art3593): Jhr. Onco Q.J.J. van Swinderen + 3 knd (Onco Q, Petrus J en Jeanne Agatha); 1870 idem;

1873 (art.9959): Petrus Johannes van Swinderen

1880 (BR): Petrus Johannes van Swinderen X C.W.I. van Imhoff + knd + personeel. Ze vertrekken nov. ’88 naar Assen

1890 (BR): Johannes Nicolaas Anthon Bucaille (*1840 Java, Burgemeester) x Charlotte Elisabeth van Alphen (*1846) + 2 dch en 1 zn +personeel. Ze vertrekken mei 1894 naar Rheden

1900 (art.13797): Edzard Tjarda van Starkenborgh Stachouwer (adv-notaris, later burg.m)

1917 (art.19221): Eesge Folkert Bosma (handelaar)

1938 (art.33113): Albert Jan Marinus Holmer (vrouwenarts)

1942 (art.21055): De Staat (Justitie) (politiebureau)

1949 (art.30600): gem. Groningen (politiebureau)

1977 (art.58803): gem. Groningen/ 1984: Martin Rudolf Halie (*1933) (internist)

Ossenmarkt nr. 5

(tot 1822: G 259, 1822-’99: N 240): F382 zie ook stal+huis Nw. Kerkhof F380 en 381, later F911, F1120

Zie Stadsrekeningen 1623: Gebouwd 1624-1626: Geert Schaffer x Anna Millinga (zie apart dossier)

1644: Prof. Tobias Andreae

Wilhelmus Andreae (+voor 1679) x 1. Johanna Margaretha de Geer (+1680)

1679 (door huwelijk) Louis Trip (1654 Zweden, +1698) x 1679 Johanna Margaretha de Geer (+1680), X2 1682 Christina Trip (1659-1716)

? (i.e.g. 1723): Adriaan Joseph Trip (1686 Warffum- 1748) x1. A.E. Wolthers (+1712), x2. 1714 Johanna Boudina Gales. Deze Trip zorgt voor grote verbouwing met o.a. nieuwe ingangspartij

-1801: Vincent Bernard Trip (+1800)

1801-1805: Lucia Helena van Burmania, douariere Edzard Tjarda van Starkenborg

1805-‘06: Ludolf Tjarda van Starkenborgh (1771-1821) (vanaf 1814 jonkheer)

1822: prof. J.A. Uilkens (+1825);

1825 (art.2332): prof. Sijbrandus Stratingh Ezn

1841 (art.3968): Cornelis Star Busmann (pres.Arr.rechtb.) (Georg Maurits Busmann, Ezinge)

BR 1850: Cornelis Star Busmann (*1800; president) x Anna Margaretha Emmen (*1805) + 8 knd;

1859 (art.6977): Berend van Roijen (burg.m)

BR 1870/ 1886 idem: Berend van Roijen (*1832, advocaat) + vr +knd

1894 (art.15209): Maria Josina Johanna v.d. Hagen de Geep, wed. B. van Roijen/later: Isaac Antonie v. Roijen (burg. Hoogezand), Anna Gesiena v.Roijen (X J.H. Heerspink) en Jeanne Elisabeth v.Roijen (X Jhr. L.F.A. v. Swinderen) (elk 1/3)

1895 (art.15388): Joseph Biegel (kassier)/ later: Henderina Jacoba Schaap, wed. J. Biegel (1/2) en 4 knd. Biegel

1905 (art.18365): Willem Wolter Feith (griffier Kantongerecht) en Geert Groeneveld (huisschilder). Deel wordt afgescheiden in 1906 (zie Nw. Kerkhof 6-7: F2042). Rest wordt F2043

1906 (art.18548): Willem Wolter Feith/ Eduard Polak

1917 (art.19475): Cornelis Arnold van Fenema (dir. Int. Bank v. Zakelijke Waarborg)

1930 (art.29543): Veren. Hendrik de Keijser (A’dam)

Adresb. 1958: P.A. Nierman, bisschop (in ’61: Marktstraat 19)

Ossenmarkt nr. 6

(tot 1822: G 260, 1822-’99: N 241) : F378 zie ook stal F379, later F1976 en 1077, F1875, F2161

Gebouwd 1623. Zie Stadsrekeningen 1623

1623-1656: Johan Fockens x Willemina Alberda

1656-1672: Philips van Dam x Barbara Isebarnts

1672-1720: Helena van Dam x Hieronymus Alberti en jan van Damx Clara Gockinga

1720-1764: Scato Ludolph Gockinga x Sophia de Bringues

1764- 1782: Edzard Reint Alberda van Bijma x Adriana Sophia Gockinga

1782-1819: Scato Ludolph Alberda van Bloemersma x Wendelina Cornera Alberda van Dijksterhuis en menkema

Bewoner 1805-‘06: J.W. Keiser;

1819 (1832: art.1733): Prof Hendrik Nienhuis (adv.) x Maria Cornelia Johanna Vos

1844 (art.4538bis): wed. Tjalling Petrus Tresling en erven

BR 1850: Wilhelmina Lourentia Stratingh (*1810), wed. Tj.P. Tresling + 2 knd Tresling (*1838 en 1842); N241a: Rika van Eerde (+1859 N241; wed. S. Stratingh Ezn)+ 2 knd Stratingh;

1862 (art.7577): Cornelia Sara Kapeijne v.d. Coppello (X Jhr. Alidius Warmoldus Lambertus Tjarda van Starkenborgh Stachouwer, notaris)/ later: Jhr. Alidius Warmoldus Lambertus Tjarda van Starkenborgh Stachouwer (oud-notaris)

BR 1870/1886 idem: Alidius Warmoldus Lambertus Tjarda van Starkenborgh Stachouwer (*1830, notaris) + vr +knd; N 241a: 1870: Wilhelmina Laurentia Stratingh (*1810)

1910 (art.19408): Pieter Switters (steenh.)/ later: Antje v.d.Herberg, wed. P. Switters (1/2) en 5 knd Switters (elk 1/10). Bijbouw in 1913, daarna F2161

1921 (art.24756): Antje v.d. Herberg, wed. Egbert Switters

1942 (art.33136): Jan Oebele Oosterhof (1/2)en Hendrik Jan Hilbert (1/2)

1947 (art.36143): Jan Oebele Oosterhof (A’foort)

1951 (art.37654): Willem Albert Hofman (zenuwarts) (van 1951-’53 verhuurd)

Ossenmarkt nr. 7

(tot 1822: G 277, 1822-’99: N 258, incl. 258a en b) : F356, laterF1030

Rijksmonument; zie:

https://www.archieven.nl/nl/zoeken?mivast=0&mizig=226&miadt=2297&milang=nl&miview=ldt&mizk_alle=102885

1727-?: Petrus Alberthoma (+1761, hooftman)x Catrina Abbring

?-1763: Johan Peter Driessen (predikant) x 1744 Anna Christina Alberthoma en Robertus Alberthoma

1763-1783: Lucas Trip (1713-1783) (burgemeester 1779-’83?, bewindhebber WIC) x 1738 Beerta Sibenius (+1776) (NB Lucas en echtg. woonden eerste jaren van hun huwelijk waarschijnlijk in bij oom op nr. 5, waar eerste 3 knd werden geboren, toen naar Turftorenstraat en in 1763 terug naar Ossenmarkt)

1784-: Ignatius Georg(ius) Matthias Draper (+1794)x Catrina Helmich

1805-’06/1822 Cath. Helmich, wed. Draper;

1832 (art.458): Franciscus Jacobus Johannes Cremers (wethouder)

1846 (art.4849/4850): Epimachus Jacobus Johannes Baptista Cremers (student) (*1823)

1850 (13-314)/1860(13-377): Eppo J.J.B. Cremers (1823-1896), ‘rentenier’+ zus Agnes Wilhelmina Cornelia Henrica C (1820-; in 1855 naar Breda, x J.L. de Grez)+ dienstb. E.J.J.B. Cremers vertrok 13-10-1864 naar Den Haag (werd daar toen minister!);

1865 (art.8087/16158): Hendrik Jan Fenseling (adv.). In 1865 krijgt H.Fenseling vergunning pand te vernieuwen. Bijbouw in 1867, wordt F1030

BR 1886: N258: E. Baehrens; N258a: J.R. Modderman; N258b: wed. J.L.E.M. Caland-Baart de la Faille (wed. van A. Caland) en P.M. Caland

1898 (art.16347): Johannes Siegfried Kraus (assuradeur)

1918 (art.18800): David Polak (dir. likeurstokerij NV C. Polak Czn). NB: Zie Beno’s Stad over Ranja Polak.

Adresb. 1924: D. Polak (dir. likeurstokerij NV C. Polak Czn). Hij wordt 24-3-1932 president-commissaris en verhuist 22-4-1939 naar Den Haag.

Vanaf ’42 in California. Pand dan gevorderd en naar dr. Westerman

1954 (art.39067): Hermanus Johannes Augustus Antonius Maria Frencken (oud-notaris) x M.J.A. Mulkens

1967 (art.46105): NV Nationale Grondtruster A’dam: Accountantskantoor Dechesne, van den Boom en Co

1984 (art.72155): Botiwe Beheer BV Groningen

In gebruik bij Guyot Instituut

Het complex Ossenmarkt 7/ Marktstraat 20, Marktstraat 18 en Marktstraat 16 is van 13-7-1998 tot 2008 in gebruik als Kantongerecht.

Vanaf 1-1-2009: BoutOveres Advocaten

Ossenmarkt nr. 8

(tot 1822: G 278, 1822-’99: N 259) : F355, later F699, F1844

Rijksmonument; Zie:

https://www.archieven.nl/nl/zoeken?mivast=0&mizig=226&miadt=2297&milang=nl&miview=ldt&mizk_alle=102890

1805-‘06: stad. gron./ T & J. Hulshoff; 1822: G. Betger;

voor 1832 (art.378): Buirema (koopman Amsterdam)

1832 (art.2835): Willem Abresch/ wed.

1845 (art.4664): baronesse Anna Maria Louise d’Aulnis de Bourvouill.

Herbouw 1846

1872 (art.9497): Prof. Rudolph Sicco Tjaden Modderman

BR 1886: R.S. Tjaden Modderman

1893 (art.7902): Jannes Schaapschoe Huisinga/ wed. F.C.R. Keizer

1900 (art.16596): Anna Engelina Maria Bensdorp

1911 (art.19679): Abelia Albertine Stheeman, wed. Rhijnvis Feith

1925 (art.27036): Jhr. Mr. Willem Wolter Feith (rechter Arr.rechtb.)/later: Elseline Christina Tijan, wed. Feith (1/2; woont nr.8) en Rhijnvis Feith (1/2, A’dam)

BR: i.e.g. 1945-’61: Jhr. Mr. W.W. Feith

1976 (art.56136): Charles Roelf Hendrik Wildevuur (*1930, chirurg) X Catharina v. Hamersveld

BR: 1977: C.H.R. Wildevuur

Ossenmarkt nr. 9

(tot 1822: G 279, 1822-1899: N 260): F354, later F1149 en erachter 1150, 1886: F1528 en 1529, 1899: F1845, 1901: F1903 en 1904, 1920: F2230

1805-’06: erven wed. M. v.d. Swaagh-Evers;

1822: J.H. Krudop;

1832 (art.1390): Joost Kendrik Krudop (rentenier)

1835 (art.3216): Prof. Petrus van Limburg Brouwer

1840 (art.3875): Ludolp Helperich Eyssonius Wichers (lid Arr. Rechtbank)

1866 (art.7633): Eduard Johan Pieter Jorissen (predikant/boekdrukker): 1870 bijbouw: wordt F 1149 (huis) en 1150 (drukkerij)

1876 (art.10519): Jan van Hettinga Tromp (ontvanger registratie)

1885 (art.6608): Wilhelmus Johannes Klein (houtkooper): 1885 herbouw: wordt F1528 (nr.9) en 1529 (nr. 10)

BR 1886: J.A. Feith

1915 (art.20881): Siegfried Polak, Johanna Wilhelmina Klein en Maria Hemmechina Klein (X Petrus Franciscus Vos). Wordt in 1920 door ‘vereeniging’ F 2230

1928 (art.27855): Siegfried Polak/ later: Rachel Levie, wed. S.Polak (7/9) en 2 dch. Polak (elk 1/9)

1931 (art.30163): Rechel Levie, wed. S. Polak

1938 (art.32792): Prof. Leendert Daniel Eerland (komt 3-2-1938 uit Parée, Ned. Ind., naar gr. Markt 36 en op 25-4 naar Ossenmarkt 9))

1960 (art.876.105): Kon. Inst. Voor Doofstommen

1980 (art.63609): Kon. Inst. voor Doven Guyot

1982 (art.68402): St. Het Groninger Landschap

Ossenmarkt nr. 10

(hoort aanv. bij nr.9) (1822-1899: N 261): later F1529, F1904

In 1885 herbouw i.o.v. W.J. Klein: wordt F1528 (nr.9) en 1529 (nr. 10)

1885 (art.6608): Wilhelmus Johannes Klein/later: Johanna Wilhelmina Klein en Maria Hemmechina Klein (X Petrus Franciscus Vos)

1954 (art.876.98): Kon. Inst. Voor Doofstommen

1980 (art.63609): Kon. Inst. voor Doven Guyot

1984 (art.72046): Gerrit Jacob v.d. Bent (*1948)

Ossenmarkt nr. 11

Zie ook Spilsluizen 17 : F353bis=stal en 353=huis, later F133, F1554 en nr. 11: F 1909, F2721

Oortsema

1828: Berend Edelinck

1832 (art.622): wed. Berend Edelinck

1849 (art.5180/8582): Harmannus Josephus van Munster (korenhandel.)

Herbouw 1867

1900 (art.16969): Garmt Elings

Nieuwbouw a: 11-4-1900: tg.2129-21092 + tek., arch.: K en G Hoekzema (zie Hulpkaart febr.1901)

1919 (art.22638): Douwe Huizinga (arts)/Jacobus Reinradus Mulder

1919 (art.22825): Albert Brans (vervener)

1926 (art.27711): Sam(uel) Boelens (ijzerhandelaar)

nov. ’44-april ‘45: Wehrbezirkskommando Ausland

1952 (art.36396): Jan Huizeling (koopman)

1976 (art.55408): Jeanne Marguérite Huizeling (*1941) (lerares)

nu (?): Hovingh Advies

Nw. Boteringestraat 2

(1822-‘99: M9-9a), hoek Guyotplein: E 150 , later E815, E2973, E3078

– IIIx 7 fol.140v – 14 mei 1625 – Bartholomeus Fraterman, mede namens zijn vrouw Eva Clos, verkoopt aan Wicher Eijßens en Geertien Jullens (ehel.) een behuizing (NB: In IIIx 6 fol.312v – 23 maart 1624 is sprake van de te timmeren behuizing) staande aan de westzijde in die Nije Bottringe straete, up de hoeck van het Nije Marcket, op eigen grond, met nog westwaarts 18 1/4 voet lege eigen grond voor een kamer, staande op eigen grond, zoals Henke van Stade gebruikt. Ten noorden van de behuizing Lubbert Cremer, ten oosten de manh. luitenant Marten Steen, ten zuiden die nije Straete und het Marcket, ten westen verkopers met hun grond. Koopsom: 2200 car.gld.

 1832 (art.584): wed. Lambertus van Duinen (timmerman)

1848 (art.5077): Mr. Izaak (Izaac) Lazarus Schaap (proc., +1869)/later wed. Rebekka Hijmans (+1887) en Mr. Herman Schaap (*1847, proc. en adv.). In 1849 bijbouw, daarna E815

1888 (art.13688): Herman Schaap x Frieda Rippelmeijer; knd: Herbert Paul (*1894), Alieda Marij (*1897)

BR 1890 tm ’20: Willem Jan Drewes Nijhuis (koopman); 1924: C. De Boer-Beukema, mej. A.J. de Boer (onderw.); eind jaren 20- eind jaren 30: Andrea Elkenbracht (piano-lerares) daarna vervallen.

1926 (art.876): ): Inst. voor Doofstommen. Wordt in 1933: E2973. In 1940 herbouw, waarbij het wordt verenigd met E2695 tm 2697= E3075 tm 3077 en E2698 (Nw. Boteringestraat) en E2834 tot E3078, wat in 1943, met E2693, 2694 en 3075 (zie Nw. Boteringestr.) E3100 wordt. Zie verder bij panden Guyotplein 1 tm 4.

Guyotplein nr. 1

(1822-1899: M 9): E 151

sloop 1994, nieuwbouw (arch. Theo Bosch). Bij de officiële opening in 1998 wordt de vier jaar eerder overleden Bosch postuum geëerd.

– IIIx 7 fol.140v – 14 mei 1625 – Bartholomeus Fraterman (zie boven)

1832 (art.2601): Harm Wening (comm.)

1902:  woning Mr. H. Schaap (zie foto 1785-30724)

Adresb. 1924/’26: Mr. H. Schaap, adv. en procureur; Mr. H.P. Schaap, idem (zie boven)

Guyotplein nr. 2

(1822-1899: M 7): E 152

Het zeventiende-eeuwse pand op nummer 2 ondergaat wordt in 1822 afgebroken en vervangen door een nieuw hoofdgebouw voor het ‘Instituut tot Onderwijzing van Dooven en Stommen’

1832 (art. 876): Inst. der/voor Doofstommen

Guyotplein nr. 3

(1822-1899: M 6): E 153

In 1627 verrijst dit pand op kavel van Fraterman en het wordt betrokken door de latere burgemeester Johan Coenders . Eind 1673 gaat het over op Carl Rabenhaupt, die het jaar daarvoor de stad met succes heeft verdedigd tegen de Münsterse ‘Bommen Berend’. Veel is Rabenhaupt niet in zijn huis aan de ‘Beplante Ossemarkt’, zoals het plein dan nog heet. Vanwege zijn functie van drost verblijft hij regelmatig in Drenthe en in 1675 overlijdt de bejaarde militair. Bijna de gehele achttiende eeuw is het huis met de smalle vensters en de topgevel in handen van de voorname, uit Bentheim afkomstige, familie Keiser. Daarna wordt de naam van Guyot verbonden met het pand. In 1807 koopt het ‘Instituut tot Onderwijzing van Dooven en Stommen’ drie panden aan de ‘Beplante Ossemarkt’, nr. 3 en op plaats huidige nummers 2 en 4. Het huidige Guyotplein 3 wordt directeurswoning.

1832 (art. 876): Inst. der/voor Doofstommen

Guyotplein nr. 4

(1822-1899: geen nr.): E 155 , 1844: E 686, 1848: E 811, 1873: E 1433 en daarna onderdeel van groter nr. E2060, E2598, E2834, E3078, E3100, E3171

Oorspronkelijk pand wordt in 1807 gesloopt om plaats te maken voor een schoolgebouw.

1832 (art. 876/2825/876): Inst. der/voor Doofstommen.

in 1844 bijbouw, daarna E686. Wordt in 1848 E 811 wordt. In 1872 herbouw, waarna E 1433 (school & erf) (Zie ook Nw. Kijk in ’t Jatstr.3: E1432 = school & kosthuis en E 1434 =huis & erf).

Vanaf 1949 hoort het kadastraal tot E 3171, Kl. Leliestraat.

1980 (art.63609): Kon. Inst. voor Doven ‘H.D. Guyot’. Wordt bij verkoop E3400:

1985 (art.21055): De Staat (Justitie). Wordt omschreven dan als ‘internaat, erf, tuin, trafo’

Guyotplein nr. 5

(1822-1899: geen nr.): E 3256, 1960: E 3265

Het pand hoort aanvankelijk bij Lopende Diep 1 (zie daar). Na verkoop door Oomkens in 1853 wordt nr.5 schoolgebouw.

1853 (art.5784): Bestuur der Bijzondere school 1e klasse. Bijbouw in 1861, wordt dan E1076 (school en erf) en 1077 (huis en erf) en dan verenigd E1107. Bijbouw in 1883. Worden in 1896 weer gesplitst in E2163 (school en erf) en 2164 (huis en erf).

1905 (art.14619/33705): Vereen. tot bevordering van Chr. lager en meer uitgebreid lager Onderwijs

In 1949 verbouw. In 1958 gecombineerd met tuin E3153 met Nw. Kijk in ’t Jatstraat 1-3 tot E3256. Ingang wordt dan officieel aan Guyotplein 5. In 1959 wordt hele complex E3265

1977 (art.57428): Veren. voor Chr. Onderwijs Groningen (VCOG) (NB Ontstaat per 1-1-1977)

1985 (art.62635): Antonius Henricus Maria Kloos (ondernemer, Gouda)

1989: L.W. van Helden, architectenburo. Hij verandert het voormalig schoolgebouw in kantoor en woning

In 1853 verkoopt de familie Oomkens het perceel E 156 aan het ‘Bestuur der Bijzondere School 1e klasse’. Feitelijk is dit het bestuur van de in 1851 in het leven geroepen ‘Vereeniging voor Christelijk Lager Onderwijs’ (VCLO). Op 14 juni 1852 opent deze vereniging in een gehuurd pand aan de Pelsterstraat de eerste christelijke bewaarschool van de stad. Het volgende jaar kan deze al worden overgebracht naar het eigen pand op de plek van het huidige Guyotplein 5. In 1861 wordt een nieuw pand gebouwd en wordt het perceel kadastraal gesplitst. Het schoolgebouw wordt E 1076, terwijl Lopende diep 1 het nummer E 1077 krijgt. Even worden beide percelen toch weer met één kadastraal nummer getooid, E 1107, maar dan wordt het weer apart en dat blijft nadien zo.

Het schoolgebouw, dan Guyotplein 5,  wordt in 1906 ingrijpend verbouwd naar een ontwerp van de architect(en?) Hoekzema. Het schoolbestuur krijgt een nieuwe naam, ‘Vereeniging tot bevordering van het Christelijk Lager en Meer Uitgebreid Onderwijs te Groningen’. Begin jaren vijftig krijgt de school een andere naam, naar een van de oprichters van de vereniging wordt het de Prof.Dr. J.J. Valentonschool.

Lopendediep nr. 1, incl Guyotplein 5a

(1804: E100, 1813: E93; 1822-1899: M4): E 156, later E 1077, E1107, E2164, E2964, E3246

Eigendom fam. Luppes

i.e.g. 1822 bewoond door Jan Nevels. In 1830 bij publ. veiling gekocht door:

1830 (art.2308): Van Starkenborg (adv.) =jhr. Edzard Tjarda van Starkenborgh Stachouwer (woont vlgs kadaster in Wehe)

1835 (art.1808): Jan Oomkens (boekdrukker)

1846 (art.4723): Agathaäs Omkens Jzn (*1819)

1853 (art.5784): Bestuur der Bijzondere school 1e klasse. Bijbouw in 1861, wordt dan E1076 (school en erf) en 1077 (huis en erf) en dan verenigd E1107. Bijbouw in 1883. Worden in 1896 weer gesplitst in E2163 (school en erf) en 2164 (huis en erf).

1905 (art.14619/33705/576428): Vereeniging voor Christelijk Lager Onderwijs/ later VCOG.

In de loop van 1853 wordt M4 betrokken door ‘schoolhouder’, onderwijzer, Isaac Koolsbergen met z’n gezin. De latere inwonende onderwijzers hebben het adres M 4a, wat meer wijst op de bovenwoning. M4 wordt al voor febr.1854 verhuurd, eerst aan het leger (regiments-kleermakers en een legerofficier) en daarna aan oa. een predikant van de Waalse gemeente. Omstreeks 7 september 1875 verhuist weduwnaar Dirk Huizinga, samen met zijn twee jonge kinderen Jakob (1870) en Johan (1872) van de Oosterstraat naar Lopende Diep 1. Na hun vertrek in 1885 volgen weer diverse andere huurders.

Enno Doedes Lichtenvoort komt als emeritus predikant met zijn vrouw en drie nog in huis wonende dochters op 23 oktober 1896 in Lopende Diep 1. Erg jong zijn die dochters dan al niet meer. Johanna Jacoba is 35, Reina Geziena is 33 en Eva is 29. Ook na het overlijden van hun ouders (Enno Doedes in 1900, Jacoba in 1907) blijven de vrouwen aan het Lopende Diep wonen. Reina trekt op een zeker moment naar Haren, waar zij in 1936 overlijdt. Haar zusjes blijven nog tot 1941 in het ouderlijk huis wonen. Daarna verhuizen de bejaarde vrouwen gezamenlijk naar het katholieke Maria Pension aan de Butjesstraat.

Op 7 juni 1941 meldt de Nieuwe Provinciale Groninger Courant de verhuizing van het kantoor van Mr. S.K. de Waard van Groote Spilsluizen NZ 7 naar ‘Loopende diep 1’. Het is het begin van een periode van zesenvijftig jaar waarin de naam van de Groninger familie De Waard verbonden is met dit pand. Het gaat om mr. Sijtze Klaas (1891-1973), zijn vrouw en vooral de jongste van hun drie zonen, Dirk Jelte, die er tot zijn overlijden in 1997 blijft wonen. Andere huurder van de begane grond wordt binnenhuisarch. J.H. (‘Jan’) Ottevangers (woont 3a, zie daar). Hij huurt 2 kamers – een kantoor en een toonkamer – en een berging, gelegen links van de voordeur. Tbv hem wordt er in 1950-’51 verbouwd: oa het kantoor en de toonkamer worden hierbij samengevoegd en de berging wordt vergroot. Ook wordt er een deurkozijn in de voorgevel aangebracht met een luifel, zodat de zaak nu via een eigen ingang te betreden is. ‘Heropening woninginrichting Jan Ottevangers’ is in april 1951, valt samen met de opening van de nieuwe Kijk in ’t Jatbrug (NvhN 21-4-1951). Pand wordt in 1956 E3246.

1958 (art.40207):  J.E. Wieringa’s Bouwbedrijf. Is dan E3255.

Huurder Ottevangers vertrekt in 1961 (naar pand in Brugstraat)

1962 (art.43154): Kolen en Oliegroothandel H.J. Veeger NV (later BV)

1976 (art.40954): Dirk Jelte de Waard

2000: stichting, Soli Deo Gloria

2004: Martin Blokzijl

Lopendediep nr. 3

(1804: E101; 1813-;1822-1899: M3; 1899: 2): E 157 , 1933: E2965

De geschiedenis van Lopende Diep 3 gaat mogelijk net zo ver terug als die van het buurpand op nummer 1. De kaart van Haubois is ook hier niet erg duidelijk. Het hoekpand met de Nieuwe Kijk in ’t Jatstraat (huidige nummer 7) staat duidelijk afgebeeld en daarnaast staat een dwarshuis (huidige nummer 5). Het smalle nummer 3 is niet te onderscheiden. In de geschiedenis zijn de huidige nummers 5 en 3 lang van dezelfde eigenaar. In 1785 is dit Hindrik Steenhuysen (of Stienhuisen), die twintig jaar eerder ook al nummer 5 in zijn bezit heeft. In het begin van de negentiende eeuw zijn beide panden van de weduwe van de doopsgezinde dominee Hoekstra, Grietje Deknatel. Zij overlijdt in nummer 5 (dan genummerd E 102) in 1814.

1822: Pieter Geenhuizen

1832 (art.419): Sixtus Frederikus ten Cate (doopsgezinde koopman) (woont M3)/later erven

1873 (art.9875): Hendrik Brugmans (+1880)/later wed. Willemina Weg en knd.

1881 (art11886): NV Groninger Rotterdammer Stoombootmaatschappij (‘Hunzebooten’)

Beneden komt het pakhuis in gebruik van de maatschappij, boven wordt een dienstwoning (M3a). Eerst voor ‘walbaas’ Geert Oostinga en vanaf 1906 ‘ladingmeester’ K.L.M. Ram. De directeur van de maatschappij woont aan de overkant van het water.

Het adres wordt in de ‘Hunzebooten-periode’ ook door een aantal andere mensen gebruikt. Zo is volgens een advertentie in het Nieuwsblad van het Noorden W.J. de Vries, Technisch Bureau op Lopende Diep 3 gevestigd, en in 1913 is het tijdelijk adres van mej. Th. Mansholt, directrice Rijkslandbouwhuishoudschool, de Rollecate. In 1942 wordt het adres in de krant omschreven als ‘magazijn met bovenwoning’.

1941 (art..34423): Jacob Deen bierhandelaar

1942 (art.33818): Henderikus Buning (schilder)

1942 (art.34775): Sietse Hielema (koopman)

1942 (art.22056): Johannes Christiaan Jacob Pels Rijcken (hypotheekbewaarder)/ later wed. Jantina Brouwer, Klaas Harm Wigboldus (boekhouder +1931) en 4 knd. Wigboldus

1948 (art.36669): Jantina Brouwer, wed. Klaas Harm Wigboldus

Adresb. 1950: 3. Pakhuis en meubelmakerij ‘Jan Ottevangers’; 3a. J.H. (‘Jan’)Ottevangers (binnenhuisarch.)

1962 (art.43197): Vennootschap onder Firma Gebr. Van Dijken

1969 (art.47590.): Riewing Groothuis (X Hiltje Bangma)

1972 (art.40954): Dirk Jelte de Waard/ executeur-testamentair Andries Bosch

2000: Azuafonds – een aan het Academisch Medisch Centrum gelieerde stichting ter financiële ondersteuning van patiëntenzorg, wetenschappelijk onderzoek en medisch onderwijs.

2002: Barteld Benjamin Hoogakker

2005: Jaap Jan Plas (notaris) X Debby Nederhoed

2009: Boudewijn Willem Brink

Lopendediep nr. 5

(1804: E102; 1813: E94; 1822-1899: M2; 1899: 3): E 158

i.e.g. 1765: Hindrik Steenhuysen (of Stienhuisen),

1822: wed. Tresling

1832 (art. 419): Sixtus Frederikus ten Cate

1873 (art.9874): Andel Sijnco Warmolts ( gepens. Ambt.)(echtg.: Eliza Frances in ’t Veld +1880 en dch. Jemina, +1882, 31 jr oud)

1881 (art.11765): Johannes Bernardus Folkerus Heerspink (em. Pred., 1812-1899) (woont er i.e.g. 1890-1897+ 2 knd.) (echtg. Diddina Haukea Hitjer +1889)

1900 (art.16935): Johanna Margaretha Frederika Heerspink (x ds. Jan Pelinck)/ later Derk Roelfs Mansholt en daarna 4 knd Mansholt (w.o. Theda W.S.) en 2 kleinknd

1922 (art.25498): Hendrika Tonkes, wed. Johan Albert Leopold. Wordt in ’33: E2966

1940 (art.33601): Berend Bosma (x Bouwina Sietske Nienhuis) (woont Koninginnelaan). In 1940 sloop en nieuwbouw. Later E3101

Adresb. 1950: 5. K.W. Boelkens (tandarts) en Tandtechn. Lab. Jac. Appelhof

1976 (art.48876): Klaas Willem Boelkens (tandarts *1912) (x Marianna Adriana Rapis). In 1984 koopt hij app. Nw. Kijk in ’t Jatstraat 1 (onderdeel van VvE, zie daar) en verkoopt Lopende Diep 5 aan zoon:

1984 (art.71742): Tjarco Matthijs Boelkens (tandarts *1952). Hij splitst het pand in 3 appartementen: 5, 5a en 5b.

Lopendediep nr. 7

(incl. Nw. Kijk in ’t Jatstraat 1 tm 1-2) (1804: E103; 1813: E95; 1822-1899: M1; 1899: 4): E 159 , 1938: E 3033

1785 en 1806: L. van Giffen

i.e.g. 1822 (art.1554): Pieter Mees X Lamina Sleutelaar (*1787-+1878) (woont er ook)

1880 (art.5392): Lucas Mees (*1825-+1900, X Friesina Meijer). Herbouw 1880

BR 1880: Hendrik Mees (*1857); BR 1890: Lucas Mees en Friesina Meijer +dienstb.

1900 (art.16961): Friesina Meijer, wed. L. Mees

1903 (art.17730): Menso de Muinck Keizer (pred.)/ later 4 knd. De Muinck Keizer

1930 (art.29878/14619): Vereen. tot bevordering van Chr. Lager en meer uitgebreid Lager Onderwijs. In 1938 gaat de tuin naar E3032, Nw. Kijk in ’t Jatstraat 3 (zie daar). Gebouw wordt E3033

1938 (art..31907): Chr. Coöp. Volksspaarbank ‘Eigen Haard’. Wordt in 1949: E 3154. De sloop begint 1-8-1959  en 19-11-1960 wordt nieuwbouw (arch. Bijlefeld) officieel geopend (zie NvhN 19-11-1960).

1974 (art.53132): Ver. Chr. Spaarbank ‘Eigen Haard’

1978 (art.54581): BV Bouw- en Exploitatie Mij ‘Interbouw’ (A’dam). Splitsing in appartementen

1978 (art.60785): VvE flatgebouw Lopende Diep 7 en Nw. Kijk in ’t Jatstraat I, 1-I en 1-II