Leliestraten in 1971

Verklaring van de straatnamen:

Op 1 mei 1624 wordt bij Raadsbesluit ‘gelastet om de straten in de nije stadt sekere namen te geven’. In het genoemde Raadsbesluit worden die namen niet vermeld, waardoor we af moeten gaan op de eerste kaart waarop ze genoemd staan, die van Haubois. Op diens tweede versie uit 1643-’45, die ondermeer is opgenomen in de stedenatlas van Joan Blaeu (1649), blijkt dat veel namen zijn ontleend aan de oorsprong en het nog groene karakter van de nieuwe uitleg. Dit geldt onder andere voor de ‘Lelien Straet’, zoals de straat op die kaart vermeld staat.

Inhoud verberg
 
Grote Leliestraat, oneven zijde

Grote Leliestraat verdwenen nr.

(tot 1822: F 92, 1822-18?: L 173, daarna Nw. Kijk in ’t Jatstraat L 317, vanaf 1899: nr. 34): E 438, vanaf 1876: onderdeel van E 1663

BR 1822: C. van Halteren (Alteren?)

BR 1830: L 173: Jan ten Brink (45 jr., timmerm.) x Grietje Lamberts (39 jr)

1832 (art. 921): Harko Harkes (bakker, +1840)

1834 (art. 3231): Jan Oeges de Waard (*1812 Grijpskerk, broodbakker, +1872, x 1835: Anna Boerema +1837; x 1843), later wed. Johanna Suidingh (*1815)

1874 (art. 10092): Johanna Suidingh (*1815), wed. Jan Oeges de Waard. In 1876 verenigd met nr… en Nw. Kijk in ’t Jatstr. 34 tot E 1663 (zie verder hieronder)

Grote Leliestraat verdwenen nr.

(tot 1822: F 91, 1822-18?: L 172, daarna Nw. Kijk in ’t Jatstraat L 317, vanaf 1899: nr. 34): E 439, vanaf 1876: onderdeel van E 1663

BR 1822: J. Spies

BR 1830: L 173: Otto Vinkers (34 jr, timmerm.) x Johanna Klein (29 jr) + 2 knd. Vinkers

1832 (art. 921): Harko Harkes (bakker, +1840)

1834 (art. 3231): Jan Oeges de Waard (*1812 Grijpskerk, broodbakker, +1872, x 1835: Anna Boerema +1837; x 1843), later wed. Johanna Suidingh (*1815)

1874 (art. 10092): Johanna Suidingh (*1815), wed. Jan Oeges de Waard. In 1876 verenigd met onderstaande en Nw. Kijk in ’t Jatstr. 34 tot E 1663.

1876 (art. 10603): Johannes Franciscus Koch (bakker) en knd. Koch

In 1880 vernieuwd:

Uit bouwdossier, tg 2129-inv.nr. 17883

 De hoekpanden op een luchtfoto uit 1925

1916 (art. 21327): Antonius Nicolaas Koch (bakker) (woont er)

1919 (art. 22971): Antonius Nicolaas Koch (bakker,+ 1962; woont later nr. 23/8) (1/2) en 7 knd. (elk 1/14)

1957 (art. 40542): Trimus Witwerts (1/2) en Boelo Etske Brouwer (1/2) (aannemers Friesestraatweg). In 1958 klein stukje naar art. 26601 (E 2612).

1959 (art. 36331): Boelo Etske Brouwer (1/2), later wed. Frouwke Glazenborg en 3 knd. Brouwer (elk 1/6). In 1959 samengevoegd tot E 3259 (daarna bouw aan Nw. Kijk in ‘t Jatstraat)

1967 (art. 42938.202): RUG. In 1981 ruilt de RUG met P. Boonstra

1981 (art. 37912.13): Popke Boonstra (*1911, timmerm./aann.)

1981 (art. 52656): Jan Johannes Boonstra (*1947, aann.) (woont Gr. Kruisstr. 12)

Grote Leliestraat nr. 1

(tot 1822: F 90, 1822-’70: L 171, 1870-‘99: L 316): E 440, 1949: E 3175, 1959: onderdeel van E 3259

BR 1822: Andries Derksinga

BR 1830:L 171: Steffen Jans Kost (26 jr, timmerm.) x Maria Elizabeth Hellenberg (24 jr) + Klaas Jans Kost (1 ½)

1832 (art. 1613): Johan Herman Meijer (smit)

1841 (art. 3997): Jan Hoekstra (koopman)

1845 (art. 4630): Pieter Jacobs (boekdrukker)

1852 (art. 5668): Willem Kremer (kleermaker)

BR 1860: Willem Kremer (*1802) x Trientje Jacobs (*1809), verhuizen naar L 177; Arnoldus Cremer (*1829, kleermaker en leedaanzegger, +1864) x Jantien Hoffman (*1825) + Willem (*1852), Anthonie Arnoldus (*1854), Bregchina Jantiena (*1857), Trientje Marchiena (*1860). Verhuizen naar L 141

1861 (art. 7327): Jan Smit (inbrenger in Bank van Leening)

1881 (art. 12027): Hermannus Josephus ten Berge (boekhouder)

1896 (art. 15585): Koenraad Samuel Berkelo (zaakwaarnemer, koopman)

1908 (art. 19020): Fa. H. & B.P. Hazenberg (Harmannus en Bouke Pier Hazenberg, kalkzandfabrikanten en Wolter Beening, timmerm.)

1909 (art. 16270.50): Wolter Beening (timmerm., +1914), later wed. Catharina Meima en knd. Beening

1914 (art. 17249.55): Jacob Oosterhuis (adj.insp., assuradeur Vesta)

1916 (art. 13277.19): Lucas ten Cate (scheepskapitein)

1916 (art. 20842): Pieter Zwaneveld (woont Gr. Leliestr. 75)

Adresb. 1920/’22: wed. H. Heins, breiinrichting

1941 (art. 34657): Folkert Kiestra (zn. van Ebbing Kiestra, +1959)

1943 (art. 35114.9): Meindert Zuidema (makelaar)

1944 (art. 34789): Annes Karssies (schipper, woont nr. 7/2)

1951 (art. 36405): Eildert Orsel (*1894-+1967)

1959 (art. 36331.7): Boelo Etsko (Etske) Brouwer (*1905, aannemer heiwerken, x 1931 Frouwke Glazenborg) (1/2) en 3 knd. Brouwer (elk 1/6). In 1959 samengevoegd tot E 3259 (Nw. Kijk in t Jatstr. 34-36-38), daarna (1960) sloop en stichting.

1967 (art. 42938.204): RUG. In 1981 ruilt de RUG met P. Boonstra 3 huizen, garage en schuur (E 3245) aan Gr. Kruisstr. (zie daar)

1981 (art. 37912.13): Popke Boonstra (*1911, timmerm./aann.)

1981 (art. 52656): Jan Johannes Boonstra (*1947, aann.) (woont Gr. Kruisstr. 12)

 

Grote Leliestraat nr. 3-3a

(tot 1822: F 89, 1822-’70: L 170, 1870-’99: L 315): E 441, 1949: E 3176, 1959: onderdeel van E 3259

BR 1830: Derk Blombergen (60 jr, verwer) + Ferje Derks (40 jr) + 2 knd. Blombergen

1832 (art. 1935): Jan Rasterhoff

1842 (art. 744.9): Poppe Garmers (steenkoper, +1857)

1858 (art. 6693): Gerrit Geerts de Winter (beurtschipper)

BR 1860: Geert Geerts de Winter (*1794, brugwachter) x Trijntje Heidema (*1790) + 2 knd.

1895 (art. 15267): Tunnijs Venema (winkelier, +1912- x Margaretha Noorman). In 1896 herbouw: pakhuis met woning (zie ook Nw. Kijk in ’t Jatstr. 32)

1903 (art. 17640/23334): Arend Kok (steenhouwer, winkelier)

Adresb. 1920: 3. Pakhuis; 3a. J. van Zanten, timmerm.kn.

Adresb. 1922: 3. Pakhuis; 3a. O.J. van Zanten, mag.bed.

1928 (art. 18572): Jacobus Hinderikus Buser sr. (aannemer, +1951) (woont nr. 5) (1/2) en 3 knd (elk 1/6)

1942 (art. 27746.321): Jacobus Hinderikus Buser jr. (*1896, aannemer, +1958, x 1922 Johanna Folkers

1942 (art. 28536.5): Albert Oostland (banketbakker)

1961 (art. 42888): Sipke Oosterhuis (carrosseriebedrijfhouder)

1961 (art. 36331.11): Boelo Etsko (Etske) Brouwer (*1905, aannemer heiwerken, x 1931 Frouwke Glazenborg) (1/2) en 3 knd. Brouwer (elk 1/6). In 1959 samengevoegd tot E 3259 (Nw. Kijk in t Jatstr. 34-36-38).

1967 (art. 42938.205): RUG. In 1981 ruilt de RUG met P. Boonstra 3 huizen, garage en schuur (E 3245) aan Gr. Kruisstr. (zie daar)

1981 (art. 37912.13): Popke Boonstra (*1911, timmerm./aann.)

1981 (art. 52656): Jan Johannes Boonstra (*1947, aann.) (woont Gr. Kruisstr. 12)

Grote Leliestraat nr. 5

(tot 1822: F 88, 1822-’70: L 169, 1870-’99: L 314): E 442, 1872: E 1351, 1875: E 1597, 1949: E 3177

BR 1830: Engeltje Jurjens (40 jr.) + knd. Derk (13 jr), Engelina (9 jr) en Geert (7jr) de Boer

1832 (art. 1817): Johannes Tjeerd Oosterhoff (boekbinder)

1849 (art. 4010): Hinderika Vissenga (naaister,+1856)

1861 (art. 7402): Derkje de Boer (naaister)

1871 (art. 9448): Jacomina van Hoorn, wed. Luitje Reintjes v.d. Meulen (winkeliersche). In 1872-’75 bijbouw, daarna eerst E 1351 en met deel tuin: E 1597

1897 (art. 11215.9): Jelle de Vries (turfschipper)

1906 (art. 18572): Jacobus Hinderikus Buser sr. (aannemer, +1951) (woont nr. 5) (1/2) en 3 knd (elk 1/6)

Adresb. 1920/’22: J.H. Buser, timmerm-aannemer; wed. P.B. Boltjes (in ’20)/ wed. Douwes (in ’22)

1951 (art. 37643): Albertus Grashuis (+1962)

1956 (art. 39480.5): Jantje Loonstra (x Taeke Hiemstra) (wonen er)

1977 (art. 58234): Johannes Fransiscus Koch (*1947, voorman-schilder x Alexia Hermiena Hoogma) (woont Gr. Leliestr. 133B)

Grote Leliestraat – oude nrs. 7 en erachter

Hulpkaart kadaster 1881

(tot 1870: L 168, 1870-: L 313): E443 en 444 (=tuin), 1848: E 443/814/ 813, 1861: E 443/1090, 1873/’74: E 1463 tm 1467, 1540 tm 1543 en 1661, 1880: E 1771 tm 1779, 1969: E 3302 ( 1776 tm 1778), 1989: E 3424 (1772 tm 1775), E 3423 (1771 en 1779)

1832 (art. 649): Egbert van Elmpt (hovenier)

1846 (art. 4838): Roelf Hindriks Meijer (turfschipper). In 1848 in E 444 stichting van E 814 (turfschuur) en 813 (tuin)

1851 (art. 5526): Kornelis Jacobs Niezen (schipper). E 813 en 814 in 1861 verenigd tot E 1090

1872 (art. 9530): Hans Offringa (*1839 Drachten, aannemer, Sappemeer, +1875, x 1869 Beelke Elizabeth Mennes, *1836). In 1873 uit E 443 en 1090 door bijbouw: E 1418 (schuur), 1419 (tuin) en 1420 en 1421 (huizen). Hetzelfde jaar: E 1462 (schuur en erf) en 1463 tm 1467 (huizen). In 1874 uit E 1462: E 1540 tm 1543 (huizen, 1544 (schuur) en 1545 (erf). In 1880 wordt alles verkocht, zie hieronder.

Grote Leliestraat – oude nrs.7, 7a, 7b

( tot 1899: L 313): E 1467, 1880: E 1770, 1949: E 3178

1880 (art. 11534): Louis Salomon Cohen (gisthandelaar)

1903 (art. 13891.6): Johan Hendrik Frans Welbergen (stoffeerder)

1909 (art. 18953): Sophia Dijkman (+1914), wed. Albert Westerhuis (sigarenfabr., +1906), later 5 knd (elk 1/5)

1916 (art. 21081): Dievertje en Johanna Albertina Westerhuis (elk ½)

1919 (art. 14064): Kornelis Schavinga (*1856, banketbakker), vanaf 1920: Arend Klunder

Adresb. 1920: 7 Dames D. en J.A. Westerhuis; 7a. wed. H.E. Janssen; 7b. W. Boerema, Walb. “Hunze”

Adresb. 1922: 7. J. Koops, onderw.; 7a. J. Visser, werkm.; 7b. W. Boerema, Walb. “Hunze”

1941 (art. 34672): Jacob Jan v.d. Riet (bouwkundige) en Jakob Dijkstra (makelaar)

1943 (art. 34200): Johannes Edeler (rijw. Handel., +1967)

1963 (art. 41226.48): Freerk Groeneveld (koopman, +1981) x Klaziena Noorman

1983 (art. 69594.63): Klaziena Noorman (*1920)

 vervolg: zie bij huidige nr. 7, 7A tm D

Grote Leliestraat – oude nr. 7/1a, 7/1b

(tot 1899: L 313/10 = huis en werkpl.): E 1544, 1876: E 1661, 1880: E 1771, 

1880 (art. 10573.34): Georgius Johannes Visser (wafelbakker /zaakwaarnemer/ taxateur, +1894)

1894 (art. 15158.15): Franciska Maria Kalt (*1852 Smilde, wed. Georgius Johannes Visser +1894, x 1903 Gerben Veen)

1908 (art. 18498): Willem Themmen (schilder)

1908 (art. 18977): Lucas Zuidema (* 1876 Zeerijp, koopman, + 1918), later wed. Derktje Hekma en Willem Medema (wagenmaker Godlinze)

Adresb. 1920: 7/1a (a1). E. Horst, koetsier; 7/1b. P. Alt, opperman

Adresb. 1922: 7/1a (a1). A. Smid, stuc.kn.; 7/1b. P. Alt, opperman

1931 (art. 23215.29): Pieter Vleisman (timmerm./aann.) (3/4) en Hendrik Geert Vleisman (*1910,1/4), later Hendrik Geert Vleisman en wed. Rensina Nieboer en 2 dch. (*1938 en ’41)

1975 (art. 55276): Klaas Boskman (ass. makelaar)

1977 (art. 50998): Warmolt Brouwer (*1939, leraar)

1981 (art. 41000. 9262): gem Groningen.

In 1988 ruiling met oa RUG

 
Grote Leliestraat nr. 7, 7A tm D

E 3178

Verbouwd 2019-‘20

 

Grote Leliestraat – oude nr. 7/2

(tot 1899: L 313/9): E 1543, 1880: E 1772

1880 (art. 7368.8): Arie Martens Robbersen (loodgieter, x Jacomina Venhuizen)

1901 (art. 13008.10): ): Harmannus Henderikus van Mal/Malt(h)a (*1844, turfschipper, +1931, x 1873: Alijda Johanna Gillis *1850) (zie Gr. Rozenstraat 6, 8 en 33)

1919 (art. 23215): Pieter Vleisman (timmerm./aann.) (3/4) en Hendrik Geert Vleisman (*1910,1/4), later Hendrik Geert Vleisman en wed. Rensina Nieboer en 2 dch. (*1938 en ’41)

Adresb. 1920/’22: 7/2. J. Prins, kleerm.kn.

1975 (art. 55276): Klaas Boskman (ass. makelaar)

1977 (art. 50998): Warmolt Brouwer (*1939, leraar)

1981 (art. 41000. 9263): gem. Groningen

In 1988 ruiling met oa RUG

Grote Leliestraat – oude nr. 7/3

(tot 1899: L 313/8): E 1542, 1880: E 1773

1880 (art. 10315): Fokke Luitjes Mulder (schipper/later koopman, +1889, x1856), later wed. Annechien Kuipers

1896 (art. 11916): Fokko Cornelis (minderjarige) en Cornelis Harmannus Klaas Mulder (elk ½)

Adresb. 1920/’22: 7/3. F. Stumpe, werkm.

1924 (art. 20547): Pieter Former (schipper, later zonder) en Steven Kruidhof, later wed. Hester Former

1940 (art./ 33627): Eesge Blom (aardappelh., +1951), later wed. Jakobje Noordhoek en nog later Martha Blom (*1907 x J.H. Werkman)/ Enno Mulder (markiezenmaker), later wed. Trijntje Jonkman en Mattheus Mulder (*1915)

1957 (art. 30600.6989/41000): gem. Groningen.

Grote Leliestraat – oude nr. 7/4

 (tot 1899: L 313/7): E 1541, 1880: E 1774

1880 (art. 10315): Fokke Luitjes Mulder (schipper/later koopman, +1889, x1856), later wed. Annechien Kuipers

1896 (art. 11916): Fokko Cornelis (minderjarige) en Cornelis Harmannus Klaas Mulder (elk ½)

Adresb. 1920/’22: 7/4. P. Versteeg, sigarenmaker

1924 (art. 20547): Pieter Former (schipper, later zonder) en Steven Kruidhof, later wed. Hester Former

1940 (art./ 33627): Eesge Blom (aardappelh., +1951), later wed. Jakobje Noordhoek en nog later Martha Blom (*1907 x J.H. Werkman)/ Enno Mulder (markiezenmaker), later wed. Trijntje Jonkman en Mattheus Mulder (*1915)

1957 (art. 30600.6990/41000): gem. Groningen.

Grote Leliestraat – oude nr. 7/5

(tot 1899: L 313/6): E 1540, 1880: E 1775

1880 (art. 8576.28): Jarig Glinde (bediende Inst. v. Doofst., +1890)

1894 (art. 15096/15378.5): Antje Glinde (*1847-+1926, x 1874 Luitje van Sluis, scheepskapitein, later bode)

1904 (art. 17950): Geert Egges Groenewold

1917 (art. 19743): Hemke Scheeringa (*1880 Sebaldeburen, mag.meester, +1927- x 1904 Martha de Vries)

1919 (art. 19521.8): Auke v.d. Ploeg (rijwielhandelaar /grossier), vanaf 1950 Petronella v.d. Ploeg (x Tammo Schuringa)

Adresb. 1920/’22: 7/5. G. Wetsinga, pakhuiskn.

1956 (art. 40193): Jan Bosma (*1911 Nw. Scheemda, koopman, woont Verl. Frederikstr.) en Bontje Wieringa (*1916 Tolbert, werkster, woont er)

1984 (art. 71102): Bontje Wieringa (*1916 Tolbert, woont er)

1984 (art. 41000.10486): gem. Groningen. In 1988 is alles gesloopt. Deel gaat dan naar RUG als parkeerterrein en wordt onderdeel van E 3426

 

Grote Leliestraat – oude nr. 7/6

(tot 1899: L 313/5): E 1463, 1880: E 1776

1880 (art. 10315): Fokke Luitjes Mulder (schipper/later koopman, +1889, x 1856), later wed. Annechien Kuipers

1896 (art. 11916): Fokko Cornelis (minderjarige) en Cornelis Harmannus Klaas Mulder (elk ½)

Adresb. 1920/’22: 7/6. H. v.d. Veen, werkm.

1924 (art. 20547): Pieter Former (schipper, later zonder) en Steven Kruidhof, later wed. Hester Former

1940 (art./ 33627): Eesge Blom (aardappelh., +1951), later wed. Jakobje Noordhoek en nog later Martha Blom (*1907, x J.H. Werkman)/ Enno Mulder (markiezenmaker), later wed. Trijntje Jonkman en Mattheus Mulder (*1915)

1957 (art. 30600.6991/41000): gem. Groningen. In 1962 worden eerste pandjes (7/6 en 7/8) gesloopt

Grote Leliestraat – oude nr. 7/7

(tot 1899: L 313/4): E 1464, 1880: E 1777

1880 (art. 9809): Gerrit de Jonge (*1828, zeepziedersknecht,+1903), later wed. Boukje Moes (1/2) en 2 dch. (elk ¼)

1905 (art. 13535.13): Luitjen Amelsberg (* Bunderhee, D, timmerm. +1923, x Johanna Frederika Hertz), later 4 knd. (elk ¼)

Adresb. 1920/’22: 7/7. Wed. B. Hatsema

1924 (art. 20547.7): Pieter Former (schipper, later zonder) en Steven Kruidhof, later wed. Hester Former

1940 (art./ 33627): Eesge Blom (aardappelh., +1951), later wed. Jakobje Noordhoek en nog later Martha Blom (*1907 x J.H. Werkman)/ Enno Mulder (markiezenmaker), later wed. Trijntje Jonkman en Mattheus Mulder (*1915)

1957 (art. 30600.6992/41000): gem. Groningen. In 1968 nr. 7/7 gesloopt.

Grote Leliestraat – oude nr. 7/8

(tot 1899: L 313/3): E 1465, 1880: E 1778

1880 (art. 10315): Fokke Luitjes Mulder (schipper/later koopman, +1889, x1856), later wed. Annechien Kuipers

1896 (art. 11916): Fokko Cornelis (minderjarige) en Cornelis Harmannus Klaas Mulder (elk ½)

Adresb. 1920/’22: 7/8. B. Schut, werkm.

1924 (art. 20547): Pieter Former (schipper, later zonder) en Steven Kruidhof, later wed. Hester Former

1940 (art./ 33627): Eesge Blom (aardappelh., +1951), later wed. Jakobje Noordhoek en nog later Martha Blom (*1907, x J.H. Werkman)/ Enno Mulder (markiezenmaker), later wed. Trijntje Jonkman en Mattheus Mulder (*1915)

1957 (art. 30600.6993/41000): gem. Groningen. In 1962 worden eerste pandjes (7/6 en 7/8) gesloopt

Grote Leliestraat – oude nr. 7/9

(tot 1899: L 313/2): E 1466, 1880: E 1779, 1988: onderdeel van E 3423

1880 (art.. 10573.22): Georgius Johannes Visser (wafelbakker /zaakwaarnemer/ taxateur, +1894)

1894 (art. 15158.16): Franciska Maria Kalt (*1852 Smilde, wed. Georgius Johannes Visser +1894, x 1903 Gerben Veen)

1908 (art. 18498): Willem Themmen (schilder)

1908 (art. 18977): Lucas Zuidema (* 1876 Zeerijp, koopman, + 1918), later wed. Derktje Hekma en Willem Medema (wagenmaker Godlinze)

Adresb. 1920/’22: 7/9. P. Meertens, tuinmanskn.

1931 (art. 23215.30 later 52): Pieter Vleisman (timmerm./aann.) (3/4) en Hendrik Geert Vleisman (*1910,1/4), later Hendrik Geert Vleisman en wed. Rensina Nieboer en 2 dch. (*1938 en ’41)

1975 (art. 55276): Klaas Boskman (*1917, ass. makelaar Roden)

1976 (art. 56512): Pieter Niek Tromp (*1955) (woont nr. 9)

1983 (art. 69340): Stichting Stadsherstel (p.a. Aweg 13) (zie brochure)

1984 (art. 70859): Antonius Wilhelmus Evers (*1925). In 1988 verenigd met nr.9 tot E 3423 (zie verder daar)

Grote Leliestraat 9 (rechts) tm 19 (links) in 2e helft jaren 80

Grote Leliestraat nr. 9

(tot 1870: L 167, 1870-1899: L 312): E 445, 1864: E 1177, 1949: E 3180, 1988: E 3423

1832 (art. 1604): Hendrik Lofvers Meijer (onderwijzer)

1852 (art. 5686): Jacob Willem Fockens (minderjarige)

1855 (art. 4533): Bastiaan Siewerts Tulp (*1817, winkelier, +1901)

1863 (art. 7790): Harm Riezenkamp (timmerman). In 1864 herbouw, daarna E 1177

BR 1870: L 167/ L 312: Harm Riezenkamp (*1822, timmerm.) X 1846 Eilina  Juster (*1819, Duitsl.)

1903 (art. 17654): Gerrit Swijgman (voerman, +1903), later wed. Geertje Mensinga

1913 (art. 13277.17): Lucas ten Cate (scheepskapitein)

1916 (art. 20938): Geerto Bakker (schipper, kapit.)

1917 (art. 21351): Henderikus Casemirus Smit (kleermaker)

1919 (art. 22497): Henderik Edens Wzn. (*1885, notarisklerk, +1948, x 1908 Roelfje Dooijes) (woont er)

Adresb. 1920: H.C. Smit, kleerm.

Adresb. 1922: H. Edens Wzn, notarisklerk

1943 (art. 35114.6): Meindert Zuidema (makelaar)

1943 (art. 35337): Gerhardus v.d. Tuuk (Oude Pekela)

1944 (art. 35533): Theodorus Henricus Drenth en Bernardus Postema (kooplieden)

1944 (art. 35644): Bernardus Postema (koopman, Veendam)

1947 (art. 36182): Derk Wiltens (schipper)

1952 (art. 37685): Wi(e)cher Kuiper (timmerm.)

1959 (art. 41685): Lena Broekema (*1915, pensionhoudster)

1963 (art. 43755): Hendrina Louise (‘Ineke’) Aussen x Rindert Wytse Keestra

Adresb. 1964: R.W. Keestra; Dr. R.J.G. Ponsen, arts

1968 (art. 46508): Geertruida Nicoline Henselmans (*1944) x Jacob Willem Schurer

1970 (art. 48717): Eleonore Tromp (*19541) (woont er)

1983 (art. 69340): Stichting Stadsherstel (p.a. Aweg 13) (NB Met nr. 7/9 eerste pandje van deze stichting. Zie brochure). Op 23-11-1984 als 1e opgeleverd (zie NvhN 23-11-’84)

1984 (art. 70859): Antonius Wilhelmus Evers (*1925). In 1988 verenigd met 7/9 tot E 3423

Grote Leliestraat – oude nr. 11

(tot 1870: L 166, 1870-1899: L 311): E 446, 1926: E 2721

1832 (art. 2304): Harm Staal (zilversmidsknecht)

1846 (art. 4787): Johannes Henderikus Reisiger (letterzetter)

BR 1870: L 166/ L 311: Johannes Henderikus Reisiger (*1815, letterzetter) x Fenna v.d. Schans (*1813) + 3 knd.

1896 (art. 15696): Jacobus Johannes Reiber (boekdrukker). In 1896 herbouw

1914 (art. 20651): Hindrik Havinga (hoofdbrandwachttimmerman)

1936 (art. 32031): Harm Brekhoff (bankbediende)

1943 (art. 35332): Geert Tekelenburg (cand. deurwaarder)

1950 (art. 37406): Liefke Wiersema, wed. Hendrik Koning

1980 (art. 63721): Jantje Martha Koopman (*1959)

1980 (art. 64277): Harke Koopman (*1932, x Pieterke v.d. Heide) (woont Bedum)

1986 (art. 41000.10420 later 10565): gem. Groningen. In ’88: bouwterrein

 
Grote Leliestraat – oude nr. 13

(tot 1870: L 165, 1870-1899: L 310): E 447, 1949: E 3181

1832 (art. 901): Jan Guiling (wolkammer)

1846 (art. 909.25): Bernhard van der Haar (*1796 Liener, D, kastelein, +1854, eerder getr. met Trijntje Hindriks Leegte, +1830; Engeltje Hulst,+1833, x 1834), later wed. Janna Hindriks Bont

1860 (art. 7048/7486): Albert Andries Meedema (koopman), eerst met anderen daarna alleen

BR 1870: L 165/L 310: Johannes Vos (*1841, meubelmaker) x Wilhelmina Jonker (*1842) + 1 knd.

1870 (art. 9230): Ellegien Zeeman, wed. Albert Andries Meedema (winkeliersche), later Johannes (*1836, aann., x 1871 Ellegien Zeeman) en Eltjo Heiko Limborgh (*1872, predikant) (bezit ook Koorndragersgang, zie daar: nr. 12 e.v.)

1906 (art. 15488.15): Gerrit Brinks (timmerm.-aannemer)

1920 (art. 24041.1): Johannes Boonstra (koopman)

1921 (art. 24991): Rudolf Johannes Böttrich (koopman, pettenmaker) (woont er)

1943 (art. 35114.11): Meindert Zuidema (makelaar)

1944 (art. 31722.11): Stoffer Stienstra (*1891, schipper)

1960 (art. 41856): Pieter Dijkema (fabr.arb.) x Hemke Smit (wonen er)

1962 (art. 43186): Steffen van Dijken (*1936, kantoorbed.) (woont er)

1970 (art. 48458): Wendelmoed Albertine Eggink (*1939, dir.secretaresse)

1974 (art. 53140): Christina Rosalia Agnes Bodewes (*1951, bezigheidstherapeute) (woont er)

1978 (art. 60610): Irene Madeleine Booy (*1952, leerl.verpleegster)

1986 (art. 41000.10406 later 10565): gem. Groningen. In ’88: bouwterrein

 
Grote Leliestraat – oude nr. 15

(tot 1870: L 163, 1870-1899: L 308): E 448, 1950: E 3232

1832 (art. 901): Jan Guiling (wolkammer)

1846 (art. 909.26): Bernhard van der Haar (*1796 Liener, D, kastelein, +1854, eerder getr. met Trijntje Hindriks Leegte, +1830; Engeltje Hulst,+1833, x 1834), later wed. Janna Hindriks Bont

1860 (art. 7048/7486): Albert Andries Meedema (koopman), eerst met anderen daarna alleen

BR 1870: L 163/ L 308: Abraham Harmannus Westerhoff (*1833, klerk) x Trijntje Minkes (*1836) + 2 knd.

1870 (art. 9230): Ellegien Zeeman, wed. Albert Andries Meedema (winkeliersche), later Johannes (*1836, aann., x 1871 Ellegien Zeeman) en Eltjo Heiko Limborgh (*1872, predikant) (bezit ook Koorndragersgang, zie daar nr. 12 e.v.)

1906 (art. 15488.16): Gerrit Brinks (timmerm.-aannemer)

1920 (art. 24041.2): Johannes Boonstra (koopman)

1930 (art. 29683): Jan Kruizenga (turfventer)

1936 (art. 24676.16): Frederik Hendrik de Vries (aannemer; woont Gr. Rozenstr. 26, zie daar) en 4 anderen

1949 (art. 31722.11): Stoffer Stienstra (*1891, schipper)

1963 (art. 30599.14): Garage Century (eerst NV later BV)

1967 (art. 42938.187): RUG

1983 (art. 41000.10035 later 10565): gem. Groningen. In ’88: bouwterrein

 
Grote Leliestraat – oude nr. 17

(tot 1870: L 163/2, 1870-1899: L 307): E 449, 1862: E 1110, 1949: E 3182, 1959: deel van E 3253

1832 (art. 1369): Erven Jakob Hindrik Kreeft

1837 (art. 202.20): Menno Boerma (broodbakker) (bezit veel)

1860 (art. 6199): Oest Geerts Bakker (scheepskapitein). In 1862 bijbouw, daarna E 1110= 2 huizen en erven

BR 1870: L 163-2/ L 307: Sikke Hes (*1830, zeeman) x Grietje Martens (*1828) + 2 knd.

1880 (art. 11608): Petrus Luitje Borgman (onderwijzer)

BR 1890: Petrus Luitje Borgman (onderwijzer) x Zwaantje Brans, knd. oa: Johannes (*1889= dichter)

1897 (art. 13799.17): Nicolaas Hindriks (boekhouder) en knd.

1909 (art. 8241.73): ‘Instelling van Weldadigheid onder de zinspreuk Liefde tot God en onze Evennaasten’, later St. St. Martinus gasthuis

Adresb. 1920: S. v.d. Werff (timmerm.), F. Berghuis (kantoorbed.), H. Bos (journalist), T. Vermaas (kleerm.kn.), H. de Haan (boekh.), F. Aberson (kantoorbed.)

Adresb. 1922: S. v.d. Werff (timmerm.), F. Berghuis (kantoorbed.), H. Bos (journalist), T. Vermaas (kleerm.kn.), M.B. Fanoij (winkelbed.), P. Birza ( handelsreiz.)

1928 (art. 18032.6): Harm Jan Diephuis (bloemist, later brandstoffenhandelaar)

1955 (art. 21498.30): Ver. Chr. Middelbaar Onderwijs (Gr. Rozenstr. 38).

In 1957 sloop en verenigd tot E 3253= bouwterrein, erf en uitweg (zie bij Gr. Rozenstr.)

1979 (art. 42938.358): RUG

1988 (art. 41000.10565): gem. Groningen: bouwterrein

Grote Leliestraat nrs. 11 tm 17

1988: E 3424= bouwterrein, 1992: E 3554  tm 3557

1988 (art. 41000.10565): gem. Groningen: bouwterrein

Gebouwd 1988 door Geerlings Vastgoed BV (arch.: A.A.S.)

Grote Leliestraat nr. 19 (nr. 21 ontbreekt nu) tm 23/9: St. Martinusgasthuis

Grote Leliestraat nrs. 19 en 23/4

(tot 1870: L 162, 1870-1899: L 306, 1899: 19): E 450, 1859: E 1037 (tuin), 1038 en 1039, nu onderdeel van E 3183

1832 (art. 1479): wed. J. van Loenen

1838 (art. 3581): Theodorus Roelofs (agent van policie)

1854 (art. 5969): Sjouktje Jannes Waterberg (*ca. 1814, borstelmakersche, x 1840, +1892), wed. Adolph Louis Kuik (+1849)

1858 (art. 6735): Jan Harms Tunteler (scheepskapitein). In 1859 bijbouw, daarna E 1038 en 1039 (en 1037=tuin)

1874 (art. 10037): Gerrit Knol (*1821, scheepskap., x 1858 Jantje Jonkhoff, x 1868 Derkien de Boer, wed. Jan Andries Poelman, +1904). OP 29-12-1904 publ. veiling door erfgenaam, zoon Poelman)

1904 (art. 8241): ‘Instelling van Weldadigheid onder de zinspreuk Liefde tot God en onze Evennaasten’, later St. St. Martinus gasthuis

Adresb. 1920 i.e.g. tm ‘24: 19. Th. Rademaker

1981 (art. 66000): Martinus Cremers Stichting

1986 (art. 23113): Stichting Groninger Woningbouw Concordia

1993: De Huismeesters

Grote Leliestraat nr. 23/3 en 23/2

E 451, 1854: E 929 en E 928, 1891: E 2053 en 2054, nu E 3184 en 3185

1832 (art. 826): Klaas Groeneveld (rentenier)

1835 (art. 3219): Jurrien Huizinga (tuinier). In 1854 deel (E 929) verkocht aan art. 5833 (Dirk Kalkhuis, optuiger). Dit komt in 1857 terug.

1860 (art. 3219): Jurrien Huizinga (tuinier)

1862 (art. 7630): Margien Meertens (koemelkersche), wed. Jurrien Huizinga

1866 (art. 8241): ‘Instelling van Weldadigheid onder de zinspreuk Liefde tot God en onze Evennaasten’. In 1891-’92 afbraak 3 woningen en herbouw 3 + poort.

Later St. St. Martinus gasthuis

1981 (art. 66000): Martinus Cremers Stichting

1986 (art. 23113): Stichting Groninger Woningbouw Concordia

1993: De Huismeesters

Grote Leliestraat nr. 23/1

E 452, 1870: E 1328, 1891: E 2055, nu E 3186

1832 (art. 826): Klaas Groeneveld (rentenier)

1835 (art. 3219): Jurrien Huizinga (tuinier)

1853 (art. 5833): Dirk Kalkhuis (optuiger) x Anna Huizinga

1857 (art. 3219): Jurrien Huizinga (tuinier)

1862 (art. 7630): Margien Meertens (koemelkersche), wed. Jurrien Huizinga

1866 (art. 8241): ‘Instelling van Weldadigheid onder de zinspreuk Liefde tot God en onze Evennaasten’. In 1870 ontstaan uit E 452 en deel van tuin E 458: E 1328 (huis) en E 1329 (tuin). In 1891-’92 afbraak 3 woningen en herbouw 3 + poort. , later St. St. Martinus gasthuis

1981 (art. 66000): Martinus Cremers Stichting

1986 (art. 23113): Stichting Groninger Woningbouw Concordia

1993: De Huismeesters

Grote Leliestraat nr. 23/5 tm 23/9

E 453=tuin, 1857: E 993, 1870: E 1327, 1877: E 1727 tm 1723, 1891: E 2052 tm 2047, nu onderdeel van E 3183

1832 (art. 826): Klaas Groeneveld (rentenier)

1835 (art. 3219): Jurrien Huizinga (tuinier). In 1857 ontstaan E 992 (=stal) en 993 (=tuin)

1862 (art. 7630): Margien Meertens (koemelkersche), wed. Jurrien Huizinga

1866 (art. 8241): ‘Instelling van Weldadigheid onder de zinspreuk Liefde tot God en onze Evennaasten’. In 1877 bouw van 6 woningen in tuin: E 1727 tm 1723, later St. St. Martinus gasthuis

1981 (art. 66000): Martinus Cremers Stichting

1986 (art. 23113): Stichting Groninger Woningbouw Concordia

1993: De Huismeesters

Grote Leliestraat geen nr.

E 454, 1891: E 2057, nu onderdeel van E 3183

1832 (art. 949): Jacob Hemmes Hebes (deurwaarder)

1832 (art. 135E): Jan van Bergen (timmerm.)

1859 (art. 6992): Klaassien van Bergen

1861 (art. 6697): Gerlof Freerks Waterberg (*1821, schipper, +1873)

1866 (art. 8241): ‘Instelling van Weldadigheid onder de zinspreuk Liefde tot God en onze Evennaasten’. In 1891-‘92 afbraak, daarna poort en tuin=E 2057, later St. St. Martinus gasthuis

1981 (art. 66000): Martinus Cremers Stichting

1986 (art. 23113): Stichting Groninger Woningbouw Concordia

1993: De Huismeesters

Grote Leliestraat nr. 23/10 tm 23/14

(…): E 458 (=tuin), 1870: E 1330 tm 1335

1832 (art. 510): Jan Diemers (koornmeter)

1832 (art. 2954): (erven) Klaas v.d. Weide (sergeant)

1861 (art. 6656): Tammo Riddering (koornmeter)

1866 (art. 8241): ‘Instelling van Weldadigheid onder de zinspreuk Liefde tot God en onze Evennaasten’. In 1869-’70 bouw van 6 woningen op plaats E 457 en in E 458, worden daarna E 1336 (was E 457) en 1330 tm 1335 , later St. St. Martinus gasthuis

1981 (art. 66000): Martinus Cremers Stichting

1986 (art. 23113): Stichting Groninger Woningbouw Concordia

1993: De Huismeesters

Grote Leliestraat nr. 23/16

(tot 1822: F 75, 1822-1870: L 156, 1870-1899: L 280 , 1899-1911: nr. 27): E 457, 1870: E 1336 , 1911: E 2454, nu E 3189

1832 (art. 510): Jan Diemers (koornmeter)

Jan Diemer (*ca 1750 Gieten, +1831 L 156, korenmeter x Grietje Christiaans, + 1821 F 75) heeft in 1800 ‘Nieuw getimmerde Locaal in de Lelien Straat, waar de Schouwburg voorhangt’ (Gr. Ct, 16-9-1800)

1832 (art. 2954): (erven) Klaas v.d. Weide (sergeant)

1861 (art. 6656): Tammo Riddering (koornmeter)

1866 (art. 8241): ‘Instelling van Weldadigheid onder de zinspreuk Liefde tot God en onze Evennaasten’. In 1869-’70 bouw van 6 woningen op plaats E 457 en in E 458, worden daarna E 1336 (was E 457) en 1330 tm 1335.

In 1911 afbraak nrs. 25 en 27 daarna 3 gebouwen 23/16 tm 23/18, later St. St. Martinus gasthuis

1981 (art. 66000): Martinus Cremers Stichting

1986 (art. 23113): Stichting Groninger Woningbouw Concordia

1993: De Huismeesters

Grote Leliestraat nr. 23/17

(1899-1911: nr. 25): E 456, 1891: E 2056, 1911: E 2453, nu E 3188

1832 (art. 44): Jan Jans Assies (schipper)

1841 (art. 4081): Roelf Assies (verwer en glazenmaker)

1877 (art. 8241): ‘Instelling van Weldadigheid onder de zinspreuk Liefde tot God en onze Evennaasten’. In 1911 afbraak nrs. 25 en 27 daarna 3 gebouwen 23/16 tm 23/18, later St. St. Martinus gasthuis

1981 (art. 66000): Martinus Cremers Stichting

1986 (art. 23113): Stichting Groninger Woningbouw Concordia

1993: De Huismeesters

Grote Leliestraat nr. 23/18

E 455, 1911: E 2452, nu E 3187

1832 (art. 949): Jacob Hemmes Hebes (deurwaarder)

1832 (art. 135E): Jan van Bergen (timmerm.)

1859 (art. 6992): Klaassien van Bergen

1861 (art. 4847): Jacob Tak (tabakskerver)

1866 (art. 8241): ‘Instelling van Weldadigheid onder de zinspreuk Liefde tot God en onze Evennaasten’. In 1911 herbouw, daarna E 2452, later St. St. Martinus gasthuis

1981 (art. 66000): Martinus Cremers Stichting

1986 (art. 23113): Stichting Groninger Woningbouw Concordia

1993: De Huismeesters

Stadsmonumentenbord:

‘Liefde tot God en onze Evennaasten’ noemden Groninger rooms-katholieken hun nieuwe instelling van weldadigheid in 1864. De Utrechtse aartsbisschop verleende op 19 oktober van dat jaar hoogstpersoonlijk zijn goedkeuring aan het reglement, dat sprak over katholieke armenverzorging en de stichting van een eigen gasthuis. De instelling kocht enige huisjes aan de Grote Leliestraat en diende in 1869 een aanvraag in voor de bouw van zes woningen op het achterterrein. Nadat de huizen klaar waren, werden ze het Sint Martinusgasthuis gedoopt.

Hoewel er in 1877 nog een blok van zes woningen verrees, duurde het tot 1891-’92 voordat het gasthuis vanaf de straat zichtbaar werd. Na afbraak van enkele aangekochte huisjes werden toen ‘drie woonkamers met een poort’ gebouwd. De symmetrische vorm kreeg het Sint Martinusgasthuis pas in 1911. Na afbraak van twee oude percelen liet het bestuur links van de poort nog drie gebouwen neerzetten, in dezelfde stijl als de al bestaande woningen.

Iedere katholieke man van boven de 55 of vrouwelijke 50-plusser kwam in aanmerking om zich een plaatsje in het gasthuis te kopen. Echtparen waren aanvankelijk voor ƒ 1500 verzekerd van een verzorgde oude dag en alleenstaanden kregen hun vrije inwoning en wekelijkse uitkering voor ƒ 900. Zelfs ongehuwd samenwonen mocht, maar bij onzedelijk gedrag of ordeverstoring trok het bestuur tijdelijk de uitkering in. En was de ‘conventuaal’ onverbeterlijk dan volgde onverbiddelijk verbanning uit het gasthuis.

Met het veranderen van de opvattingen over bejaardenhuisvesting, werd het systeem van inkopen in de jaren zestig vervangen door woning-verhuur.

Na het verhuizen of overlijden van een conventuaal werd zijn of haar plaats ingenomen door een huurder. In 1986 had het gasthuis alleen nog maar huurders en werd het verkocht aan de rooms katholieke woningstichting Concordia, die zorgde voor een grondige renovatie. In 1993 vond een fusie plaats met de woningstichting Concordia tot de woningstichting ‘De Huismeesters’

Bouwjaren:

1869: nr. 23/10 t/m 23/14

1877: nr. 23/5 t/m 23/9

1891: nr. 23/1 t/m 23/3

1911: nr. 23/16 t/m 23/18

1904: nr. 19 en 23/4 gekocht

E 459= tuin achter E 460 tm 464

1832 (art. 1410): Klaas Harkes Kuipers (wagenligger, moesker), zie verder bij E 460 (oude nr. 27)

Grote Leliestraat – oude nr. 25, 25/1 tm 25/7 ( 25/I)

(tot 1870: L 155 en 155-2 tm 8, 1870-1899: L 272 tm 279, 1899-1921: 29 en 29/1 tm 7): E 460, 1866: E 1227, 1869: E 1291 tm 1298, 1874: E 1291 tm 1297 en E 1571-1572 (zie hulpkaart hieronder)

Hulpkaart kadaster uit 1919: In het rode kader de betreffende pandjes (vanaf 1906 en 1922 van het Cremers Gasthuis)

De panden tussen het St. Martinus Gasthuis (rechts) en de gereformeerde scholen (links) in 1925, met o.a. de daken van de huisjes van het Cremers Gasthuis

1832 (art. 962): Enne Heikens (paruikmaker)

1838 (art 909): Bernhard van der Haar (kastelein, later zonder), later wed. Janna Hindriks Bondt en dch.

1856 (art. 135E): Jan van Bergen (timmerm.)

1859 (art. 6992): Klaassien van Bergen

1861 (art. 5276): Jan Hendrik Limborgh (aann.)

1865 (art. 1410): Klaas Harkes Kuipers (wagenligger, moesker) , bezit ook E 459 (=tuin), zie boven

1866 (art. 8359): Hendrik Kuipers (tuinier). In 1866 stichting: E 1225 (tuin), E 1226 (bergpl.) en E 1227 (huis)

1869 (art. 8854): Kornelis Hoekzema (architect). Hij bouwt in 1869 7 kamers erachter en verbouwt huis aan straat, wordt dan E 1291 tm 1298 (zie Hulpkaart). In 1874 wordt F 1298: E 1571 en 1572

BR 1870:

L 155/L 272: Tiemen Heikens (*1844, voerman) x Janna Los (*1842) + knd.

L 155-2/ L 273: Petrus Siersma (*1845, klerk) x Anna Maria Wijchman (*1842)  + dch. Vanaf 1879: Harm Speelman (*1840) x 1879  Grietje de Jonge (*1839)

L 155-3/ L 274: Klaas Heins (*1835, schipper) x Derkien Schuitema (*1835) + 5 knd.

L 155-4/ L 275: Geeske Eekhof v.d. Laan (*1803), Regina Pieters (*1807), Tijtje Jans  Friese (*1785, +1869)

L 155-5/ L 276: ontbreekt

L 155-6/ L 277: Fijbe van Meurs (*1839, timmerm.) x Elsien Abeen (*1842) en tot 1872: Albertus Ennema (*1844, bierhandel.)

L 155-7/ L 278: Roelf Abeen (*1844) x Harmanna Jacoba Neuver (*1841) + zn. en 1 ander

L 155-8/ L 279: Hindericus Schutter (* 1840) x Geessien Mulder (*1834) + zn.

1876 (art. 10106): Jacob Tak (klerk)

1905 (art. 10340/19830): Henderikus Wilhelmus Lameris (schrijnwerker, meubelfabr.) verkoopt E 1291 tm 1297:

1906 (art. 860): Cremers Gasthuis.

Detail van kaartje uit ca. 1906 van Groot Cremersgasthuis met kadasternrs. en huisnrs. tot 1921: 29/1 tm 29/7, en rechts de 3 huizen die vanaf 1922 het Klein Cremersgasthuis vormen

In 1920 ruilt art. 17472= Paroch. Armbestuur der RC gemeente Pausgang met art. 19830 (=Lameris, zie boven) E 1571, 1572, 2024. In 1922 koopt art. 25244: (Klein) Cremers Gasthuis E 1571, 1572 en 2024. In ’23 wordt dit gevoegd bij art. 860.

NB: Officieel vormen vanaf 1906 de huisnrs. 29/1 tm 29/7 (= vanaf 1921: 25/1 tm 25/7) het zogeheten Groot Cremersgasthuis. En vanaf 1922 vormen de huisnummers 25, 25-I en 27 het Klein Cremersgasthuis. Twee katholieke instellingen die aanvankelijk elders in de stad waren gevestigd.

 

Adresb. 1920: nr. 29: W. Busscher, meter-weger

Adresb. 1922: nr. 25: H.H. Leenders

Adresb. 1920/1922: 29/1-25/1: wed. A. Collij; 29/2-25/2: mej. I. Korenhof; 29/3-25/3: mej. A. Zantman; 29/4-25/4: wed. W.N. Heuning; 29/5-25/5: wed. H. Scharpenborg; 29/6-25/6: wed. H. Scheltens; 29/7-25/7: wed. H. Leffers

Adresb. 1940: nr. 25: Gez. A.J. en A. Dioncré; 25/1: wed. J.L. Helmholt; 25/2: wed. A.E. Jansen-Schwartz; 25/3: wed. H. Bos; 25/4: wed. M. Kroeskop; 25/5: wed. H.B. Koning; 25/6: wed. J. Mulder; 25/7: wed. H. Vrieze

Adresb. 1943: nr. 25: wed. T.M. Stege-Wilbrink; 25/1: wed. J.L. Helmholt; 25/2: mej. J.S. Mulder; 25/3: wed. A.H.C. Sleifer-Ruding; 25/4 en 25/5: -; 25/6: wed. C.M. Koning-Weverink; 25/7: wed. H. Vrieze en wed. A.J. Broek-Welbergen

Adresb. 1950: nr. 25: mej. G.H. Rese; 25/1: wed. M.C. Broek-Veenstra; 25/2: mej. J.S. Mulder; 25/3: wed. L. Klären-Moesker; 25/4: F.H. Kingma, handelaar in aardapp.; 25/5 G.J. Prins, coupeur; 25/6: J. Cuperus, schipper; 25/7: wed. I. Klomp-Ruiter

Adresb. 1958: nr. 25: Mw. G.H. Rese; 25/1: T. Bolt, fabr.arb.; 25/2: R.J. Reiweger, meubelm.; 25/3: mw. C.J. Cuperus-Oudt; 25/4: A.H. Lukassen. Petroleumventer; 25/5: mw. H.S. Bijlholt; 25/6: H. Bultena, metaalbewerk.; 25/7: H. Bolt, magaz.bed.

Adresb. 1961: nr. 25: mej. C.M.J.G. Greven, naaister; 25/2: -; 25/4: A. Dillema, hulpmonteur; 25/6 en 25/7: –

Groot Cremersgasthuis (huisnrs. 29/1 tm 29/7, later 25/1 tm 25/7): E 1291 tm 1296 en E 3190 (was E 1297)

In 1961 worden E 1291 tm 1296 en E 3190 (was E 1297) onbewoonbaar verklaard en in ’68 gesloopt, waarna het E 3300=erf wordt. Dit gaat in 1981 over van art. 860 (zie boven) naar art. 63601= Cremers Gasthuis. In hetzelfde jaar gaat dit over naar art. 6600, zie hieronder.

Klein Cremersgasthuis (huisnrs. 25, 25-I, 27): E 1571, 1572 en 2024.

1930 (art. 29640. 1 tm 3): Cremers Gasthuis (de niet Parochiale Instelling van Liefdadigheid). In 1949 veranderen, na verkoop van stukje straat/stoep aan art. 30600 (=gem. Groningen), E 1572 en E 2024 in resp. E 3191 en 3192

1981 (art. 66000. 15 tm 18): Martinus Cremers Stichting. In 1981 ook aankoop E 3300=erf van art. 63601

1981 (art. 41000. 9442 tm 9445): gem. Groningen (E 3191= nr. 25, E 3192= nr. 25/I, E 1571= nr. 27, NB Vermoedelijk zijn 25/I en 27 hier verwisseld, E 3300=erf). Dan sloop en in 1984 verkocht: zie bij nr. 27.

Adresb. 1964: nr. 25: Cremers Gasthuis, mej. C.M.J.G. Greven, naaister; 25/2: -; 25/4: -; 25/6: -; 25/7: –

Adresb. 1968: nr. 25: Cremers Gasthuis

Adresb. 1972: nr. 25: W.A.M. Kempers

In 1978 studentenwoning

Klein Cremersgasthuis, in 1978 gezien van achteren waar eerder het Groot Cremersgasthuis was (foto Martin Zuidema; bron: Stille plekjes achter de poort)

Grote Leliestraat 25 (rechts), 27 en uiterst links toegang tot achtergelegen gebouw (foto Martin Zuidema, 1978)

Grote Leliestraat – oude nr. 27

(tot 1899: L 271, 1899-1921: 31): E 461, 1869: deel van E 1289, 1889: E 2024, 1949: E 3192

1832 (art. 962): Enne Heikens (paruikmaker)

1838 (art 909): Bernhard van der Haar (kastelein, later zonder), later wed. Janna Hindriks Bondt en dch.

1856 (art. 135E): Jan van Bergen (timmerm.)

1859 (art. 6992): Klaassien van Bergen

1861 (art. 4557.20/7560): Gradus Augusto (wever)

1867 (art. 8359): Hendrik Kuipers (tuinier)

1869 (art. 7318/8059): Klaas Harms van der Wal (dagloner, later zolderknecht), later met Kornelis Hoekzema. In 1869 verenigd met E 1026 en 1254 (ligt achter volgende panden) tot E 1289 (huis), rest wordt E 1290 (tuin, zie bij achter nr. 31 tm 35)

1887 (art. 13478): Klaas Harms van der Wal (zonder). In 1889 scheiding in E 2023 (ligt achter nr. 31, zie daar) en 2024 en afzonderlijk verkocht:

1889 (art. 9427.19/16365): Hendrik Dermer (voerman), later samen met 4 anderen (elk 1/5)

1898 (art. 10340/19830): Henderikus Wilhelmus Lameris (schrijnwerker, meubelfabr.)

1906 (art. 860): Cremers Gasthuis. Zie verder bij oude nr. 27

Adresb. 1920 nr. 31/ Adresb. 1922 nr. 27: B. Mulder, Leer. Schoenm. Inst. v. Doofst.

Adresb. 1924: nr. 27: wed. M. Kubbinga, mej. M. Mulder

Adresb. 1933: nr. 27: mej. M. Mulder, wed. P. Laats

Adresb. 1938 tm i.e.g. ‘43: nr. 27: mej. J. Heikens

Adresb. 1950: nr. 27. Mej. C.E. Hogema, naaister

Adresb. 1958: nr. 27: J.L. Ernst

Adresb. 1961-’64: nr. 27: J.L. Ernst, mej. M.A.C. Ernst (hulp huish.), W. Ernst (schipper)

Adresb. 1968: nr. 27: J.L. Ernst, mej. M.A.C. Ernst (hulp huish.)

Adresb. 1972: nr. 27: G. Huizing

In 1978 studentenwoning

Grote Leliestraat nr. 27

1988: E 3420

1984 (art. 70930): gem. Groningen en Trijntje Elisabeth van den Bos (*1944, x Johan van de Beek). In 1984 -’85 gebouwd, door T.E. van den Bos (architect Van de Beek). In 1988 ontstaat uit deel van E 3300, 1571, 3191 en 3192: E 3420

Grote Leliestraat geen nr. (achter nrs. 29 en 31 gelegen)

E 459, 1866: E 1225, 1868: E 1253-1254, 1869: E 1290, 1875: E 1626, 1895: E 2077, 1949: E 3193, nu E 3561

1832 (art. 1410): Klaas Harkes Kuipers (wagenligger, moesker),

1866 (art. 8359): Hendrik Kuipers (tuinier). In 1866 stichting: E 1225 (tuin), E 1226 (bergpl.) en E 1227 (huis). In 1868 in E 1225 stichting van E 1253 (bloemkast), rest dan E 1254 (tuin). In 1869 gaat meeste naar art. 8854 (Kornelis Hoekzema), zie bij oude nr. 27. Tuin E 1290 naar:

1869 (art. 7318.3): Klaas Harms van der Wal (dagloner). In 1875 deel naar art. 7814.29 (=Ruurd Bosman, scheepstimmerm.), zie daarvoor verder bij Gr. Rozenstraat 56-70.

Rest wordt E 1626

1887 (art. 13478): Klaas Harms van der Wal (zonder).

1889 (art. 13969): Hendrik Groenewold (bloemist) en Antje Glinde (x Luitje van Sluis, bode)

1891 (art. 8766.15): Hendrik Groenewold (bloemkweeker). In 1895 verkoopt hij deel aan (art. 11782, zie hieronder) en wordt E 2077. Rest verkoopt hij in 1909 aan art. 18622 (Jacob Hillebrand Groenewold, zie bij Gr. Rozenstraat opude nr. 42) en wordt E 2076

1895 (art. 11782): Johannes Evert Brekhoff, later wed. Jantje v.d. Beek (timmerm., +1907) en David Brekhoff (elk ½).

1921 (art. 20518.4): David Brekhoff (timmerm-aann.) (woont nr. 31)

1938 (art. 32902): Harm Alting (timmerm.). In ’49 verkoop van deel van art. 30600 (=gem. Groningen), daarna E 3193

1954 (art. 36668): Ido Bol (schilder, +1972), later wed. Grietje Heijs (*1900) (woont nr. 31)

Grote Leliestraat 29 (links), 27 en 23 (rechts), omstreeks 1987

Grote Leliestraat nr. 29 (recent ook wel: 31c)

(tot 1899: L 270, 1899-1921: 33): E 462, 1949: E 3194

1832 (art. 962): Enne Heikens (paruikmaker)

1838 (art 909): Bernhard van der Haar (kastelein, later zonder), later wed. Janna Hindriks Bondt en dch.

1856 (art. 2119.67/7142): Lucas Scholtens (kleermaker, later rentenier)

1862 (art. 7641): Lucas Ewolds (klerk, zn. van Lodewijk Ewolds en Martha Scholtens, *1839) en Elisabeth Ewolds (idem, *1837)

1864 (art. 7634.5): Elisabeth Ewolds (idem, *1837)

1878 ((art. 7318): Klaas Harms van der Wal (dagloner)

1885 (art. 12989.3): Pauwel Sluman (schipper) (1/2) en 5 knd (elk 1/10)

1914(art. 20518.4): David Brekhoff (timmerm-aann., +1947) (woont nr. 31)

Adresb. 1920 nr. 33/ Adresb. 1922-’24 nr. 29: mej. P. ter Maat, modiste

Adresb. 1933: nr. 29: mej. A. Tillema

Adresb. 1938 tm i.e.g. ‘40: nr. 29: wed. Geertje v.d. Woude-Takens (+1942)

Adresb. 1943 tm i.e.g. 1961: nr. 29: P.H. Mellema (Pieter Harmannus Mellema + 1961 Noorddijk).

1948 (art. 36367): Harm Brekhoff (bankbeambte). In ’49 verkoop stoep aan art. 30600 (=gem. Groningen), daarna E 3194

1961 (art. 42914): Hendrikje Boers (wed. Jan Meijering) en 4 knd. Meijering

Adresb. 1964: nr. 29: J. Meijering, horlogemaker

Adresb. 1968: L. Bolhuis, ijzerbewerker

1970 (art. 42938.276): RUG

Adresb. 1972: G. Kobes

1981 (art. 41000.9569): gem Groningen

Verbouw door Geerlings Vastgoed BV 1988 (arch.: A.A.S.)

1990: Tienko Bruining (Surhuisterveen)

Grote Leliestraat nr. 31

(tot 1899: L 268, 1899-1921: 35): E 463, 1949: E 3195

1832 (art. 962): Enne Heikens (paruikmaker)

1838 (art 909): Bernhard van der Haar (kastelein, later zonder), later wed. Janna Hindriks Bondt en dch.

1856 (art. 6312): Helena Wijnand

1873 (art. 9477): Mamme Mammes van der Steegh (schipper, x Hinderktje Venema)

1875 (art. 10361): Jacoba van der Steegh (*1851, x 1873 Fredrik Bijlenga,*1853, schipper)

1885 (art. 13071): Johanna Bijlenga (modiste) en Jantje v.d. Woude, wed. Mamme Mammes van der Steegh

1893 (art. 14920): Fredrik Bijlenga en knd. Bijlenga en Mulder

1894 (art. 6705.30): Wilt Hilrichs Hidden (*1816 Norden, kuiper, x 1841 Martha Jakobs Prummel)

1896 (art. 14883.87): Aeisso Mulder (timmerman/aannemer/ bouwkundige) (heeft heel veel bezit; Vertrekt in 1901 naar Geestemünde, Duitsland)

1897 (art. 11782.5): Johannes Evert Brekhoff, later wed. Jantje v.d. Beek (timmerm., +1907) en David Brekhoff (elk ½) (zie ook achter nr. 31 tm 35). In 1897 herbouw

1921 (art. 20518): David Brekhoff (timmerm-aann.) (woont nr. 31)

Adresb. 1920 nr. 35/ Adresb. 1924 tm i.e.g. ‘38 nr. 31: D. Brekhoff, Timm. en Aann.

1938 (art. 32902): Harm Alting (timmerm.). In ’49 verkoop van stoep van art. 30600 (=gem. Groningen), daarna E 3195

Adresb. 1950: nr. 31: Fa. J.B. Alting, timmerm.

1954 (art. 36668): Ido Bol (schilder), later wed. Grietje Heijs (*1900) (woont nr. 31)

Adresb. 1958 tm i.e.g. ’83: nr. 31: I. Bol, schilder (vanaf ’72 wed. Bol-Heys)

1989: Tienko Bruining (Surhuisterveen)

Grote Leliestraat nr. 33

(tot 1899: L 267, 1899-1921: 37): E 464; 1949: E 3196

1832 (art. 962): Enne Heikens (paruikmaker)

1838 (art 909): Bernhard van der Haar (kastelein, later zonder), later wed. Janna Hindriks Bondt en dch.

1856 (art. 667.4): Adamus Ensdorf (* 1795 Utr., metzelaar, +1878, x 1820 Gron.), later wed. Roelfien Wies (*1794, +1884) (zie ook Kl. Leliestraat E 120)

1885 (art. 12960): Anna Geertruidis Crone

1902 (art. 10695):Philippus Hendrikus Crone (goud en zilversmid)

1908 (art. 19052): Gerhardis Anna Volusiana Catharina Crone (+1914, x Gerhardus Josephus Woldring)

1915 (art. 15182.7): Gerhardus Josephus Woldring (kachelfabr.) (1/2) en 3 knd. (elk 1/6)

1916 (art. 21087): Anna Margaretha Woldring. In 1949 deel naar art. 30600 (=gem. Groningen), daarna E 3196

Adresb. 1920 nr. 37: R. Visser, matroos stoomboot

Adresb. 1922 tm i.e.g. ‘40: nr. 33: wed. Karst van der Kaap (+1906)= Hendrikje Kreekel, werkvr. (+1940)

Adresb. 1943 tm i.e.g. ‘58: nr. 33: mej. C.M.J.G. Greven, naaister

1959 (art. 23964): Bernardus Stumpe (houtdraaier) (Woont 35, later 37), later 4/7 met 6 knd. (elk 1/14).

In 1961-’62 huis herbouw en veranderd in werk- en bergplaats

Adresb. 1961: 33. –

1964 (art. 44414): VOF Firma B. Stumpe (Bernardus, *1891; Gerhard Jacobus, *1923, Jacobus Johannes, *1928, de laatste woont dan nr. 37)

Adresb. 1964: 33. S. Oenema

Adresb. 1968: 33. A. Keizer

Adresb. 1972: nr. ontbreekt

Stumpe i.e.g. tm 1991

Bernardus Stumpe wordt in 1891 in de stad geboren als zoon van veehouder Johannes Franciscus Stumpe en Martha Alagonda Boelens. In 1920 trouwt hij met de in 1896 geboren Gebke Katerborg en ze gaan wonen aan de Dijkstraat. Hij is dan al ‘houtbewerker’ van beroep. Ze krijgen zes kinderen, waarvan de 2e en 3e zoon, Gerhard Joacobus (*1923) en Jacobus Johannes (*1928) in hun vaders voetsporen treden.

Het achtergelegen pand nr. 35 (zie hierna), met toegang tussen 33 en 37, koopt Stumpe in 1925, waarna later meer uitbreidingen ter plekke volgen. Op 10-10-1951 wordt een hinderwetvergunning verleend aan B. Stumpe voor ‘inrichting bestemd voor machinale houtbewerking, gelegen tussen de percelen Grote Leliestraat 33 en 37’. Bernardus en zijn vrouw verhuizen later naar de Selwerderstraat, waar zij in 1966 overlijdt.

Grote Leliestraat nr. 35

(tot 1899: L 266, 1899-1921: 39) achtergelegen, met oorspronkelijke toegang tussen nr. 33 en 37: E 465 (huis en tuin), 1906: E 2376, 1943: onderdeel van E 3095, nu E 3587

Jan Angerman ?

1835 (art. 960.16): wed. Gijsbert Heideman (kastemaker, later rentenier)

1847 (art. 4969): Tjerk Los (timmerman)

1879 (art. 8892.41): Geert Versteegh (koopman, schoenmaker). In ’80 bijbouw

1897 (art. 10742.4/ 15888): Johannes Stumpe (koemelker) (NB. Hij bezit van 1877 tot 1903 ook de westelijk gelegen tuin met huis daarin; zie later)

1903 (art. 14697.11): Lucas Kamps en Willem van der Wolde (koemelkers en veehandelaren)

1903 (art. 13700.106/17660.37): Geert Belgraver (metselaar, later ook bouwondernemer), later wed. Antje Bosman (1/2) en 5 knd. (elk 1/10)

1903 (art. 13883.7):Wilhelmus Jacobus Wiardi (huis- en rijtuigschilder)

Adresb. 1920 nr. 39: mej. W. Lantinga, waschvr.

Adresb. 1922-‘24: nr. 35: mej. G. Lantinga, waschvr.

1925 (art. 23964): Bernardus Stumpe (houtdraaier) (woont aanv. nr. 35, later nr. 37). In ’43 samen met E 2375 (nr. 37): E 3095

Adresb. 1933 tm i.e.g. ‘38: nr. 35: B. Stumpe, houtdraaier

Adresb. 1958: 35-37: B Stumpe

Adresb. 1961 e.v.: nr. ontbreekt

1964 (art. 44414): VOF Firma B. Stumpe (Bernardus, *1891; Gerhard Jacobus, *1923, Jacobus Johannes, *1928, woont nr. 37)

i.e.g. tm 1991

Grote Leliestraat nr. 37

(tot 1899: L 265, 1899-1921: 41): E 466; 1906: E 2375; 1908: E 2405; 1943: onderdeel van E 3095; nu E 3586

1832 (art. 1468): Hindrik Johannes Limborgh (scheepstimmerm.)

1848 (art. 5000.10): Willem Carel van Arnhem

1850 (art. 5026/7446): Tijs Wijnstok (scheepskapitein)

1873 (art. 8420): Jan de Jonge (onderwijzer/ hoofd der school), later wed. Ida Ritzema

1905 (art. 18130): Vereen. tot stichting en instandhouding van scholen met de Bijbel op geref. grondslag.

Adresb. 1920 nr. 41/Adresb. 1922 tm i.e.g. ’33 nr. 37: E. Niemeijer, plantsoenw.

1934 (art. 23964): Bernardus Stumpe (houtdraaier) (woont nr. 37). In 1941 sloop en herbouw. In ’43 samen met achterliggende E 2376: E 3095

Adresb. 1938: wed. L. de Groot-Wilschut

Adresb. 1950: B. Stumpe, houtdraaier; G.J. Stumpe, houtdr.; Fa. B. en J. Stumpe, houtdraaierij

Adresb. 1958: 35-37: B Stumpe, houtdraaierij

Adresb. 1961: B. Stumpe, houtdr.; H.W. Stumpe, instrumentm.; J.J. Stumpe, houtdr.

1964 (art. 44414): VOF Firma B. Stumpe (Bernardus, *1891; Gerhard Jacobus, *1923, Jacobus Johannes, *1928, woont nr. 37)

Adresb. 1964 tm i.e.g. ‘72: J.J. Stumpe, houtdr.(x M. van der Laan) (B. Stumpe, houtdraaierij)

i.e.g. tm 1991

Grote Leliestraat – oude nr. 43

(tot 1899: L 264): E 467

1832 (art. 1468): Hindrik Johannes Limborgh (scheepstimmerm.)

1848 (art. 5000.11 en 12): Willem Carel van Arnhem

1850 (art. 5026/7446): Tijs Wijnstok (scheepskapitein)

1873 (art. 8420): Jan de Jonge (onderwijzer/ hoofd der school), later wed. Ida Ritzema

1904 (art. 18130): Vereen. tot stichting en instandhouding van scholen met de Bijbel op geref. grondslag.

Zie verder bij nr. 39-41

Grote Leliestraat – oude nr. 45

(tot 1899: L 263): E 468

1832 (art. 1468): Hindrik Johannes Limborgh (scheepstimmerm.)

1848 (art. 5000.11 en 12): Willem Carel van Arnhem

1850 (art. 5026/7446): Tijs Wijnstok (scheepskapitein)

1873 (art. 8420): Jan de Jonge (onderwijzer/ hoofd der school), later wed. Ida Ritzema

ontbreekt op kaartje 1907

1904 (art. 18130): Vereen. tot stichting en instandhouding van scholen met de Bijbel op geref. grondslag.

Zie verder bij nr. 39-41

Grote Leliestraat – oude nr. 47

(tot 1870: L 146, 1870-’99: L 262): Achtergelegen E 469 en 470 (=tuin), 1863: E 927, 1863: E 1152 (=tuin) en 1153, 1866: E 1209 (=tuin) en 1210, 1892: E 2043 (=tuin) en E 1210

1832 (art. 194): wed. Jacob de Boer

BR 1840: Louize de Molenaar (‘vreemdeling’) met 2 knd.

1840 (art. 1410): Klaas Harkes Kuipers (wagenligger en moesker) (bezit ook tuin E 459)

BR i.e.g. 1841: BR 1850, 1860: Klaas Harkes Kuipers (*1796 Zuidwolde, eerst voerman, 1841 al koemelker) x 1839 Sibigje Gerrits de Vries (* 1801) en knd (NB: 1e kind geboren voor huwelijk L 245). In 1866 is Kuipers veehouder in L 155, daarna vertrek naar Dwingelo

1865 (art. 8076): Joseph Stumpe (koemelker, +1881). In 1866 bijbouw waarbij E 469 wordt vergroot, daarna E 1209 (=tuin) en E 1210

BR 1870: Joseph Stumpe (*1818 veehouder, +1881) (X1838 Helena Catharina Goutier, +..) x 1845 Anna Berents Arends (+) (x 1867 Grietje Kuipers) NB Stumpe is i.e.g. tm 1856 ‘vleeschhouwer”, net als z’n vader Jan S was. Hij verhuist naar T 205.

Adresb. 1872-’73: J. Stumpe, koemelker

1877 (art. 10742): Johannes Stumpe (koemelker). E 1210 wordt in 1892: E 2043

(NB. Hij bezit van 1897 tot 1903 ook de oostelijk gelegen tuin met huis daarin; zie eerder)

Adresb. 1886: J.F. Stumpe, koemelker.

BR 1880/1890/1900: Johannes Franciscus Stumpe (*1849 RK-+1926, veehouder) x 1880 A.M. Boelens (+1883) x 1885 Martha Alagonda Boelens + knd. NB: Broer Bernardus (*1852 veehouder,) woont er in 1880 bij in en vertrekt naar W 136 (+ 1885)

In 1903 vertrekken ze naar Haren.

1903 (art. 15007. 16 en 17): Berend Kremer (smid) en Luitjen Amelsberg(en) (timmerm.)

1903 (art. 17657): Willem ter Veer (koemelker)

1904 (art. 18130): Vereen. tot stichting en instandhouding van scholen met de Bijbel op geref. grondslag.

Zie verder bij nr. 39-41

Detail kaartje uit ca. 1906, waarin wel de sloop van de oude nrs. 45 en 47 is verwerkt, maar nog niet de bouw van huidige nr. 41

Grote Leliestraat nrs. 39- 41

(tot 1921: nr.43): 1906: E 2373, 2374, 1908: E 2404, 1992: E 3558

1904 (art. 18130): Vereen. tot stichting en instandhouding van scholen met de Bijbel op geref. grondslag. In 1904-‘05 sloop E 468 (oude nr. 45) en E 1210 (oude nr. 47) en stichting school (nr. 41).

Nr. 41: Gebouwd 1904-’05, i.o.v. J.C. Wirtz en J. Keuning, Bestuur der Vereen. tot stichting en instandhouding van scholen met de Bijbel op geref. grondslag (arch. IJ. v.d. Veen). In 1906 ontstaan E 2373, 2374 (zie Hulpkaart kadaster)

Hulpkaart kadaster uit 1906 met in blauw de vervallen kadasternummers en in zwart de nieuwe, waarbij E 2373 de gebouwde school (huidige nr. 41)

In 1907-‘08 herbouw E 2374, wordt daarna E 2404.

Nr. 39: Bewaarschool en woning onderwijzeres (er boven). Gebouwd 1907-’08, i.o.v. ds. J. Westerhuis, Bestuur der Vereen. tot stichting en instandhouding van scholen met de Bijbel op geref. grondslag (arch. IJ. v.d. Veen)

Uit boek ‘Niewe Stadt’: In 1904 koopt de ’Vereeniging tot stichting en instandhouding van scholen met de Bijbel op gereformeerde grondslag’ een aantal huisjes aan de Grote Leliestraat en erachter. In opdracht van de bestuursleden J.C. Wirtz en J. Keuning mag de gereformeerde architect Ytzen van der Veen direct aan de slag. In 1907 komt hij opnieuw in actie. Ook aan de straat wordt de oude bebouwing afgebroken en vervangen door het huidige nummer 39. Nu wordt de opdracht van de vereniging verstrekt door dominee J. Westerhuis. Aan de straat komt de bewaarschool en erachter de lagere school. Het hoofd van de school krijgt de woning boven de bewaarschool, 39a.

 Na opheffing van de scholen worden de gebouwen in 1938 verkocht aan de gemeente. Nummer 39a blijft woonhuis. Tijdens de oorlog wordt ook dit schoolgebouw door de bezetter gebruikt. In 1948 krijgt het weer een onderwijsinvulling, wanneer het ‘Centraal Instituut voor Christelijk Sociale Arbeid’ (CICSA) er intrekt, in 1954 gevolgd door de ‘Uitgebreide Technische School’. Op 1 september 1965 begint hier de ‘eerste gemeentelijke technische school ITO’, die het jaar daarop de naam ‘ir. Van Doorenschool’ krijgt. De school vertrekt in 1969 naar een nieuw gebouw. Tot slot wordt het complex tot 1984 een van de dependances van Academie Minerva. In 1987 worden de gebouwen door de gemeente overgedragen aan woningbouwvereniging Concordia.

Adresb. 1924: nr 39. Bijz. School; 39a. J.A. Delhaas, hoofd Bijz. School; nr. 41 ontbreekt

Adresb. 1933: nr 39. Bijz. School; 39a. P. de Zeeuw, hoofd Bijz. School; nr. 41 ontbreekt

Adresb. 1938: 39. Bijz. School; 39a. J. Valk (aanspr.), mej. J. Schaap (verlosk.), wed. A. Porringa-Meijer; nr. 41. Ontbreekt

1938( art.30600.3463/41000.895): gem. Groningen

Adresb. 1940: nr 39. Bijz. School; 39a.-; nrs. 41 en 43 ontbreken

Adresb. 1943: nr. 39. Bijz. School; 39a. A.W. Niemarkt (meubelm.), H. Hoft (onderw. en Frans MO), A. Huls (kantoorbed.)

Adresb. 1950: nr. 39. Gron. School v. Maatsch. Werk Cisca (vanaf 1948)

Adresb. 1958 -‘61: nr. 39 ontbreekt; 39a. G.J. te Riet, concierge; nr. 41 ontbreekt (vanaf 1954: U.T.S.)

Adresb. 1964: nr. 39: U.T.S.; nr. 39a: A. Smit, chef techn. dienst ; nr. 41 ontbreekt

1965-1969: I.T.O./Ir. Van Doorenschool

Adresb. 1968: nr. 39a: A. Smit, chef techn. dienst

Adresb. 1972: nr. 39a: J. Middendorp

later dependance Academie Minerva

1986 (art. 77244): gem. Groningen en wbv Concordia

In 1986-’87 verbouw nr. 41 tot woningen (arch.: K.A.W.)

Grote Leliestraat nr. 43

(tot 1899: L 261, 1899-1921: 49): E 471, 1949: E 3197

1832 (art. 2514): wed. Tjalling Visscher

1839 (art. 3426): Jan Jans Thomas

1859 (art. 5909): Maria de Wilde, wed. Jan Fredrik Harms van Marlen (koopman, +1853)

1870 (art. 9173): Lambertus van Marken (verwer, +1906)

1899 (art. 13700.77/17660.38 later 116): Geert Belgraver (metselaar, later ook bouwondernemer,+1914), later wed. Antje Bosman (1/2) en 5 knd. (elk 1/10). Wordt in 1912 veranderd van woning in berg/werkplaats

Adresb. 1920: nr. 43 ontbreekt

1920 (art. 15326): Rengenier Johannes van Wolde (bediende/colporteur)

1920 (art. 23823): Derk Bulthuis (slager/koopman)

Adresb. 1922 e.v.: nr. 43 ontbreekt

1924 (art. 15310.71): Jan Imelman JPhzn. (blikslager, later zonder, +1944)x Martje van Houten

1946 (art. 35895): Fennechina Wemelina Imelman. In 1949 na verkoop stoep aan gem.: E 3197

1955 (art. 35753.29): Lambertus Alberts (bouwondern.)

1956 (art. 38528.2): Joseph Maria Ignatius Vlaar (*1924, papiergroothandel)

1960 (art. 38955): Jan Beno Alting: zie verder bij nrs. 43-45

Grote Leliestraat nr. 45

(tot 1899 L 260, 1899-1921: 51): E 472, 1848: E 798, 1892: E 2042, E 3198, 1949: E 3198

1832 (art. 2514): wed. Tjalling Visscher

1839 (art. 1468.27): Hindrik Johannes Limborgh (scheepstimmerman) (heeft veel bezit in de wijk)

1848 (art. 5085): Harm Jakobs Waterborg. In 1848 bijbouw, daarna E 798

1860 (art. 7055): Foktje Tjerks de Boer

1863 (art. 7720): Roelof Alberts (scheepskapitein)

1873 (art. 9860): Ate Ates (scheepskapitein) en Trientje Ates (minderj.)

1879 (art. 11366): Klaas Martens (scheepskapitein)

1883 (art. 12458): Reneke Gockinga (cand. Notaris)

1888 (art. 13173): Jacob Muntendam (stoombootkapitein, +1922), later knd. Jan (kantoorbed. + 1924, x Antje Goutier)en Jantiena (elk ½), nog later wed. Antje Goutier (1/3), Jantiena Muntendam (1/2) en 2 knd. Muntendam (elk 1/12)

Adresb. 1920 nr. 51/Adresb. 1922 nr. 45: J. Muntendam

Adresb. 1924: nr. 45: O. Hansma, onderw.

Adresb. 1933: nr. 45: H. Vrieling ( part. detect), G.L. Oosterweeghel

Adresb. 1938: nr. 45: J.D. Trenning, schilder; wed. T. Enkelaar-Kits

1938 (art. 24952): Evert Nieborg (schoenmaker) (woont er)

Adresb. 1940: nr. 45: E. Nieborg, schoenenmag.

1942 (art. 34264): Elisabeth v.d. Molen (woont later Gr. Leliestraat 34/26?). In 1949 na verkoop stoep aan gem.: E 3198

Adresb. 1943: nr. 45: mej. E. v.d. Molen, mej. C.E. Hogema, naaister

Adresb. 1950: nr. 45: K.A. Klaassens (aanspreker), mej. E. v.d. Molen (pensionhoudster)

1955 (art. 38955): Jan Beno Alting

Adresb. 1958: nr. 45: J. Verster, ass. RU

zie verder bij nrs. 43-45

Grote Leliestraat nrs. 43- 45

1961: E 3271

1960 (art. 38955): Jan Beno Alting (*1912, timmerm.-aannemer, zn. van Harm Alting en Geessien Doedens, +1961) x 1935 Albertje Eilderts. In 1960-‘61 verbouw tot woning met bedrijfsruimte (arch.: Bijlefeld, daarna E 3197 en E 3198 verenigd tot E 3271

Adresb. 1961: nrs. 43-45 ontbreken

1961 (art. 42903): NV Verdugt’s Exploitatie Maatschappij van Onroerende Goederen

Adresb. 1964: nr. 43: O. Smit, vertegenw.; 43-45: Verdugt’s Ind. Handelsondern.

1966 (art. 45553): Jan Kamst (*1918)

Adresb. 1968: Verdugt’s Ind. Handelsondern.

Adresb. 1972: nr. 43: H.W. Setz

1987 (art. 77491): Henderika Gezina (*1950) en Jacob Freerk (*1954) Kamst

Grote Leliestraat nrs. 47- 49

(tot 1870: L 143, 1870-1899: L 259-259a, 1899-1921: nrs. 53-55): E 473, 1848: E 797, 1892: E 2041, 1895: E 2119, 1950: E 3199, 1961: E 3270

1832 (art. 601): Henderikus van Dijk (metzelaar)

1837 (art. 3471/2119.15): Lucas Scholtens (kleermaker)

1843 (art. 3464): Abel Laurens Vellage (horlogemaker)

1846 (art. 1468.40 later 43): Hindrik Johannes Limborgh (scheepstimmerman) (heeft veel bezit in de wijk)

1852 (art. 5627): Pieter Berends Nienhuis (opzigter bij de Waterstaat, +1875), later wed. Anna Elijsabeth Cremer

BR 1870: Pieter Berends Nienhuis (*1808,+1875) + vr. en 2 dch.

1877 (art. 7904.20): Wolter Gockinga (+1883) (zie oa. bij Gr. Rozenstraat 76)

BR vanaf 1877: Hendrik Cornelis de Boer (*1840) x 1877 Marta Schildkamp (*1838)

1883 (art. 12458.8): Reneke Gockinga (cand. Notaris)

1888 (art. 9628.30 later 31): Hillebrand Groenewold (bloemkweeker)

1895 (art. 15326): Rengenier Johannes van Wolde (bediende/colporteur)

Adresb. 1920 nrs. 53-55/ Adresb. 1922 tm i.e.g. ‘24: nr. 53/47: J.J. van Meggelen, werkm.; nr. 55/49: R.J. van Wolde, colporteur

1932 (art. 19332.15): Sierd Heijers (behanger-stoffeerder, x 1907 Etje Meijer) (woont Nw. Bot.str. 25)

Adresb. 1933: nr. 47: mej. M. Vlietstra (werkvr.), mej. C. Vlietstra; nr. 49: S. Kuiper, werkm.

Adresb. 1938 tm i.e.g. ’40: nr. 47 H.D. Pastoor, rijw.hersteller; nr. 49: A. Swart, loodgieter

1941 (art. 23631.6): Jacob Lestestuiver (slager, grossier)

1942 (art. 34895): Harmannus (timmerm.) en Pieter Goedhuis (schilder) (wonen Haren)

1942 (art. 34264): Elisabeth v.d. Molen (woont later Gr. Leliestraat 34/26?). In 1949 na verkoop stoep aan gem.: E 3199

Adresb. 1943: nr. 47: W. de Vries, J.H. Groenendal, werkm.; nr. 49: S. Suiding, kleerm.

Adresb. 1950: nr. 47: H. ter Steeg, melkventer; nr. 49: O. Heerlien, fabr.arb.

1954 (art. 38955): Jan Beno Alting. In 1954 afbraak en nieuwbouw (arch.: Bijlefeld).

Adresb. 1958: nr. 49: J.B. Alting, timmerm.-aann.

In 1961 ruil van grond, waarbij strookje achter 43-45 wordt verkregen, daarna E 3270

Adresb. 1961: nr. 49: J.B. Alting, timmerm.-aann. (+1961; zie bij nrs. 43-45), mej. M. Alting, kant.bed.

Adresb. 1964: nr. 49: mej. M. Alting, kant.bed.; mevr. A. Alting-Eilderts

Adresb. 1968: nr. 49: J.E. van Delden, mevr. A. Alting- Eilderts

Adresb. 1972: nr. 47: Lijstenindustrie; nr. 49: H. Alting, A. Alting-Eilderts, C. Alting-Roels

 

Grote Leliestraat nr. 51

(tot 1870: L 141/2, 1870-1899: L 257, 1899-1921: 57): E 474, 1848: E 796, 1892: E 2040, 1895: E 2118, 1950: E 3200, nu onderdeel van E 3756

1832 (art. 601): Henderikus van Dijk (metzelaar)

1843 (art. 4714): Georg John Downer (dir. vlasspinnerij). In 1848 bijbouw, daarna E 796

1849 (art. 3740/ 8040): Wolter Wolthers (secr. College van regenten v.d. gevangenis, later secr. Prov. Griffie).

Wolter Wolthers is in 1803 op de Ossenmarkt geboren en oudste kind van arts Herman Wolthers en Agatha Johanna Bertling (zij is de dochter van een Sichterman). Wolthers blijft (in elk geval in z’n Groningse tijd) vrijgezel, woont groot deel van z’n leven bij anderen in aan de Heerestraat en is ambtenaar/commies. Volgens het Bevolkingsregister woont hij in 1860 voor het eerst zelfstandig, met een dienstmeid: Tusschen beide Markten F 30. In nov. 1866 verhuist Wolthers naar Beerta. Hij doet meeste van zijn bezit in de stad over aan z’n neef Wolter Gockinga (zoon van zus van Herman W.: Louisa Christina Wolthers en Reneke Gockinga). Voor meer informatie over Gockinga zie bij Grote Rozenstraat 76.

1865 (art. 7904.9): Wolter Gockinga

BR 1870: Jan Albert v.d. Beek (*1802) x Geesje Elderkamp (*18-7) en knd.

1883 (art. 12458.7): Reneke Gockinga (cand. Notaris)

1888 (art. 7916.13 later 17): Petrus Kool (brievenbesteller, later kastelein, +1899) x Carolina Henrica van Gemert (1/2). In 1891 bouw werkpl. Vanaf 1892: E 2040

BR 1890: Petrus Kool (*1826 Leeuwarden, RK) x Carolina van Gemert (*1827 Vechel, RK) + inwonenden (oa enige tijd zoon Adolf Petrus *1869, dienstmeiden en een priester). Ze verhuizen eerst naar I 251 en in 1897 naar Nijmegen.

BR 1890: Johannes Martinus Meulman (*1837, RK, geen beroep)

1895 (art. 9879.57): Vereeniging het Midden Gasthuis

Adresb. 1920 nr. 57/ Adresb. 1922 tm i.e.g. ‘24 nr. 51: H. Vechter, kruideniersw.

Adresb. 1933 tm i.e.g. ‘38: H. Zeeman, tabak- en sig.magazijn

Adresb. 1940 tm i.e.g. ’64: nr. 51: W. van Delden, sig.mag. en Hengelsportart. (’50: kellner; in ’61 met M.H. van Delden, metermonteur)

Adresb. 1968: J. Niemeijer, molenbaas

Adresb. 1972: J. Jelsma

Gang (tussen E 474 en 475 naar Rozenstraat): E ongenummerd, 1881: E 1812

(art. 2815): gem. Groningen

NB. Het lijkt erop dat Gockinga in 1881 eigenaar wordt van de gang die voor die tijd van de gemeente is.

1881 (art. 7904): Wolter Gockinga. In 1881 ontstaan de gang: E 1811 (deel naar Rozenstr.) en E 1812 (deel vanaf tuinhuis naar Leliestraat)

1883 (art. 12458): Reneke Gockinga (cand. Notaris)

1888 (art. 7916): Petrus Kool (kastelein, +1899)

1895 (art. 9879): Vereeniging het Midden Gasthuis

E 385 (tuin met tuinhuis, achter E 386)

1832 (art. 648): Jan van Elmpt (hovenier)

1854 (art. 3740.7): Wolter Wolthers (secr. College van regenten v.d. gevangenis). In 1855 ‘herbouw’, daarna E 954, 955 en 956: Zie verder hieronder

E 386 (tuin met tuinhuis aan bovengenoemde gang), 1855: E 954 (tuinhuis), E 955 (tuin) en E 956 (bergplaats), 1855: E 954 en E 1674, 1888: E 2018

1832 (art. 1391): Jan Kruger (cipier)

1836 (art. 1941): Wouter van Rees (opzichter bij Waterstaat)

1844 (art. 3740): Wolter Wolthers (secr. College van regenten v.d. gevangenis). In 1855 ‘herbouw’ (vermoedelijk voordien klein, niet aangegeven op kadasterkaart), daar E 954.

1864 (art. 7904): Wolter Gockinga. E 955 en 956 worden in 1876 verenigd tot E 1674.

1883 (art. 12458): Reneke Gockinga (cand. Notaris)

1888 (art. 7916): Petrus Kool (kastelein, +1899). In 1888 afbraak tuinhuis, en dan bouw huis, dat wordt E 2018 (= huis + tuin). E 2018 wordt in 1892: E 2039. Vervolg zie hieronder bij nrs. 55, 55a, 57.

Grote Leliestraat nrs. 55, 55a, 57

(L 141/2 ?, 1888-1895: L 257, 1895-1899: L 258/29 en 28, 1899-1921: 57/2 en 57/3): E 2018, 1892: E 2039, nu onderdeel van E 3756, nu onderdeel van E 3756

BR 1870: L 141/2, L 257 (NB: het is onduidelijk waar dit precies is, aangezien L 257 later hoort bij het huis dat in 1888 wordt gebouwd= huidige 55, 55a, 57. Het zou de tuinkoepel van onderstaande tekening kunnen zijn geweest): Jan Albert v.d. Beek (*1802) x Geesje Elderkamp (*18-7) en knd.

Bouwtekening L 257, 1888

1888 (art. 7916): Petrus Kool (kastelein, +1899). In 1888 afbraak tuinhuis, en dan bouw huis, dat wordt E 2018 (= huis + tuin). E 2018 wordt in 1892: E 2039. Vervolg zie onder.

BR 1890: L 257: Petrus Kool (*1826 Leeuwarden, RK) x Carolina van Gemert (*1827 Vechel, RK) + inwonenden (oa enige tijd zoon Adolf Petrus *1869, dienstmeiden en een priester). Ze verhuizen eerst naar I 251 en in 1897 naar Nijmegen, maar keren ook weer terug want Kool overlijdt 30 dec. 1899 in de stad.

BR 1890: Johannes Martinus Meulman (*1837, RK, geen beroep)

1895 (art. 9879): Vereeniging het Midden Gasthuis. Zie verder hieronder bij nrs. 53 tm 113

Grote Leliestraat nrs. 53 tm 113: Middengasthuis

(1870-’99: L 258/ 30 tm 2 en L 258 tm 256, 1899-1921: 57/1 tm 31): 1895: E 2087 (nr. 59) tm 2116 (nr. 113) en 2117 (nr. 53), 1986: E 3393, 2014: E 3756

1895 (art. 9879): Vereeniging het Midden Gasthuis

Hulpkaart kadaster 1895

1981 (art. 64508): Ver. het Midden Gasthuis (secr. L.H. van Dellen)

1985 (art. 23113.273): Stichting Groninger woningbouw Concordia. In 1986-’87 renovatie.

1993: De Huismeesters

Stadsmonumentenbord:

Het Middengasthuis is een schepping van het Algemeen Diaken Gezelschap. In 1873 opende deze vereniging van diakenen en oud-diakenen van de Nederlands hervormde gemeente in de Kleine Rozenstraat een instelling onder die naam. Het succes van dit gasthuis leidde in 1895 tot een tweede Middengasthuis.

Het was bestemd voor ‘fatsoenlijke, oppassende handwerkslieden en dienstboden’ van hervormde huize en ouder dan 55. De naam Middengasthuis verwees naar de bewoners. Zij waren voor de meeste andere gasthuizen ‘te minvermogend’, maar voor het diaconiegasthuis ‘te goed’. In verband hiermee betaalden de conventualen van het Middengasthuis een relatief lage inkoopsom.

De voogden van het Midden-gasthuis kochten begin 1895 ‘eenige huizen met erf en tuin’ aan de Grote Leliestraat en presenteerden een plan voor de bouw van 29 huizen. Het zeven jaar oude huis van vorige eigenaar Petrus Kool bleef staan (nr. 55-57), maar ter verbreding van de toegang ging een ander pand plat.

Ook een tuinkoepel sneuvelde voor het door architect Lit ontworpen gasthuis, dat werd opgeleverd vlak voordat op 14 september de officiële eerste steen werd ingemetseld! Enkele maanden later werd er, naast de toegang, nog een ‘winkelbehuizing’ aan het complex toegevoegd (nr. 51).

Vele decennia voldeed het Middengasthuis, maar net als bij andere gasthuizen kwam er in de jaren zestig de klad in. Op 9 oktober 1968 nodigde het gemeentebestuur de voogden van de Midden-gasthuizen en een aantal andere gasthuizen uit voor een gesprek over de toekomst. Het leidde tot de Stichting Verenigde Groninger Gasthuizen, die in 1975 twee nieuwe gebouwen opende aan de Zaagmuldersweg. Het Middengasthuis aan de Grote Leliestraat werd verkocht aan woningbouwvereniging Concordia, die het in 1986-’87 renoveerde. In 1993 vond een fusie plaats met de woningstichting Concordia tot de woningstichting ‘De Huismeesters’ .

Legenda

1888: nr. 55, 55a en 57

1895: nr. 53 en 59 t/m 113

1895: nr. 51

Grote Leliestraat – oude nr. L 256

(tot 1870: L 141, 1870-1895: L 256): E  475 (op plek huidige toegangspad Middengasthuis), 1871: E 1340, 1888: E 2019

1832 (art. 1219): Andries Geerts Jonkhoff (steenkoper)

1846 (art. 3740): Wolter Wolthers (secr. College van regenten v.d. gevangenis)

1861 (art. 7345): Arnoldus Kremer (kleermaker)

BR 1870: Jantien Hoffman (*1825, werkster) x 1852 Arnoldus Cremer (kleermaker en leedaanzegger, +1864) x 1870 Johannes Vrolijk, + 4 knd. Cremer e.a.

1871 (art. 7904.15 later 16, 19): Wolter Gockinga. In 1871 herbouw daarna E 1340

1883 (art. 12458.6): Reneke Gockinga (cand. Notaris)

1888 (art. 7916.12 later 15 en 16): Petrus Kool (kastelein, +1899). In 1888 (na bouw huis in de tuin, zie boven) wordt dit huis E 2019 (=huis + erf).

1895 (art. 9879.55 en 56): Vereeniging het Midden Gasthuis.

Hierna afbraak van dit huis en nieuw gebouwde huisje in het hofje krijgt oude nr. L 256 en in 1899: 57/31

Grote Leliestraat nr. 115

(tot 1870: L 140, 1870-1899: L 255, 1899-1921: 59): E 476, 1908: E 2403, 1949: E 3201

1832 (art. 427): wed. Elerus Cloudé/ Kloudi

1832 (art. 3488): Gaijo Bussemaker

1837 (art. 909.11): Bernhard van der Haar (timmerm.,+1854) x 3e keer: 1834 Janna Hindriks Bont, later wed. (1/2) en dch. (1/2)

1860 (art. 7047): Eildert Rose (stuurman)

BR 1870: Eildert Roose (*1819 O. Pekela, stuurman) x Christina Schuring (*1822) + knd

1889 (art. 13700): Geert Belgraver (metselaar, later bouwondernemer). In ’89-’90 herbouw (zie gevelsteen).

1894 (art. 10463.5): Antoon v.d. Wal (meterweger)

1899 (art. 16474): Hinderikus Siemelink (chef boekdrukkerij). In 1907 bijbouw, daarna E 2403

1915 (art. 19695): Jan Valk (ass. bij DB Invoer en accijnz.)

1916 (art. 21013): Joris Brouwer

1918 (art. 22138): Jan Klugkist, vanaf ’22: Kornelis Hoeksema (boekhouder)

Adresb. 1924: 115: K. Hoeksema , boekh.

1927 (art. 27916): Johannes Bernardus de Boer (makelaar)

1927 (art. 27998): Hendrik Bolhuis (rustend schipper, +1959) en Lammert Bolhuis (*1906, schipper), later alleen Lammert Bolhuis (schipper)

In 1949 na verkoop stoep aan gem.: E 3201

1961 (art. 43012): Jan Postema (kantonnier, +1986)

1987 (art. 76668): Having Postema (*1939, x Alieda Bouwina Onnes) (woont Harkstede)

Grote Leliestraat nr. 117

(tot 1870: L139-139a, 1870-1899: L 254-254a, 1899-1921: 61-61a): E 477, 1867: E 1244, 1949: E 3202

1832 (art. 265): Willem Jans van den Bos (koopman)

1842 (art. 4250): Jaart Jaarts (?) Swart (schipper)

1861 (art. 7339): Bastiaan de Graaf (timmerm.)

1865 (art. 5736.10/8110): Dirk Heeres (koetsier, later conducteur, nog later vader in het ziekenhuis). In 1867 herbouw daarna E

1875 (art. 6959.5): Jan Zeehuizen (broodbakker, later logementhouder)

1878 (art. 11006): Jan Wind (emeritus pred, +1881), later wed. Grietje van Kolken (3/5, +1903) en nicht (?) Grietje van Kolken (2/5)

1892 (art. 14678): Tjakke Wieringa (scheepskapitein, later winkelier, +1897), later wed. Anje Homan (winkeliersche) (1/2) en 3 knd. (elk 1/6)

1900 (art. 9706.9): Diederik Veenhoff (zeilmaker)

1919 (art. 22387.6): Tjark van Streun (bouwondern., +1927) x Aaltje Buitendam

1921 (art. 24765): Jan Hofman (pakhuiskn.) x Janna Jacoba Friemann, later 4/7 met 4 zn. en 2 dch. (X Jan v.d. Ploeg en Harm Brink), (elk 1/14)

Adresb. 1924: 117: J. Hofman, pakhuiskn.; 117a. G.P. Vrieze, remmer S.S.

Adresb. 1938: 117: J. Hofman, J. Frieman; 117a. H. Brink, rijw. reparateur

1946 (art. 36037): Jan v.d. Ploeg (bakker) (woont nr. 117) en Harm Brink (monteur, 1/6), later met 2 knd. Brink. In 1949 stoep naar gem., waarna E 3202

Adresb. 1968: 117: J. v.d. Ploeg, bedrijfsleider; 117a: H. Brink, rijw.monteur

1970 (art. 48343): Sijtze van der Wiel (kleermaker, x Annie v.d. Ploeg) en Jan van der Ploeg (bakker, woont nr. 117)

1976 (art. 50690.13): Henderikus Jan Beck (assur.tussenpersoon) x Margrieta Gerredina Groen (*1928) (wonen er niet)

1977 (art. 58058): Peter Willem van Hasselt (*1953)

1982 (art. 68656): Aagje Bettina Smid (*1963) woont er

‘Herbouwd’ (verbouwd) 2000 door arch. H. Haak

Grote Leliestraat met vlnr oude nr. 137 (links, op hoek Violetsteeg) tm nr. 115 (rechts, naast ingang Middengasthuis), waarbij het hoge witte pand het oude nr. 123 is (reconstructie Jan Smook).

Grote Leliestraat – oude nr. 119

(tot 1870: L 138, 1870-1899: L 253, 1899-1921: 63): E 478, 1926: E 2720

1832 (art. 2317): wed. Jan Steenwijk

1857 (art. 2316.22): wed. Albert Steenwijk

1857 (art. 744.19): Poppe Garmers (steenkoper)

1858 (art. 2688.6): Johan Christiaan Winterwerp (onderwijzer)

1880 (art. 11544/9988.4): Johann Georg Traudes (*1836 Wilsenroth, D, x 1874 Anna Maria Carolina Korte)

1885 (art. 12912): Hendrik Spier (reiziger) (1/2) en 6 knd. (elk 1/12). In 1890 herbouw

1924 (art. 26664): Abraham Voslamber (lederhandelaar) (5/8) en 3 knd (elk 1/8)

1924 (art. 16825.12): Jan Portman (tabakskerver) (woont er)

1934 (art. 31363): Jan Martens (woont er)

1936 (art. 32030): Rembertus Johannes Galliard (glazenwasscher) (woont er)

1952 (art. 37999): Alida Buursema, wed. Abe de Vries (woont er)

1977 (art. 58586): Floortje Joanna Hollema (*1956)

1982 (art. 41000.9755): gem. Groningen. Gesloopt, daarna:
1982 (art. 23113.219): Stichting Groninger woningbouw Concordia: bouwterrein (zie verder bij nrs. 119 tm 129)

Grote Leliestraat – oude nrs. 121-121a en 123

(tot 1870: .. ,1870-1899: L 252, 1899-1921: 65 en 67): E 479, 1855: E 957, 1866: E 1212 en 1211, 1949: E 3203 en 3204

1832 (art. 1435): Hendrik Lage (koopman)

1837 (art. 3559): Hinderikus Braam (oud-weesheer)

1837 (art. 3446): Jan Christiaan Groenewold (koopman)

1851 (art. 3740.4/8040.2): Wolter Wolthers (secr. College van regenten v.d. gevangenis). In 1855 ‘herbouw’ daar na o.a. E 954, E 955 en E 956 (zie eerder bij E 386=tuin). En E 957 (was E 479)

1865 (art. 6610): Joannes Swint (*1804-+1881, , eerst wever en getr. met Antje Emmes + , later winkelier, x 1849 Margjen Roelfs Lukkien) en 3 knd (w.o. Albert *1844). In 1866 splitsing, daarna E 1212 (latere nr. 121) en 1211 (latere nr. 123)

1883 (art. 12412): Albert Swint (wolkammer)

1912 (art. 20152): Jan Oosterhuis (makelaar)

1915 (art. 13832.220 en 221): Johannes Philippus Imelman

1916 (art. 21175. 4 en 5): Jurjen Rudolf Vogtländer (koopman, +1924) x Meinderdina Imelman

1924 (art. 22744.4 en 5): Jacobus Johannes Jullens (ass. posterijen) (2/3) met: Klaas Hendrikus Jullens (drogist) en Albertus Johannes Bultje (bakker) (elk 1/6). In 1929 opbouw E 1211

1941 (art. 34388): Geert Drenthe (bedrijfsleider)

1941 (art. 34628): Jacob Pieter Wiersema Jzn. (koopman)

1943 (art. 35150): Okke Baas (reeder)

1950 (art. 37235): Jacob Baas (reder, x Grace Laurie Piper) (wonen Southampton)

1957 (art. 40828): Lammertus Alberts (makelaar) en Joeke v.d. Mei (woningbureauhouder) (elk ½)

1957 (art. 31355): Ties Prins (aannemer) x Oedje Reinders (*1897), zn. Kornelis (*1923, kap. grote vaart)

1976 (art. 56547): Kornelis Prins (*1923, kap. grote vaart)

1979 (art. 62604): Janet Olga Jacqueline Prins (*1957, woont 121a) en Theo Leonard Prins (*1961) (elk ½)

1981 (art. 41000. 9446 en 9447): gem. Groningen

1982 (art. 23113.218 en 217): Stichting Groninger woningbouw Concordia: bouwterrein (zie verder bij nrs. 119 tm 129)

Grote Leliestraat – oude nr. 125

(tot 1870: L.. , 1870-1899: L 251, 1899-1921: 69): E 480, 1949: E 3205

1832 (art. 2459): Tjeerd van der Veen (schippersknegt)

1833 (art. 2668): Derk Wilkens (boekhouder op de Papiermolen, later in de Zoutkeet) (+1864) x Cornelia van Griethuisen (+1876), dch. Anna Maria (*1817, buiten Herepoort, Papiermolen), Geertruida (*1822, E 176 Noorderhaven, +1826, L 3 idem) (zie ook Nw. Kijk in ’t Jatstraat 50)

1865 (art. 8200): Anna Maria Wilkens, later met Geertruida en Cornelia Wilkens

1877 (art. 10878): Hindrik Kwint (scheepskap.,+1893), later wed. Aaltje Mulder

1899 (art. 12734.9): Johannes Berends (werkm.)(2/3) en 2 knd (elk 1/6)

1903 (art. 14576.13): Harmannus Bernardus Edelkamp (timmerm. Slijter)

1908 (art. 18925): Fritser Viswat (huisschilder) en Renso Molenberg (tuinier)

1910 (art. 17692.8): Mense ten Hoove (kastelein) (bezit veel). In 1910 herbouw

1918 (art. 21878): Jan Oldenburg (1/2, x Katharine Jakobine Müller, +1918, was eerder getr. met Johann Leonhard Hoffer), dch: Geertruida Katharine Oldenburg (*1918, x 1942, 1/6) en 2 knd. Hoffer (allen 1/6)

1933 (art. 30789): Frouwke Hofman (wed. Adriaan Wiardi, koopvrouw)

1963 (art. 43996): Henderikus Mulder (koopman) x Johanna Catharina Alida van Klaveren

1979 (art. 61662): Marinus Henry Groenewegen (*1928, arts, woont Den Haag)

1981 (art. 41000.9582): gem. Groningen

1982 (art. 23113.216): Stichting Groninger woningbouw Concordia: bouwterrein (zie verder bij nrs. 119 tm 129)

Grote Leliestraat – oude nr. 127

(tot 1870: L.. , 1870-1899: L 250, 1899-1921: 71-71a-71 b): E 481, 1949: E 3206

1832 (art. 602): Jan van Dijk (schipper)

1833 (art. 1802.5): Heike Onnes (koopman, +1833), wed. Meisina Kamerlingh (zie oude nrs. 145-147 en Noorderhaven/ Zoutstraat)

1844 (art. 1697): Hinderikus Munting (bakker, rentenier, +1867), later erfg. o.a. Johannes Munting (+1870)

1871 (art. 9430): Siberdina Munting en m.e.

1873 (art. 9949): Edo Johannes Bakker (stucadoor)

1880 (art. 11562): Hendrik Lambertus Limborgh (onderwijzer)

1892 (art. 15877): Hendrik de Herder (aannemer, +1927)

1905 (art. 18196): Arendina Gezina Henderika Dobbenga, wed. Dirk ter Maten

1905 (art. 14377.5): knd van Johannes Dobbenga en Aaltje Pieters: Aaltje (*1854), Hillegien Popkoba (*1860), Jeannette Roelina (*1871, x L.H.A Bähler)

1919 (art. 22524): Jan Oostmeijer (electricien,+1921), later wed. Hillechien Lutter (1/2) en 5 knd (elk 1/10) (wonen er)

1953 (art. 38352): Jan Bathoorn (schoonmaker) (woont er)

1957 (art. 40657): Jan Bernard de Vries (*1919, kap. Kleine handelsvaart) x Elizabeth Arends (wonen er)

1981 (art. 41000.9634): gem. Groningen

1982 (art. 23113): Stichting Groninger woningbouw Concordia: bouwterrein (zie verder bij nrs. 119 tm 129)

Grote Leliestraat – oude nr. 129

(tot 1870: L.. ,1870-1899: L 249, 1899-1921: 73): E 482

1832 (art. 116): wed. Jan Friedrichs Beeker (tapster)

1834 (art. 909): Bernhard van der Haar (kastelein, later zb, +1854), later wed. (=3e echtgenote) Janna Hindriks Bont en dch. (elk ½)

1860 (art. 4557.19/7560.6): Gradus Augusto (wever)

NB: volgens Jan A. Niemeijers boek ‘De wereld van Cornelis Jetses’ woonde de fam. Jetses in 1876 in de Violetsteeg en verhuisde kort daarna naar de Gr. Leliestraat 129 (p. 13)

BR 1880/1890: Albert Jetses (pakhuisknecht) x Everdina van Prooijen, 6 knd. (komen in jaren 70 van G 71) ; 4e knd: Cornelis (*1873)

1881 (art. 11782): Johannes Evert Brekhoff (timmerm., +1907), later wed. Jantje v.d. Beek (1/2) en zn. David Brekhoff (*1866, 1/2)

1921 (art. 20518): David Brekhoff (*1866, timmerm.-aann., +1947)

1922 (art. 24765): Jan Hofman (pakhuiskn. ) (woont nr. 117, zie daar)

1942 (art. 34844): Sikko Hoekzema (zakkerverhuurder, +1967), later wed. Frederika Rienks en div. knd. Hoekzema en knd. Bathoorn (van dch. Machgelina Hoekzema +1957)

1970 (art. 40423): Jan de Vries (*1900, koopman)

Oude nr. 129 (bron: boek Jan A. Niemeijer: De wereld van Cornelis Jetses,  1976)

1980 (art. 41000.9206): gem. Groningen

1982 (art. 23113): Stichting Groninger woningbouw Concordia: bouwterrein (zie verder bij nrs. 119 tm 129)

Grote Leliestraat nrs. 119 tm 129

1985: deel van E 3393, nu E 3757

1985 (art. 23113.273): Stichting Groninger woningbouw Concordia. Gebouwd en verenigd in 1985 tot deel van E 3393

1993: De Huismeesters

Grote Leliestraat vanaf oude nr. 131 (uiterst rechts), met in het midden de ingang van de Violetsteeg met links ervan oude nr. 139 (eerder 83) en rechts ervan 137 (eerder 81) (foto Openbare Werken, 1937)

Grote Leliestraat – oude nr. 131

(tot 1899: L 248, 1899-1921: 75): E 483

1832 (art. 2367): Hindrik Sibolts (schoenm., +1882) x Geertien Meijer (+1880)

1881 (art. 11759): Rengenier Johannes van Wolde (winkelier) en Hendrik Spier

1884 (art. 12912): Hendrik Spier (reiziger) (1/2) en 6 knd (elk 1/12)

1903 (art. 17557): Joseph Johannes August Linhoff (koopman, woont Gr. Markt 31)

1939 (art. 30600.3692 later 3780): gem. Groningen. In ’39 afgebroken. Zie verder nrs. 131 tm 139b.

Grote Leliestraat – oude nr. 133

(tot 1899: L 247, 1899-1921: 77): E 484

1832 (art. 2343): Pieter Hendrik Suidingh (onderw., +1835), later wed. Aaltje van Dalen

1869 (art. 8975/10092): Johanna Suidingh, later wed. Jan Oeges de Waard (broodbakker, +1872)

1881 (11078): Reinder van der Warf (voerman, +1918) x Klaasje Swaving

1899 (art. 9972): Cornelis Nap (timmerm.)

1902 (art. 17467): Cornelis Nap en Willem S. van der Wal (beide timmerm.)

1908 (art. 18933): Menno Vos (schilder, +1932), later wed. Tjaaktje Vos en Jakob Vos

1937 (art. 30600. 3385): gem. Groningen. In 1938 afgebroken. Zie verder nrs. 131 tm 139b.

Grote Leliestraat – oude nr. 135

(tot 1899: L 246, 1899-1921: 79): E 485

1832 (art. 2343): Pieter Hendrik Suidingh (onderw., +1835), later wed. Aaltje van Dalen

1869 (art. 8975/10092): Johanna Suidingh, later wed. Jan Oeges de Waard (broodbakker, +1872)

1881 (11078): Reinder van der Warf (voerman, +1918) x Klaasje Swaving

1899 (art. 9972): Cornelis Nap (timmerm.)

1902 (art. 17467): Cornelis Nap en Willem S. van der Wal (beide timmerm.)

1922 (art. 25597): Roelof Hoekstra (verver)

1927 (art. 28010): Froukje Meijer (helpster in bewaarschool Hoogkerk)

1938 (art. 30600.3563): gem. Groningen. In 1938 afgebroken. Zie verder nrs. 131 tm 139b.

Grote Leliestraat – oude nr. 137

(1870-1899: L 245, 1899-1921: 81): E 486, 1863: E 1123, 1864: E 1180, 1866: E 1219, later E 3219

1832 (art. 324): Hans Everts Brekhoff (timmerm.)

1857 (art. 6484): Geessien van den Bos

1862 (art. 7138.106): Stad/ Gem. Groningen

1863 (art. 7786/ 9970.11): Christiaan van der Leij (timmerm.). In 1864 bijbouw aan zijgang van Violetsteeg (zie daar), waarna E 1180 (Leliestr.) en 1181 tm 1183 (aan gang Violetsteeg). In 1866 bijbouw aan Violetsteeg en gang), daarna E 1213 tm 129 (Laatste is aan Leliestr.)

1875 (art. 10324): Johan Philip van der Leij

1881 (art. 11999): Christiaan van der Leij (timmerm.).

1883 (art. 12476): Auke Wilhelmina van der Leij (*1840, dch. van Chr. v.d. Leij)

1885 (art. 13097): Christiaan van der Leij (timmerm.).

1887 (art. 13420): Petrus Wormnest (arb.)

1891 (art. 14366/7456.12): Hindrik Veenhuis (heerenknecht, ook zakkerverhuurder) x 1863 Antje (Aaltje) Bode (+1895, was in ’47 getr. met Egbert Stikker, die zelfde jaar overleed), later ½ en met zn. Wiebe Veenhuis (*1865) en stiefdch. Geertruida Stikker (*1847later zonder haar) (1/4 en ¼)

1917 (art. 17384.5): Hindrik Veenhuis (+1916), later Wiebe Veenhuis (curandus, +1923)

1923 (art. 20518.5): David Brekhoff (timmerm.-aann.) (woont er ook)

1928 (art. 26088.2792/30600.1088 later 3551): gem. Groningen. In 1938 onbewoonbaar verklaard, daarna afgebroken. Zie verder nrs. 131 tm 139b.

Violetsteeg

Uiterst links Noorderbinnensingel- oude nrs. 187 (half) en 188. Het iets hogere blok in het midden zijn v.l.n.r. Grote Leliestraat – oude nrs. 153-151 en 149 (foto Openbare Werken, 1937)

Hetzelfde gedeelte met de kadasternrs. en huisnrs. van voor 1921. NB: de nrs. 83 (rechts) tm 97 (links) werden toen gewijzigd in 139 tm 153

Grote Leliestraat – oude nr. 139

(1870-1899: L 176, 1899-1921: 83): E 489, 1883: E 1926

1832 (art. 1876): Jacobus Pleiter (kleermaker)

1834 (art. 3268): Trijntje Machiels Heeres (Heines?) (winkeliersche)

1845 (art. 4722): Christiaan Maandag (arbeider)

1849 (art. 5255): Jan Bos (zolderknegt, korenmeter)

1863 (art. 7134.8): Augustinus van Aken (scheepskap./rentenier, +1888) x Dorentia Willemina Onnes (+1864)

1888 (art. 13222): Berend Berends (meubelmaker en witwerker)

1900 (art. 16464.4): Hendrik Berends Wolthoorb (1/2) en Geert Belgraver (timmerm.) (1/4) en anderen (elk 1/20)

1900 (art. 14953.3): Willem Bosman (godsdienstonderw.) (bezit heel veel)

Adresb. 1920/’22 tm i.e.g. ‘25: 83/139: P.A. Mellema, voerman en aardappelh.

1938 (art. 30600.3456): gem. Groningen. In 1938 onbewoonbaar verklaard, daarna afgebroken. Zie verder nrs. 131 tm 139b.

Grote Leliestraat – oude nr. 141

(1870-1899: L 175, 1899-1921: 85): E 490, 1883: E 1925

1832 (art. 1374): Reinder van Kregten (rekenmeester,+1832), later wed. Gesien (Geesje) Snijder

1867 (art. 6178.16/8609.9 later 52): Klaas Bruins (tingieter, +1887) x Evertje Jacobs van der Laan (+1892)

1892 (art. 13967.4): Freerk Nieman (koemelker,+1914), later wed. Grietje Mulder (veehoudster)

1925 (art. 18427.15): Simon Hinderik de Rooij (stoel-/meubelmaker, +1938) x 1895 Geesien de Vries

Adresb. 1920/’22 tm i.e.g. ‘25: 85/141: J. Pluis, werkm.

1938 (art. 30600.3570): gem. Groningen. In 1938 afgebroken. Zie verder nrs. 131 tm 139b.

Grote Leliestraat – oude nr. 143

(1870-1899: L 174, 1899-1921: 87): E 491, 1883: E 1924, 1926: E 2719

1832 (art. 1374): Reinder van Kregten (rekenmeester,+1832), later wed. Gesien (Geesje) Snijder

1833 (art. 1468.15): Hindrik Johannes Limborgh (scheepstimmerm.)

1848 (art. 5028): Jantje Catersels

1851 (art. 5529): Johanna Catersels (dienstm., woont Appingedam)

1873 (art. 9966): Konnraad Jannes Meijer (zonder,+1876), later wed. Geertje Jans Kramer. In 1874 herbouw

1881 (art. 11804): Agataha Meijer x Geert Hoekstra

1881 (art. 11889): Geertje Kramer, wed. Konraad Meijer

1883 (art. 12407): Agataha Meijer x Geert Hoekstra

1887 (art. 13502): Andries de Vries (schipper/stoombootkap., +1894), later wed. Hillechien Groenewold (+1921)

Adresb. 1920/’22: 87/143: Wed. A. de Vries

1922 (art. 25198): Adriaan Veenhuis (agent levensverz.mij.)

Adresb. 1924: 143: A. Veenhuis, assuradeur

1924 (art. 24952): Evert Nieborg (schoenm.) (woont er)

Adresb. 1925: 143: E. Nieborg

1938 (art. 30600. 3576): gem. Groningen. In 1938 afgebroken. Zie verder nrs. 131 tm 139b.

Grote Leliestraat – oude nr. 145-147

(tot 1870: L 111, 1870-1899: L 173-1 en L 173-2, 1899-1921: 89 en 91): E 492 en E 493, 1844: E 492 en E 722, 1864: E 1124, 1880: E 1794, 1883: E 1917,1897: E 2170, 1897: deel van E 2175, 1924: E 2637 en 2636 (erachter), 1926: E 2718

1832 (art. 1957): Johannes Reinders (rentenier)

1832 (art. 1802): Heike Onnes (koopman, +1833), wed. Meisina Kamerlingh (zie oude nr. 127, woont  Noorderhaven 29/ zie ook Zoutstraat). In 1844 bijbouw, daarna E 715(tuin), 716 tm 722 ten westen: zie oude nrs. 149 tm 153 (zie onder) en Noorderbinnensingel oude nrs. 186 tm 188

BR 1850: Pietertien Saaij (Pietertje Zaaij) + kn Jacob (*1815, touwslagerskn.) en Cornelia Mindé (*1821) + kleindch. Careldina Hamstra (*1854, arbeidster). Ze verhuizen naar L 219/5c

1856 (art. 1880. 30 en 33/7226.1 en 3): Hindrik Pluimker (schuitevaarder)

1862 (art. 7474): Jan Bolhuis (koemelker). In 1864 verenigd tot E 1124

BR 1860/ 1870/1880: Jan Bolhuis (*1837, koemelker) x 1862 Grietje Bloem (*1836) + knd: Jan (1863-’65), Hindrik (1864-’64), Afien (1865-1951)

Adresb. 1872-‘73: J. Bolhuis, koemelker

1881 (art. 11905): Franciscus Johannes Stumpe (koemelker)

Vanaf 1885: Hendrik Blaauw (*1862, boekbinder)x 1885 Trientje Burema (*1861) + knd

Hoofdelijke omslag 1886 : F.J. Stumpe, koemelker

1888 (art. 13814): Hindrik Mensinga (rentenier)

1889 (art. 13967): Freerk Nieman (koemelker,+1914), later wed. Grietje Mulder (veehoudster). In 1897: E 2169 (zie N’binnensingel oude nr. 185), 2170 (Gr. Leliestr.), daarna in ’97 samen: E 2175.

Adresb. 1907: F. Nieman, koemelker

BR 1910: Freerk Nieman (*1850-koemelker, +1914) x Grietje Helder (*1852) + Saartje (*1886), Hidde (*1892), Berend (*1899, vertr. 1915 naar Noorddijk).

Hidde Nieman x 1917 Grietje Broekhuizen (*1894) + zn. Freerk

Adresb. 1920: 89. H. Nieman; 91. Wed. F. Nieman

In 1924 splitsing in E 2637 (aan de straat, nr. 145) en E 2636 (erachter, zie bij N’binnensingel oude nr. 185)

Adresb. 1925: 145: H. Nieman, koemelker

1925: (art. 18437): Gerhardus Johannes Nicolaas van Voorn (rijwielhandelaar)

Adresb. 1926: 145: –

1939: (art. 30600. 3763): gem. Groningen. In 1939 afgebroken. Zie verder nrs. 131 tm 139b.

 
Grote Leliestraat – oude nr. 149

(1870-1899: L 172, 1899-1921: 93): 1844: E 721, 1883: E 1923

(art. 1802): Heike Onnes (koopman, +1833), wed. Meisina Kamerlingh (+1866). In 1844 gebouwd

1856 (art. 1880. 32/7226.2): Hindrik Pluimker (schuitevaarder)

1862 (art. 7474): Jan Bolhuis (koemelker)

1881 (art. 11905): Franciscus Johannes Stumpe (koemelker)

1888 (art. 13495): Berend Jansen (zonder)

1896 (art. 13967.8): Freerk Nieman (koemelker,+1914), later wed. Grietje Mulder (veehoudster)

1925 (art. 18841.43): Geert Weening (koemelker, later koopman/woningverhuurder)

1928 (art. 27202): Derk Bos (koopman)

1930 (art. 29839): Jetze de Boer (zonder)

1933 (art. 30847): Alberdina Pieternella Steenhuis, wed. Hilco Oldenhuis

1933 (art. 31104): Jan Vegter (woont Leek). In 1937 onbewoonb. verklaard

1938 (art. 30600.3445): gem. Groningen. In 1939 afgebroken. Zie verder nrs. 131 tm 139b.

 
Grote Leliestraat – oude nr. 151

(1870-1899: L 171, 1899-1921: 95): E494 (pakhuis), 1844: E 720, 1883: E 1922

1832 (art. 1802): Heike Onnes (koopman, +1833), wed. Meisina Kamerlingh. In 1844 bijgebouwd

1856 (art. 4752.13/ 7419.6): Jan Joostens Imelman (blikslager,+1884), later met knd.

1872 (art. 8751): Philippus Johannes Imelman (verlakker)

1873 (art. 9445.4): Jacob Wildeboer (metselaarsknecht)

1879 (art. 11349): Geert Versteegh (koopman) en Reinder Wallinga

1885 (art. 12718): Remko Hovingh (timmerman)

1888 (art. 11843.6): Goosen Vuursteen (koopman en schuitevaarder, +1910), later wed. Annechien Mindé (bezit heel veel)

1931 (art. 30217.7): Johannes Vuursteen (zonder). In 1937 onbewoonb. verklaard

1938 (art. 30600.3575): gem. Groningen. In 1939 afgebroken. Zie verder nrs. 131 tm 139b.

Grote Leliestraat – oude nr. 153

(1870-1899: L 170, 1899-1921: 97): E494 (pakhuis), 1844: E 719, 1883: E 1921

(art. 1802): Heike Onnes (koopman, +1833), wed. Meisina Kamerlingh. In 1844 bijgebouwd

1856 (art. 4356.18/76149): Joseph Hartog van Hasselt (koopman, +1883) x Bille Elias Emmen

1878 (art. 9988/16956): Johann Georg Traudes (*1836 Wilsenroth, D, +1921, x 1874 Anna Maria Carolina Korte) later ½ en met 5 knd (elk 1/10) (zie ook oude nr. 119)

1912 (art. 15650.12): Hinderikus Berends (+1927), later wed. Harmanna Poelman (1/2) en zn. Berend (1/2)

1928 (art. 27689): Frederik Poelman (majoor machinist marine)

1929 (art. 27905.8): Albertus Anthoni Rap (zonder) en Johannes Theodorus Hake (timmerm.)

1929 (art. 29182): Derk van Buiten (schoenmaker) (woont Noorderbinnensingel 69)

1939 (art. 30600): gem. Groningen. In 1939 afgebroken. Zie verder nrs. 131 tm 139b.

 

Grote Leliestraat nrs. 131 tm 139b

1947: deel van E 3125

(art. 30600. 4422): gem. Groningen. In 1948 al begin bouw 6 huizen (aan Noorderbinnensingel)

1949 (art. 36517. 236 later 238): Woningbouwver. Volkshuisvesting, Damsterdiep 267. In ’49 stichting 29 huizen aan Noorderbinnensingel en Gr. Leliestraat

2001: ‘In’; 2009: Lefier

Grote Leliestraat nr. 131

Adresb. 1950: 131: T. Huitenga, leraar

Adresb. 1958 tm i.e.g. ’64: 131: A.E. van Bergen, ambt. van G&L

Adresb. 1968/’72: 131: IJ. Schuil, tabaksbewerker

Grote Leliestraat nr. 131a

Adresb. 1950 tm i.e.g. ‘64: 131a: mevr. H.C. Kroon-Casparie, adviseur beroepskeuze; mej. J.J. Hijlkema, gasconsulente (alleen in ’64)

Adresb. 1968/’72: 131a: mevr. I. Postema

Grote Leliestraat nr. 133

Adresb. 1950: 133: J. A. Reyntjes, arts

Adresb. 1958 tm i.e.g. ’68: 133: H. Das, controleur Gem.reiniging

Adresb. 1972: 133: J.L. Melessen

Grote Leliestraat nr. 133a

Adresb. 1950: 133a: J. Nieveen, arts

Jakob (‘Jaap’) Nieveen wordt in 1920 in Hengelo geboren en studeert geneeskunde in Utrecht. Hij trouwt in augustus 1946 met Christine (‘Tien’) Frederike Jordaan (*1923-+2003) en krijgt per 1 september 1946 een aanstelling als assistent op de Interne Afdeling van het Academisch Ziekenhuis in Groningen. Ze gaan aanvankelijk wonen aan de Rijksstraatweg in Haren, waar de oudste van hun kinderen wordt geboren. Zo gauw het huis aan de Gr. Leliestraat klaar is, verhuizen ze daar heen en daar wordt in 1949 hun oudste zoon geboren. Als in 1951 hun tweede zoon wordt geboren, wonen ze aan de Oosterhaven. Nieveen wordt in 1957 lector en in 1966 hoogleraar hart- en vaatziekten aan de RUG. Hij overlijdt in mei 1990 in Bergen aan Zee.

Adresb. 1958 tm ’72: 133a: R. Stroboer, horlogemaker; in ’68 en ’72 ook: H. Stroboer

Grote Leliestraat nr. 133b

Adresb. 1950: 133b: H.I. Kemme, semi-arts

Adresb. 1958 tm ’72: 133b: W.H. Walstra; in in ’61 en ’64 ook: H.G. Walstra

Grote Leliestraat nr. 135

Adresb. 1950: 135: W. Hemmes, typograaf

Adresb. 1958 tm i.e.g. ’68: 135: mw. E.W. Bakker (in ’58 en ’61), mej. C. Bakker (handw.onderw.), W. Bakker (administrat.)

Adresb. 1972: 135: C. Bakker

Grote Leliestraat nr. 135a

Adresb. 1950 en ’58: 135a: wed. G. Booij-Eikelboom; in ’50 ook: mej. G. Booij, woninginspectrice

Adresb. 1961 tm ’72: 135a: R.A. Lenting, monteur

Grote Leliestraat nr. 135b

Adresb. 1950: 135b: drs. A.J. Wiggers, veldbodemkund.

Adresb. 1958: 135b: M.A. Busscher, hoofdbesteller PTT

Adresb. 1961 tm ‘72: 135b: F.K. Muller, verzek.agent, later fotoreport.

Grote Leliestraat nr. 137

Adresb. 1950: 137: B. Wieringa, onderw.

Adresb. 1958 tm i.e.g. ’68: 137: J. Jansen, gevangenbewaarder

Adresb. 1972: 137: J. Poelma

Grote Leliestraat nr. 137a

Adresb. 1950: 137a: H.W. Engelhart, onderw.

Adresb. 1958/’61: 137a: B.J. Douwes

Adresb. 1964/’68: 137a: K. Haan, rijksambt.

Adresb. 1972: 137a: J. IJbema

Grote Leliestraat nr. 137b

Adresb. 1950: 137b: J.C. de Man, microbioloog

Adresb. 1958: 137b: A. v.d. Enden, mach.bankwerker

Adresb. 1961 tm ’72: 137b: A. v.d. Enden (mach.bankwerker); in ’61 en ’64 ook briefadres voor: O. en H. Klinkenberg, schippers

Grote Leliestraat nr. 139

Adresb. 1950: 139: E.C. Doddema, insp. Gem.politie

Adresb. 1958 tm i.e.g. ’68: 139: W.J. Haver, ambt. (Arr. Rechtbank)

Adresb. 1972: 139: F. Breedland

Grote Leliestraat nr. 139a

Adresb. 1950: 139a: A.J. Hendriks, bedrijfsleider

Adresb. 1958/’61: 139a: Sj. van Nimwegen, verpleger GGD; mej. G. van Nimwegen, kantoorbed. (alleen in ’61)

Adresb. 1964 tm ‘72: 139a: Sj. van Nimwegen (gem.ambt.); in ’64 ook: B.J.H. Mulder (mag.meester)

Grote Leliestraat nr. 139b

Adresb. 1950/’58: 139b: N. van Hout, horlogemaker

Adresb. 1961 tm ’72: 139b: I. Mozes, film-operateur

Isaac Mozes is al voor de oorlog filmoperateur. Hij komt in 1954 in dienst bij het Utrechtse bioscoopbedrijf Wolff. Als Wolff in 1960 de Camera-bioscoop op het Hereplein opent wordt Mozes er de film-operateur en verhuist naar Groningen. In het Nieuwsblad van het Noorden van 16 juni 1979 wordt hij geinterviewd n.a.v. z’n 25 jarig jubileum bij Wolff.

Nieuwsblad van het Noorden, 16-6-1979

 
Grote Leliestraat, even zijde

Grote Leliestraat nr. 2

(tot 1899: L 89): E 569, 1926: E 2722

1832 (art. 2168): Willem Hora Siccama (rentenier) (woont Noorderhaven)

1844 (art. 4558): Uilke Keizer (schoenmaker)

1875 (art. 8000.16): Jan Schilthuis UGzn.(woont Noorderhaven)

1885 (art. 13119): Jan Schilthuis UGzn. & cs

1894 (art. 11608.12): Petrus Luitje Borgman (onderwijzer)

1901 (art. 13967.15): Freerk Nieman (koemelker, +1914), later wed. Grietje Mulder (veehoudster)

1925 (art. 21028.14): Berend Jacob Criens (timmerm.). In 1925 herbouw

1926 (art. 27539): Grietje en Henderika Catharina Schoe

1928 (art. 29021): Jacob Lourens Smit (reiziger)

1929 (art. 29050): Antje Tissing, x Jan Meersma (cafehouder Hoogezand)

1929 (art. 28278): Fokke Douwsma (timmerm.) (woont er)

1958 (art. 41087): Bernardus Johannes Liesting (vakman PTT) (woont er)

1977 (art. 57779): Luis Manuel Nunes Xavier de Medeiros (*1955, reprod.medewerker)

1981 (art. 67186): Harmannus Jan (*1959) en Frederik (*1961) Kamp (wonen er)

Grote Leliestraat nr. 4

(tot 1899: L 90): E 568 , 1845: E 757, 1924: E 2484, 1927: E 2776, 1964: E 3291

1832 (art. 2168): Willem Hora Siccama (rentenier) (woont Noorderhaven)

1844 (art. 4558): Uilke Keizer (schoenmaker)

1875 (art. 8000.17): Jan Schilthuis UGzn. (woont Noorderhaven)

1885 (art. 13119): Jan Schilthuis UGzn. & cs

1894 (art. 11608.13): Petrus Luitje Borgman (onderwijzer)

1901 (art. 15585.2): Koenraad Samuel Berkelo (zaakwaarnemer, koopman)

1913 (art. 19222.4): Anne de Valk (timmerm., +1938), later wed. Remke Boekhold (+1953), nog later 2 dch. De Valk (elk ½). In 1914 herbouwd, daarna E 2484.

1957 (art. 40654): Jan Bathoorn (*1908, schoenmaker) x Hillegonda Brouwer. In 1964 verenigd met stukje erf van E 3263 (van Nw. Kijk in ’t Jatstraat) tot E 3291

1974 (art. 52862): Edward Houting (*1942, grafisch ontwerper) x Maria Elisabeth Siebers (*1938 ) (elk ½) (komen uit H’zand en gaan er wonen)

NB: De gevelsteen ‘1e steen 1-9-1900 B & Jos Kuinders Azn’ , door Edward Houting (?) aangebracht, is (naar alle waarschijnlijkheid) van elders afkomstig

E 567= koetshuis en stalling en E 589=- grote tuin tot aan Noorderhaven

1832 (art. 2168): Willem Hora Siccama (rentenier) (woont Noorderhaven) (NB in 1844 wordt deel van tuin afgescheiden en verkocht als E 745 aan gebr. Bos, zie onder: nr. 12-1 tm 12-7 en 14 tm 18)

1844 (art. 3593.7): Jkhr. Oncko Quirijn Jacob Johan van Swinderen (adv. x Catharina Cornelia van Naamen) (NB koopt ook deeltje van tuin E 589, dat wordt dan E 743). In 1845 stichting: wordt E 758 (tuinhuis), 759 (koetshuis), 760 en 761 (huisjes met erf). Zie hieronder:

Grote Leliestraat nr. 6-6a

(tot 1899: L 91): 1845: E 758 (=tuinhuis), 1865: E 1205, 1877: E 1704, 1949: 3208

(art. 3593.12/7146): Jkhr. Oncko Quirijn Jacob Johan van Swinderen (adv. x Catharina Cornelia van Naamen), later met Petrus Johannes van Swinderen (*1842). Deeltje E 758 gaat in 1865 naar art. 5725

1873 (art. 9959): Petrus Johannes van Swinderen (adv.)

1876 (art. 5044): Harm Eltjes de Jonge (schipper), later Jantje de Jong (x Hendrik Bus). In 1877 bijbouw, daarna E 1704

1915 (art. 20811): Andries Pieters (koopman). In 1916 opbouw

1917 (art. 21376): Filippus Westers (* Delfshaven, scheepskapitein,+1962) x 1905 Janna Meiring (*1881, +1952) (woont er) + knd.: Frans Hendrik (*?), Jan Anna (*1915), Anne (*1917)

1962 (art. 43378): Balthazar Stok (timmerm.) (woont er)

1970 (art. 48686): Jakob Hendrik de Roos (*1913, winkelier) x Eelkje Stienstra (wonen Nw. Kijk in ’t Jatstr. 18)

1979 (art. 61921): Rudy Voet (*1956, rijksaccount.)

Grote Leliestraat nr. 8

(tot 1899: L 92): 1845: E 759(=koetshuis), 1865: E 1204, 1866: E 1208, 1875: E 1599, 1926: E 2723

(art. 3593.13/7146): Jkhr. Oncko Quirijn Jacob Johan van Swinderen (adv. x Catharina Cornelia van Naamen), later met Petrus Johannes van Swinderen (*1842).

1865 (art. 5725): Jan Themmen Doornbosch (negotiant) In 1866 herbouw, daarna E 1208

1869 (art. 8914): Cornelis Poelman (scheepskap.), later wed. Trientje Alberts en knd. In 1875 bijbouw, daarna E 1599

1887 (art. 13582): Henricus Hermannus Poelman (koffiehuishouder, +1901 Bloemendaal), later wed. Maria Meinhardina Poelman (1/2, +1929) en 4 knd. Poelman (elk 1/8)

1897 (art. 15985): Folkert Broos (kamerbehanger)

1924 (art. 23824): Hendrik Simon de Rooij (stoffeerder) (2/3) en 2 knd. (woont nr. 8) (elk 1/6)

1966 (art. 45645): Jan en Berend Bekkering (autohandelaren)

1966 (art. 39551.8): Hinrich Jochem Schaap (*1917, timmerm.-aannemer) x Trijntje Cornelia Terborg

1981 (art. 65371): Frida Elise Maria Schaap (*1944) (woont er)

Grote Leliestraat nr. 10-10a

(tot 1899: L 93): E 760, 1865: E 1203, 1931: E 2833, 1949: E 3209

(art. 3593.14/7146): Jkhr. Oncko Quirijn Jacob Johan van Swinderen (adv. x Catharina Cornelia van Naamen), later met Petrus Johannes van Swinderen (*1842).

1873 (art. 9959): Petrus Johannes van Swinderen (adv.)

1885 (art. 13112): Jan Teunis van Bruggen (timmerm/ bouwkundige). In 1909 verbouw

1930 (art. 29317): Cornelis Gaasbeek

1930 (art. 29631): Johannes Mulder (timmerm.)

1963 (art. 43896): Pieterke Winter, wed. Johannes Mulder (woont 10a)

1967 (art. 45901): Jeltirus Egberdinus Vos (*1917, filiaalhouder) x B. van der Heide (*1920)

1969 (art. 46745): Frederik Vos (*1944, ass. rotatiedrukker) x Grietje Pietertje Douwes (wonen 10a)

1979 (art. 61997): Adrianus Lamers (*1919, koopman) x Johanna Berendina Westera (wonen Nijverdal)

Grote Leliestraat nr. 12-12a

(tot 1870: L 91/4, 1870-’99: L 94): E 761, 1865: E 1202, 1931: E 2832, 1949: E 3210

(art. 3593.15/7146): Jkhr. Oncko Quirijn Jacob Johan van Swinderen (adv. x Catharina Cornelia van Naamen), later met Petrus Johannes van Swinderen (*1842).

1866 (art. 8342): Sjabbe Brons Datema (scheepskap.)

BR 1870: Sjabbe Brons Datema (*1826 Oldehove, zeeman) x Magretha Klaas Heins (*1829) en knd. In 1873 vertrokken naar Winsum.

BR vanaf nov ’73-okt. 74: Jan Willem van Dalfsen (*1853, hulponderw.)

1874 (art. 9281): Jacobus Evenhuis (koopman)(heeft veel bezit)

1874 (art. 10135/9152): Johannes Limborgh (aannemer), later met Eltjo Heiko Limborgh (1/4)

1906 (art. 13112): Jan Teunis van Bruggen (timmerm/ bouwkundige).

1930 (art. 29867): Gerhardus Johannes Nicolaas van Voorn en Johannes Mulder (timmerm.)

1931 (art. 18437.67): Gerhardus Johannes Nicolaas van Voorn (rijw.handelaar)

1941 (art. 34535): Jan Hero Werkman (bouwondern.) en Jan Kamminga (makelaar)

1942 (art. 34182): Pieter Hoekstra (koetsier)

1943 (art. 29701): Fokko Mulder (costumier, +1966)

1956 (art. 33626.14): Pieter Pot (*1895, aannemer) (Volgens NvhN eigendom van Doofstommeninst.)

Adresb. 1958: 12. J. Veenstra (bloemenkoopman); 12a. R. Warners (colporteur), K. Dillema (kok)

Op 5-5-1958 felle brand (zie NvhN 6-5-1958). In ’59 sloop, daarna herbouw

1974 (art. 49498.28): Alle Jacob Schuur (*1933, leraar Nijverheidsonderw.)

1975 (art. 54771): Johannes Mattheus de Valk (*1918, fabrikant, woont Oosterwolde)

1987 (art. 77445): Jan de Valk (*1943, x Henderika Geertruida Aaldriks, *1943, dch. van Jacob Aaldriks, *1917, grafisch ontwerper) (woont er)

 

 

Korendragersgang 12/1 tm 12/7 in 1978 (foto Gezinsbode)

Grote Leliestraat nr. 12/1 tm 12/7

E 745= tuin (komt voort uit E 589, zie boven), 1848: E 809, 808, 807, 806; 1845: 766, 767, 2511

1844 (art. 4569/7151): Jan en Karel Bos (timmerlieden). In 1845 stichting: E 763 tm 1768 (=14 tm 18 en 12-5 tm 12-7) en E 769=tuin. In 1848 in tuin stichting: E 806 tm 1809 (12-1 tm 12-4). NB: in 1856 wordt E 768 met E 763 (aan de straat= 14, zie daar) tot E 972.

1866 (art. 8232/8267): Maria Eleonora Billroth, wed. Jan Bos

1871 (art. 9230): Ellegien Zeeman, wed. Albert Andries Meedema (winkeliersche), later Johannes en Eltjo Heiko Limborgh. In 1906 wordt alles afzonderlijk verkocht.

Grote Leliestraat nr. 12/1

(tot 1870: L 91/5, 1870-1899: L 95): 1848: E 809

1906 (art. 17311): Kornelis van Duinen (* 1849 Grootegast, timmerm-aann.,+1942- x 1878 Fenneke Beukema +1887, x 1889 Ferdina IJszenga) en knd. (bezit veel), later Kornelis jr. (*1907) en andere knd. (w.o. Lubbertus Kornelis, zie onder)

1947 (art. 36054): Lubbertus Kornelis van Duinen (*1894, fabrikant) en Jacob Beukema (bakker)

1949 (art. 17339): Tunnis Rozema (timmerm., + 1954), later wed. Jantje Beukema (+1968) (wonen Nw. Bot.str. 44), nog later knd: Anna (*1912, x Klaas Plas), Sijtze (*1913), Hillegiena (*1917) en Jantina (*1928, x W. Heins)

Adresb. 1958: 12/1. mw. M. de Jong- ter Steeg, gezinsverzorgster

1977 (art. 57923): Egbert Snip (*1945, medewerker soc. Werkplaats)

Grote Leliestraat nr. 12/2

(tot 1870: L 91/6, 1870-1899: L 96): 1848: E 808

1906 (art. 12524): Jan Tinga (timmerm.)

1923 (art 26363): Grietje Frieling

Adresb. 1958: 12/2. M. Schut, hulpstoker

1961 (art. 42675): Mattheus Schut (*1907, stoker/ werktuigkundig amt. x Renske Oldenburg)

1971 (art. 48802/56477): Ger Henderikus Pieter Boonstra (*1947, programmeur, x Geertje ter Steeg)

1981 (art. 65690): Alex Fedde Kalverboer (*1931) (woont Paterswolde)

Grote Leliestraat nr. 12/3

(tot 1870: L 91/5?, 1870-1899: L 97): 1848: E 807

1906 (art. 18488): Hendrik Spekman (timmerm.)

1914 (art. 14986): Elzo de Vries (*1869, bakker, +1943- x Hillina Jacomina Jantina Froma, *1863 Leer)

1943 (art. 17339): Tunnis Rozema (timmerm., + 1954), later wed. Jantje Beukema (+1968) (wonen Nw. Bot.str. 44), nog later knd: Anna (*1912, x Klaas Plas), Sijtze (*1913), Hillegiena (*1917) en Jantina (*1928, x W. Heins)

Adresb. 1958: 12/3. H. Kraan. lichtdrukker

1977 (art. 57920): Robert Hemelrijk (*1946, insp. Verzek.mij)

1977 (art. 57921): Harma Anna de Wit (*1946, secretaresse) (woont Paterswolde) (makelaar I.N.A. de Leeuw ? Zie artikel Gz 23-11-1978)

1981 (art. 64805): Hendrik Johannes Wapstra (*1926) x Rosina Moen (wonen er)

Grote Leliestraat nr. 12/4

(tot 1870: L 91/8, 1870-’99: L 98): 1848: E 806

BR 1870: Henricus Hermannus Deuling (*1805, timmermanskn.)x 1849 Tekela ter Veer (*1815)

1906 (art. 12790.45): Kornelis Mensinga (koemelker,+1908) (woont. Gr. Rozenstraat, zie daar) (bezit veel in de wijk)

1908 (art. 19102.5): Elsje Kapma, wed. Kornelis Mensinga

1911 (art. 14986): Elzo de Vries (*1869, bakker, +1943- x Hillina Jacomina Jantina Froma, *1863 Leer)

1943 (art. 17339): Tunnis Rozema (timmerm., + 1954), later wed. Jantje Beukema (+1968) (wonen Nw. Bot.str. 44), nog later knd: Anna (*1912, x Klaas Plas), Sijtze (*1913), Hillegiena (*1917) en Jantina (*1928, x W. Heins)

Adresb. 1958: 12/4. A. Binksma, wasbaas

1977 (art. 58069): Marius Daniël Lucas Bremmer (*1957) (woont er)

1986 (art. 74399): Iris Lilian Weterings (*1967) (woont er)

Grote Leliestraat nr. 12/5

(tot 1870: L 91/9, 1870-1899: L 99): 1845: E 766

1906 (art. 14986): Elzo de Vries (*1869, bakker, +1943- x Hillina Jacomina Jantina Froma, *1863 Leer)

1943 (art. 17339): Tunnis Rozema (timmerm., + 1954), later wed. Jantje Beukema (+1968) (wonen Nw. Bot.str. 44), nog later knd: Anna (*1912, x Klaas Plas), Sijtze (*1913), Hillegiena (*1917) en Jantina (*1928, x W. Heins)

Adresb. 1958: 12/5. T. Oldenburg

1977 (art. 58070): Cornelis Servaas Pisuisse (*1957) (woont Oldenzaal)

1983 (art. 70124): Tollina Albertina Zijlstra (*1962) (woont er)

Grote Leliestraat nr. 12/6

(tot 1870: L 91/10, 1870-1899: L 100): 1845: E 767

1906 (art. 16368): Willem Dermer (voerman/ meesterknecht)

1929 (art 29136): Jacoba Klaziena Groenhuis, wed. Willem Dermer

1930 (art. 14986.17): Elzo de Vries (*1869, bakker, +1943- x Hillina Jacomina Jantina Froma, *1863 Leer)

1943 (art. 17339): Tunnis Rozema (timmerm., + 1954), later wed. Jantje Beukema (+1968) (wonen Nw. Bot.str. 44), nog later knd: Anna (*1912, x Klaas Plas), Sijtze (*1913), Hillegiena (*1917) en Jantina (*1928, x W. Heins)

Adresb. 1958: 12/6. L. Wagter, bewaarder strafgevangenis

1977 (art. 57920): Robert Hemelrijk (*1946, insp. Verzek.mij)

1977 (art. 57921): Harma Anna de Wit (*1946, secretaresse) (woont Paterswolde) (makelaar I.N.A. de Leeuw ? Zie artikel Gz 23-11-1978)

1980 (art. 63340): Tjerk Hidde van der Kolk (*1956)

1985 (art. 73196): Anne Peter Mario van der Mey (*1963) (woont er)

Grote Leliestraat nr. 12/7

(tot 1870: L 91/11?, 1870-1899: L 101): onderdeel van E 972, 1920: E 2511

Tot 1920 zie bij nr. 14.

1919 (art. 23405): Jan Lammert Melessen (kastelein) en Elzo de Vries (zonder). In 1920 gesplitst in E 2510 (zie bij nr. 14) en 2511.

1920 (art. 14986): Elzo de Vries (*1869, bakker, +1943- x Hillina Jacomina Jantina Froma, *1863 Leer)

1943 (art. 17339): Tunnis Rozema (timmerm., + 1954), later wed. Jantje Beukema (+1968) (wonen Nw. Bot.str. 44), nog later knd: Anna (*1912, x Klaas Plas), Sijtze (*1913), Hillegiena (*1917) en Jantina (*1928, x W. Heins)

Adresb. 1958: 12/7. Mw. G. Heida-Pleiter

1977 (art. 57920): Robert Hemelrijk (*1946, insp. Verzek.mij)

1977 (art. 57921): Harma Anna de Wit (*1946, secretaresse) (woont Paterswolde) (makelaar I.N.A. de Leeuw ? Zie artikel Gz 23-11-1978)

1978 (art.: 58204.20): Hendrik Cornelis van Caem (*1954, student) (woont Nw. Kerkhof 20, bezit veel!)

1979 (art. 60842): Jan Bernardus Wolters (econ.) en Hendrik Cornelis van Caem (elk ½)

1979 (art. 61049): Derk Morreau (*1957, student)

1981 (art. 66983): Job Johan Leene (*1963) (woont er)

1985 (art. 73328): Augusta Christina Den Bandt (*1966) (woont er)

Grote Leliestraat nr. 14

(tot 1870: L 91/12, 1870-1899: L 101): E 763, 1856: E 972, 1920: E 2510, 1949: E 3212

1844 (art. 4569/7151): Jan en Karel Bos (timmerlieden). In 1845 stichting: E 763 tm 1768 (=14 tm 18 en 12-5 tm 12-7, zie boven). In 1856 wordt E 763 verenigd met achterliggende E 768 tot E 972.

1866 (art. 8232/8267): Maria Eleonora Billroth, wed. Jan Bos

BR 1870: L 91-12/ L 101: Albert Andries Meedema (*1809, +1870) x Ellechien Zeeman (*1834) + anderen

1871 (art. 9230): Ellegien Zeeman, wed. Albert Andries Meedema (winkeliersche), later Johannes en Eltjo Heiko Limborgh. In 1906 wordt alles afzonderlijk verkocht.

1906 (art. 18487): Jacob Aaldriks (pakhuisknecht)

1906 (art. 18527) Fenna Boer (winkeliersche) en Jantina Chrstiania Boer (winkeliersche)

1918 (art. 22355): Dirk Jacobus Sibers (melkventer)

1919 (art. 21814): Obbe Erenstein (timmerman, +1924)

(art. 23405): Jan Lammert Melessen (kastelein) en Elzo de Vries (zonder). In 1920 gesplitst in E 2510 en 2511 (zie bij 12/7)

1920 (art. 23320): Jan Lammert Melessen (kastelein)

1921 (art. 24643): Albert van Dammen (koemelker, woont Helpman)

1922 (art. 25752): Cornelia Gerritdina Huizing, wed. Jan Tepper

1923 (art. 26268): Martinus Vos. In 1930 verbouwd

1949 (art. 32446.7): Pieter Bolhuis (schipper/ scheepskap., +1962) x 1916 Hinderkien de Groot

1962 (art. 39992.21): Jan Wiebe Boersma (koopman)

1968 (art. 46781): Jan Hendrik Knol (*1927, dakbedekker) x Rika König (*1930) (wonen Hoogkerk)

1982 (art. 67935): Evert Wolters (*1927) (woont Aduard)

Grote Leliestraat nr. 16

(tot 1870: L 91/13, 1870-1899: L 102): 1845: E 764, 1949: E 3213

1844 (art. 4569/7151): Jan en Karel Bos (timmerlieden). In 1845 stichting: E 763 tm 1768 (=14 tm 18 en 12-5 tm 12-7, zie boven)

1866 (art. 8232/8267): Maria Eleonora Billroth, wed. Jan Bos

BR 1870: L 91-13/ L 102: Klaas Jans Heins (*1791, +1870) x Bougien (‘Bouwina’) Berends Nuisker (*1797, +1880)

1871 (art. 9230): Ellegien Zeeman, wed. Albert Andries Meedema (winkeliersche), later Johannes en Eltjo Heiko Limborgh. In 1906 wordt alles afzonderlijk verkocht.

1906 (art. 17634): Kasper Schut (schipper)

1919 (art. 21814.9): Obbe Erenstein (timmerman, +1924)

1919 (art. 23320.3): Jan Lammert Melessen (kastelein)

1924 (art. 26517): Filippus Heininga (*1888 S’meer, schipper, +1939 R’dam) x 1913 Eike Geessina Horrel (*1889,. +1981), later wed. (2/3) en 2 dch. (elk 1/6) (wonen er, daarna Coendershof)

Adresb. 1924: wed. J.J. Schattenberg (=Johanna Maria Constantina Savenije, +1925)

Adresb. vanaf 1925: F. Heininga, werkman, later: wed. E.G. Heininga-Horrel

1979 (art. 60819): Jabbe Bartholomeus Huizenga (*1950)

 

Grote Leliestraat nr. 18

(tot 1870: L 91/14, 1870-’99: L 103): E 765, 1949: E 3214

1844 (art. 4569/7151): Jan en Karel Bos (timmerlieden). In 1845 stichting: E 763 tm 1768 (=14 tm 18 en 12-5 tm 12-7, zie boven)

1866 (art. 8232/8267): Maria Eleonora Billroth, wed. Jan Bos

BR 1870: L 91-14/ L 103: Johannes Spies (*1823, kleermaker) x Grietje Wolters (*1819) + knd

1871 (art. 9230): Ellegien Zeeman, wed. Albert Andries Meedema (winkeliersche), later Johannes en Eltjo Heiko Limborgh. In 1906 wordt alles afzonderlijk verkocht.

1906 (art. 18486): Willem Meulman (tapper, winkelier)

1923 (art. 26175): Hendrik Vrieze (beeldhouwer)

Adresb. 1924: H. Vrieze (beeldh.kn.)

1929 (art. 29156): Harmke Teeninga (woont er). In 1930 verbouw

Adresb. 1933: mej. H. Teeninga, werkvr.

1933 (art. 11039): Harm Wedema (verfhandelaar, woont Nw. Ebb.str 13, +1942), later wed. Elisabeth van Hoften (2/3) en 2 zn. (elk 1/6)

Adresb. 1938

tm i.e.g. ‘68: A. Kamstra, werkm. (’61 met H. Kamstra, kleerm.)

1951 (art. 36457.17): Herman Olthoff (cafehouder, +1959), later wed. Henderika Bruintjes Kruitmoes/ Lubbert Wassing (aannemer) (elk ½)

1969 (art. 47378): Arend Pilon (*1901)

Adresb. 1972: A.H.E. Pilon, J.K.A. v.d. Vliet

1975 (art. 54795): Matthijs Johannes Janssen (*1927, hoogleraar, woont Haren)

 

Grote Leliestraat nr. 20

(?-1899: L 104): E 566 (stal), 1908: E 2406 (huis), 1970: E 3305, 1981: E 3370A1-A2

1832 (art. 38): Willem Arkema (rentenier)

1850 (art. 5356): Hamo Bellinga (gepens. Ontvanger, +1855)

1856 (art. 6257): NV Groninger IJzer & Metaalgieterij

1859 (art. 3593.45): Jkhr. Oncko Quirijn Jacob Johan van Swinderen (adv. x Catharina Cornelia van Naamen), later met Petrus Johannes van Swinderen (*1842)

1871 (art. 5218.5) Johannes Harms Waterbe(o)rg (* 1821, zee-kapitein/schipper, x 1849 Karsina de Boer, +1906)

Adresb. 1880: L 104: J.A. Waterborg

1907 (art. 11916.23): Luitje Mulder (* Halte, D, koopman, fruithandel.,+1917) x 1896 Elizabeth Themmen (+1913), knd: Fokko Cornelis (*1898), Cornelus Hermanus Klaas (*1900), later 2 zn (elk ½)

L. Mulder vergroot het huis naar achteren in 1907. Daarna huis en erf E 2406

1914 (art. 13809.81): GHrietje Westers, wed. Conradus Kiers (bloemkweekersche)

Adresb. 1924: wed. C. Kiers

1927 (art. 28032): Wesselius Huiser (kleerm.) (woont er)

Adresb. 1933: W. Huiser Wzn. Dames- en Heerenkleerm.; mej. H. Huiser-Bokkens, verloskundige

1934 (art. 27746.7): Jacobus Hinderikus Buser (*1896, aannemer, +1958) x 1922 Johanna Folkers, later wed. (5/8) en Margien (x H.Th. Bunt, timmerm), Lucas Johannes Henderikus (onderw.), Jacobus Henderikus Lucas (automont.)(elk 1/8). In 1934 verbouw

Adresb. 1938 tm i.e.g. ‘58: J. H. Buser Jzn., timmerm.-aann.; 20a: R. Bijleveld, beambte Tel.

Adresb. 1961 tm i.e.g. ‘72: 20: mevr. J. Buser-Folkers, (’61 ook: J.H.L. Buser, automonteur)

Adresb. 1961: 20a: H.Th. Bunt, timmerm.

Adresb. 1972: 20a: W. Posthumus, H. Onstwedder

1981 (art. 64827): Johannes Heinrich Gerardus Jozef Holthinrichs (*1950) (woont er; zie ook nr. 24).

In 1981 splitsing van E 3305 in appartementen en daarna verkocht 1981: 20a (art. 64827): Bert Johan Boot (*1949, psycholoog) (woont er)

1981 20-20a (art. 615790): VvE 20 en 20a

Grote Leliestraat nr. 22

(tot 1870: L 92, 1870-’99: L 105): E 565, 1875: E 1600

1832 (art. 541): Albert Jacobs Doornbos (koopman)

1832 (art. 1742): wed. Albert Geerts Nieveen (rentenier)

1845 (art. 565/7397): Willem Jan Drewes (schipper/ eigenaar)

BR 1870: L 92/ L 105: Sietse Mees (*1827, schipperskn.) x Rimke Olthoff (*1825) + knd

1873 (art. 9954): Pieter Abels Bolhuis (letterzetter)

1874 (art. 6672.90/10130): Hindericus Hindriks Sprik (koopman) (bezit heel veel). In 1874-‘75 herbouw daarna E 1600

1891 (art. 14446): Berend Jansen (bezit veel)

1896 (art. 15694): Jan Mooi (scheepskap.), later wed. Aaaltje Dost (3/4) en Jan Gerrit Mulder (1/4)

1916 (art. 20940): Hendrik Evert Tattje (schipper) (*1879, woont Reitdiepskade), later 2 zn. Tattje (veel bezit)

Adresb. 1924 tm i.e.g. ‘33: wed. D. Buining

Adresb. 1938: J. Post, matroos

Adresb. 1950 tm i.e.g. ‘58: J.H. Kram, mag.bed.

1972 (art. 49795): Hendrika Wilhelmina Johanna van Apeldoorn (*1917, woont A’dam, x Dr. S.J. Ridderbos)

1981 (art. 66305): Meindert velthuis (*1958, woont er)

1983 (art. 70170): Rouke Gerrit (*1940) en Frans Albert Broersma (*1963, woont er)

Grote Leliestraat nr. 24

(tot 1870: L 93, 1870-’99: L 106): E 564, 1874: E 1550 en 1551, 1946: E 3119, 1949: E 3215 (werkpl.)

1832 (art. 1742): wed. Albert Geerts Nieveen (rentenier)

1845 (art. 565/7397): Willem Jan Drewes (schipper/ eigenaar)

BR 1870: L93/L 106: Jacobus Fransen (*1829) x Jantje Schaap (*1830) + 3 knd

1873 (art. 9953): Aaltje Kuipers, wed. Gerrit Meulink (+1912). In 1874 herbouw daarna E 1550 en 1551 (beide: huis & erf)

1902 (art. 17247): Hendrik Scheeris (musicus), later wed. Harmtjen Bouman

1908 (art. 19131): Johannes van Eunen (rijw.handelaar Poelestr.)

1918 (art. 22340): Pieterke Kuipers, wed. Ate Wielinga (koopvr.)

1921 (art. 23573): Pieter Hovinga (schipper/koopman) en 7 knd (elk 1/7)

1922 (art. 25193): Filippus Kuipers (koopman)

Adresb. 1924: F. Kuipers , winkelier

1928 (art. 21850): Klaas Briek, later wed. Betje Goossens

Adresb. 1933: C. Kunst

Adresb. 1938: H. Bitter, kleerm.

1940 (art. 27746): Jacobus Henderikus Buser jr. (aannemer, +1958), later wed. Johanna Folkers (woont nr. 20) (5/8) en 3 knd. Buser (elk 1/8). In 1943 verbouwd tot werkplaatsen. In 1946 verenigd tot E 3119.

Adresb. 1950: werkplaats (ontbreekt in ’58)

1981 (art. 64827): Johannes Heinrich Gerardus Jozef Holthinrichs (*1950) (zie ook nr. 20)

Grote Leliestraat nr. 26

(tot 1870: L 94- 94a, 1870-’99: L 107): E 563, 1949: E 3216

1832 (art. 2585): wed. Hindrik Wams (schipper)

1845 (art. 4666): Johannes Wessels (timmerm, later tuinman, koopman)

1861 (art. 6697): Gerlof Freerks Waterborg  (Waterberg) (+1873)(schipper), later wed. Trijntje Tjarks de Boer (+1908), nog later knd. Waterborg

BR 1870: L 94/ L 107: Gerlof Freerks Waterbe(o)rg (*1821, schipper binnenvaart, +1873) x Trijntje Tjarks de Boer (*1825) + 6 knd.

L 94a/ L 107: Betje Boer (*1815) en zuster Hinderkien Boer (*1821,+1871)

Adresb. 1880: L 107: wed. G. Waterberg /Waterborg

1919 (art. 19211): Steffen van Dijk (schilder), Engelbert Heinrich Paap (schipper/zonder)

1919 (art. 23075): Pieter Smit (koetsier/veehouder), later wed. Hendriktje de Noord (2/3) en 2 zn. Smit (elk 1/6) (woont eerst Noordhorn. Later nr. 26)

Adresb. 1924 tm i.e.g. ‘33: P. Smit, werkm.; J. Smit, klerk Rijksbel.

Adresb. 1938: wed. H. Smit- de Noord; J. Smit, klerk Rijksbel.

1943 (art. 35154): Hendrik Pot (rustend schipper) (woont er)

Adresb. 1950 tm i.e.g. ’58: H. Pot

1962 (art. 43531): Hermannus Pot (ijzervlechter, *1912) (woont er)

1978 (art. 59135): Jan Flap en Gerben Besling (elk ½) (wonen beiden Abel Tasmanweg Lutjegast) (bezitten meer)

1978 (art. 59693): Albert Pierre Aldenkamp (student, *1951) en Johan Hendrik Jacob v.d. Hurk (student *1952) (elk ½)

1979 (art. 62601): Johan Hendrik Jacob v.d. Hurk (student *1952) en Reina Phila Gratia v.d. Hurk (groepsleidster, *1955) (elk ½)

1982 (art. 71509): Annelies de Weerd (*1965) (woont er)

 

Grote Leliestraat nr. 28

(tot 1870: L 95, 1870-’99: L 108): E 562, 1925: E 2641

1832 (art. 2799): Nomdo Zuidema (houtkoper, +1839, Oude Ebb.str), later knd.

1840 (art. 3910): Bastiaan Vleisman (rentenier)

1856 (art. 4364.10): Evert Vleisman (Papiermaker/moesker)

1859 (art. 6849.6): Jantje Vleisman x Jan Wijchers (moesker)

BR 1870: L 95/ L 108: Tonko Tonkens (*1808, klerk) x Tietje Vonk (*1803). In 1878 vertr. naar Veendam

1876 (art. 10566/6697.7): Trijntje Tjarks de Boer (+1908), wed Gerlof Freerks Waterborg (Waterberg) (+1873)(schipper), later knd. Waterborg

1919 (art. 19211): Steffen van Dijk (schilder), Engelbert Heinrich Paap (schipper/zonder)

1919 (art. 23075): Pieter Smit (koetsier/veehouder), later wed. Hendriktje de Noord (2/3) en 2 zn. Smit (elk 1/6) (woont eerst Noordhorn. Later nr. 26)

1924 (art. 26656): Pieter Smit (kleerm.) (woont Zoutstr. 27a, later Nw. Ebb.str. 129). In 1924 opbouw

Adresb. 1924: B. Bijsterveld, 1e klerk Gem. waterleiding

Adresb. 1933: P. Smit, Dames- en Heerenkleerm.

Adresb. 1938 tm i.e.g. ‘50: W. Cock, kleerm. (later kruidenier)

1943 (art. 35277): Pieter Smit, later wed. Trijntje Beerta (woont er niet)

Adresb. 1958: m mw. C.E. Cock-Nienhuis, kruidenierster

1975 (art. 44946.10): Siebrand van der Veen (*1935, meubelstoffeerder, later kamerverhuurder, x Cornelia Teeninga) (woont Lopende Diep ZZ) (bezit veel)

1986 (art. 75775): VOF Woningexpl. Fa. S. v.d. Veen

Grote Leliestraat – oude nr. 30

(tot 1870: L 96, 1870-’99: L 109): E 561

1832 (art. 2317): wed. Jan Steenwijk

1857 (art. 2316): wed. Albert Steenwijk

1857 (art. 744): Poppe Garmers (steenkoper, +1857)

1858 (art, 6691): Sjabbe Brons Datema (schipper)

1863 (art. 7727):Hendrik Christiaan Haak Nanninga (pakhuiskn.)

1867 (art. 8628): Geert Jacob Hoekstra (schipper)

BR 1870: Geert Jacobs Hoekstra (*1837, zeekapitein) x Agatha Conraads Meijer (*1839) + 5 knd.

1877 (art. 10843): Johanna Maria Elisabeth Rediger (x 1870), wed. Jan Tjakkes Wieringa (*1808,+1875, was 2x weduwnaar, eerst voerman, later bleeker)

1901 (art. 10959.71): Juff. Pieternella en vrouwe Ludewé Vinks Huis

Adresb. 1924: J. Kater

Adresb. 1933 tm i.e.g. ‘38: wed. R. Detz

In 1940-’41 afbraak en nieuwbouw, daarna nr. 34/17 (zie verder hieronder)

Grote Leliestraat – oude nr. 32

(tot 1870: L 97, 1870-’99: L 110): E 560

1832 (art. 2317): wed. Jan Steenwijk

1857 (art. 2316): wed. Albert Steenwijk

1857 (art. 744): Poppe Garmers (steenkoper, +1857)

1858 (art. 6692): Pieter Damsté Brouwer (korenmeter)

1865 (art. 6634): Geert Oetzes Bakker (schuitevaarder)

BR 1870: L 97/ L 110: Emmericus Frans Braaksma (stud.oppasser) (x Trijntje Jacobs de Jong- +1855 Schuitendiep) + knd.: Boelo (*1835), Anna Catharina (*1841) x 1870 Michiel Bruins (*1847) + 2 anderen

1876 (art. 10463): Antoon van der Wal (meterweger)

1894 (art. 10959.55): Juff. Pieternella en vrouwe Ludewé Vinks Huis

Adresb. 1924: wed. P. de Vries

Adresb. 1933 tm i.e.g. ‘38: wed. J. Mees

In 1940-’41 afbraak en nieuwbouw, daarna nr. 34/15 (zie verder hieronder)

 

Grote Leliestraat – oude nr. 34

(tot 1870: L 98-98a, 1870’99: L 111): E 559 en E 556(= grote tuin erachter), 1869: E 1299

1832 (art. 1440): Regnier Lamot (banketbakker)

1869 (art. 8359): Hendrik Kuipers (tuinier) (bezit ook E 459 en 460 Gr. Leliestr. NZ). In 1869 bijbouw, daarna E 1299 (huis), 1300 (stal), 1301 en 1302 (bloemkasten) en 1303 (tuin)

1871 (art. 3285): Ludewé Vink, wed. Antoni Janson. In 1873 afbraak en herbouw.

Grote Leliestraat – oude nr. L 112

(tot 1870: L 99, 1870-1873: L 112, daarna bij L 111): E 558

1832 (art. 2760): Ebel van der Woude (vader in Doofst.Inst.)

1837 (art. 909.9): Bernard van der Haar (* ca. 1795, Liener, D, kastelein, +1854) later wed. (3e vrouw) Janna Hindriks Bont

1860 (art. 5414.11): Hendrik Jans Ketelaar (schipper)

BR 1870: L 99/L 112: Wessel Wessels Onstwedder (*1821, zeilmakerskn., later schipper) x 1854 Aintje ten Camp (*1819) + dch

1871 (art. 3285.18): Ludewé Vink, wed. Antoni Janson

 

Grote Leliestraat – oude nr. L 113

(tot 1870: L 100, 1870-1873: L 113, daarna bij L 111): E 557

1832 (art. 551): Bernardus Dopheide (vooorman)

1836 (art. 909.10): Bernard van der Haar (* ca. 1795, Liener, D, kastelein, +1854) later wed. (3e vrouw) Janna Hindriks Bont

1860 (art. 5414.10): Hendrik Jans Ketelaar (schipper)

BR 1870: L 100/L 113: Willem Koert Slik (*1828, schipper) x 1853 Grietje Hendriks Kladder (*1823) + 4 knd

1871 (art. 3285.17): Ludewé Vink, wed. Antoni Janson

Grote Leliestraat – oude nr. L 114

(tot 1870: L 101, 1870-1878: L 114, daarna bij L 111): E 555

1832 (art. 1104): Hendrik Hoving (rentenier)

1852 (art. 4490.3): Tamme Bouwkamp (blikslager)

1870 (art. 9177.2): Gompel Levie (koopman)

BR 1870: Hendrik Wilkens (*1833, scheeptimmerm.kn.) x Jantje Aagtje Reijsevoord (*1833) + 2 stiefzn. Kuipers en dch. Jakobje Wilkens

1874 (art. 9305.2): Abraham Bargeboer van Hessen (vleeschh.)

1878 (art. 10959.25): Juff. Pieternella en vrouwe Ludewé Vinks Huis

E 554= huis, 1856: pakhuis

1832 (art. 2343): Pieter Suidingh (onderwijzer), later wed. Antje van Dalen

1869 (art. 8975): Johanna Suidingh, wed. Jan oeges de Waard (broodbakker)

1870 (art. 8359): Hendrik Kuipers (tuinier)

1871 (art. 3285): Ludewé Vink, wed. Antoni Janson.

Grote Leliestraat – oude nr. ?

(tot 1870: L 102, 1870-?: L ?, vanaf 1878: L 114 ?): E 553

1832 (art. 1004): wed. Jan Willem Hasse

1833 (art. 2780.3): Jan Wijn(h)and (timmerm.)

1858 (art. 6312.2): Helena Wijnand (zonder)

1870 (art. 9194): Henderikus Meijer (timmerm.)

1874 (art. 10054): Johann Georg Traudes (*1836 Wilsenroth, D, Koopman, +1921, x 1874 Anna Maria Carolina Korte)

1877 (art. 10844): Jantje Jans Ligger

1879 (art. 10959.29): Juff. Pieternella en vrouwe Ludewé Vinks Huis

BR 1880: L 114: Menno Arbeider (*1832, schipper) x 1878 Frouwke Tuil (*1829) + 7 knd.

L 114a: Albert Arbeider (*1834, schipper) x Siebertje Klugkist (*1834) + 7 knd.

Grote Leliestraat nr. 34: Pieternella Gasthuis

1877: E 554, 1468 tm 1490, later meer kadasternrs.

 (art. 3285): Ludewé Vink, wed. Antoni Janson.

1877 (art. 10959): Juff. Pieternella en vrouwe Ludewé Vinks Huis.

In 1878 eerste aankoop: E 555. In 1878-’79 bouw 4 woningen en overdekte poort op plek E 554, 555, 1468 tm 1473 en 1736, 1737, worden daarna E 1765

Hulpkaart kadaster 1873 met de eerste bebouwing op de plek van de oude kadasternrs. E 1299, 558 en 557 aan de straat, met de oude huisnrs. L 111 tm 113 (zie vage potloodnoteringen). De kadasternrs. E 1475 tm 1480 en 1481 tm 1486 zijn in de jaren 60 afgebroken.

Hulpkaart kadaster 1880 met nieuwe poortgebouw (rose) met 4 woningen: E 1765

 

Stadsmonumentenbord:

Toen Ludewé Vink in 1870 na drie echtgenoten en zoon Pieter ook nog dochter Pieternella verloor, besloot ze ‘ter vereerende nagedachtenis’ een gasthuis te stichten. Hiertoe kocht ze het volgende jaar aan de Grote Leliestraat van tuinier Hendrik Kuipers een huis, een stal, enkele bloemkasten en een grote tuin. Nadat Ludewé nog twee naastgelegen panden had verworven, liet ze haar aankopen in 1873 slopen en 21 huisjes bouwen. Omdat haar laatste man – Antoni Janson – reder was geweest, mochten schippers als eersten een plaatsje zoeken in het nieuwe gasthuis.

In december 1877 – enkele maanden na Ludewé’s overlijden – stelden de voogden een ‘reglement van orde’ op. Naar de wens van de stichteres moest de ‘levenswandel’ van de conventualen voorbeeldig zijn. Als zij zich toch vergrepen aan ‘sterken drank’ of door ‘gedurige twist of andere ongeregeldheden’ de orde verstoorden, dan werd hun wekelijkse uitkering ingehouden. En de ‘tijdelijke administrateuren’ behielden zich altijd het recht voor ‘hem of haar of wel beide, Ehelieden zijnde, uit het gesticht te verwijderen’.

 Ondanks de dreigende reglementstaal had de voogdij over belangstelling nooit te klagen. Daarom werden na aankoop van twee percelen aan de straat in 1878 vier woningen en een overdekte poort bijgebouwd. En in 1895 en 1906 volgden aan de oostzijde tweemaal elf woningen. In de twintigste eeuw breidde het gasthuis nog verder uit door aankoop van panden aan de Grote Leliestraat en Havenstraat. Na sloop zorgden de architecten G. Hoekzema Kzn (1914-’15), E. van Linge (1935) en zijn medewerker G. Bosma (1940-’41) voor nieuwbouw.

Aanvankelijk deden de bewoners het zonder elektriciteit, maar dit veranderde toen er in de Eerste Wereldoorlog gebrek aan petroleum was. Elk huis kreeg een peertje, maar het licht werd wel collectief door de huismeester aan en uitgedaan. Pas in de jaren zestig kreeg iedere woning een zelf te bedienen stroomsysteem.

 De ‘nieuwe tijd’ bracht ook andere veranderingen. Zo gingen eind jaren zestig twee van de oudste blokken tegen de vlakte en andere woningen werden samengevoegd. Wat niet veranderde was dat het complex een gasthuis bleef met een eigen bestuur, dat nog altijd vergadert in de stijlvolle voogdenkamer op Noorderhaven 23.

Legenda

Havenstraat

Grote Leliestraat nr. 36

(1872-1899; L 146, 1899-1921: 40): deel van E 523 (erf, zie Havenstraat 30), 1872: E 1362

1832 (art. 1219): Andries Geerts Jonkhoff (schipper)

1846 (art. 4329): Jouke Martens Ruiter (timmerm.)

1852 (art. 5575): Jan Douwes de Boer (dienstkn.)

1861 (art. 7384): Steintje Erenstein ( x Martinus van Ikelen, zeepziederskn.). In 1872 bijbouw, daarna E 1362, 1363 en 1364. De laatste 2 worden 1874 verkocht aan art. 9031.30 en 31 (zie Havenstraat)

1876 (art. 9031.35): Berend Hindriks Woldhoorn (broodbakker)

1877 (art. 10791): Albert van Zanten (zonder)

1883 (art. 10478.6): Willem Theodorus Zuidberg (timmerm.)

1904 (art. 17291.9): Jan Vos jr. (koopman, sig.handelaar)

Adresb. 1920/’22: 40/36: J.H. Kram, werkm.

1955 (art. 32428.5): Pieter Vos (boekh., procuratieh.)

1981 (art. 41000.9342): gem. Groningen

1984 (art. 70966): gem. Groningen en St. Stadsherstel

1985 (art. 73232): gem. Groningen en Trudy Boere (*1967) (woont er)

Grote Leliestraat nr. 38

(tot 1870: L 105, 1870-1899: L 147, 1899-1921: 42): E 522

1832 (art. 1219): Andries Geerts Jonkhoff (schipper)

1846 (art. 1715): Henricus v.d. Nap (zadelmaker, +1862 Nw Ebb.str. O 14)

1850 (art. 5360): Wijbet Geerts Westenborg (zoutziederskn., +1889) x Geertruda Hindriks

1877 (art. 9338): Neeltje Eisses (+1891)

1891 (art. 9123.25): Derk Eisses (timmerm.,+1901), later wed. Aagje Everts Pluktje (+1911) (1/2) en knd.

1911 (art. 19880): Geert van der Lande (schipper, +1915, x Willemtien v.d. Veen, + 1882), later wed. Pietertje de Boer (+1922)

Adresb. 1920/’22: 42/38: wed. G. v.d. Lande

1922 (art. 25317): Cornelis van der Lande (meubelmaker) (woont er). In ’61 onbewoonb. Verklaard

1981 (art. 41000.9308): gem. Groningen

1985 (art. 70966): gem. Groningen en St. Stadsherstel

1985 (art. 73340): gem. Groningen en Klaas Jan Terwal (*1966) (woont er)

Grote Leliestraat nr. 40-42

(aanv. genummerd Spinhuisstr.: tot 1822: E 173, 1822-1870: L 6-L 6a, 1870-’99: L 7, 1899-1921: 44-46) (zie ook Zoutstraat 31-33): E 520 (521), 1876: E 1671 (nr. 42) en 1672 (nr.40), 1927: E 2774, 1931: E 2870

BR 1822: E 173/L 6: wed. J. Hoogland (winkelier)

1832 (art. 1089): (Willempien Wichers) wed. Hendrik Hoogland (+1816, Spinhuisstraat E 71) (koopvrouw)

1849 (art. 4906): Fokkelina Boon

1854 (art. 6016): Klaas Hermannus Siersema (zeeman)

1856 (art. 4152): Hinderkien Wilkens (boekverkooper, +1859) , wed. (NB eerder al 2x weduwe) Theodorus Spoormaker Oostinga (vader in het Nosocomium Academicum, +1845)

1859 (art. 6897): Johan Christiaan Philip Bolland (Koopman)

1860 (art. 7008): Willem van Vliet (smidsknecht/ winkelier), later met Adam van Vliet. In 1876 splitsing waarna: E 1671 ( hoek Spinhuisstr.) en 1672 (Gr. Leliestr.)

BR 1870: L 6/L 7 (Spinhuisstr.): Willem van Vliet (*1828, winkelier, +1871) x Geertien Schoenmaker (*1828, +1872) + 4 knd.

Van apr.-dec. 1876: Tjalling Jongsma x Trijntje Havinga + 4 knd.

BR 1870: L 6a/ L 7: Jakob Damminga (*1837, zilversmid) x Deetje Kuip[ers (*1837) + 3 knd.

1881 (art. 11544/ 9988): Johann Georg Traudes (*1836 Wilsenroth, D, x 1874 Anna Maria Carolina Korte) (bezit meer in de straat)

1890 (art. 10893): Hendericus Smit (*1832, kleermaker, +1905) x 1850 Cornelia Venema (*1828,+1913), knd.: Helena (*1851), Johanna (*1855), Johannes (*1860), Hinderikus Casemirus (*1868)

BR 1890: Johanna Smit (*1864, RK) en Hinderikus Casemirus Smit (*1868, kleermaker, RK), daarna:

Hinderikus Casemirus Smit (*1868, kleermaker, RK) x febr. 1890 Maria Johanna Herfkens (*1867) + 6 knd, w.o. Gerhardus Jacobus *1840  (en tijdelijk zus Herfkens). NB. Hij wordt dec. 1892 failliet verklaard

BR 1900: Gerhardus Jacobus Smit (*1840, kastelein, RK) x 1864 Magrita Christina Weisbeek (*1841) + knd. ; later Singelstr. 6, enz, (NB: Zij woonden aanv. o.a. Achter de Muur)

NB: Nieuwsblad van het Noorden, 29-4-’35: viering 100-jarig bestaan van het café: 1900-1935

1904 (art. 17692): Mense ten Hoove (*1867, eerst letterzetter, daarna kastelein, +1950) x 1892 Catharina Maij (*1867) (woont er).

Het echtpaar krijgt tussen 1892 en 1908 acht kinderen, waarvan twee meisjes Gezina Wobbina die beiden jong overlijden. De vijf zoons, waaronder ‘Chris’ (zie onder) vinden allen werk in de horeca.

Het oude cafe op de hoek van de Zoutstraat

Adresb. 1920: 44: J. Ulot, tuinier; 46. M. ten Hoove, caféhouder

Adresb. 1922: 40: G.F. Noordberger, rijwielh.; 42: J.F.C. ten Hoove, Caféh.

Adresb. 1924: 40: W. Hesseling, voerm.kn.; 42: J.F.C. ten Hoove, Caféh.  

1925 (art. 27089): Johan Fredrik Christiaan (‘Chris’) ten Hoove (*1895, caféhouder, +1963, x 1920 Jantje de Munck, *1898). In 1926 sloop en herbouw van E 519, 1671,1672 en 2196, wordt café, winkel en bovenwon. (zie gevelsteen aan Zoutstraat: ‘J.F.C. ten H. en J. de M 1926’), daarna E 2774 (woont Zoutstr. 31). Later wed. Jantje de Munck (3/4) en dch. Catharina (*1921, x 1943: Jan Nienhuis, +1970) (1/4), later ook 4 knd. Nienhuis (elk 1/40)

Nieuwsblad van het Noorden 21-5-1926

Nieuwsblad van het Noorden, 26-11-1926: J.F.C. ten Hoove opent er slijterij en opende ernaast  ‘onlangs’ café De Zoutklip, beide gebouwd door T. Holthuis Kzn.

Het nieuwe cafe op de hoek van de Zoutstraat

Kop d’r Veur, nov.-dec. 2009 (door: Margriet ter Steege):

Herinnering van ‘Luffina Alders- ten Hoove, geboren in 1929, dochter van Jacob Pieter ten Hoove, één na jongste broer van Johan Fredrik Christiaan ten Hoove. Zij kan zich nog heel goed herinneren dat zij als kind heel vaak bij haar ome Chris en tante Jantje in café de Zoutklip is geweest. Het was er altijd erg gezellig en het rook er altijd naar boenwas. Zij vertelde ook dat de moeder van haar opa Mense ten Hoove ooit in het pand is begonnen met een winkeltje. Haar oom en tante zijn later naar Veendam gegaan en het café werd overgenomen’.

Adresb. 1968: 40: H. Bitter, kleermaker; 42: Café slijterij J.F.C. ten Hoove

Adresb. 1972: 40: A. Rietsema-Monningh; 42: J. v.d. Pers-Buitenkamp

1977 (art. 58004): Gerardus Boekhoven (*1909, Haren)

1977 (art. 58399): Noordererf Bouw- en Exploitatie mij. te Hoogezand

1977 (art. 58536): Marinus Frederik Prummel (*1924, verzek.insp.)

1977 (art. 58543): Nanko Geerdinus van Buuren (*1951, soc.-cult. werker) en Anna Frouke Keuning (*1940, soc.-cult. werkster). In 1985 splitsing in appartementen, daarna art. 72943: VvE

Nr. 40 (art. 72944): Marie Louise Reneman (*1961)

Nr. 42 (+ Zoutstr. 31) (art. 72946): Jan Veen (*1956) en Frederik Willem Douwsma (*1953) (elk ½)

2006: Fred Helleman (zie Kop d’r Veur, nov.-dec. 2009)

nu: VvE

 

Zoutstraat

Het Tuchthuis als ‘Huis van arrest en bewaring’, vlak voor de sloop in 1904, met uiterst rechts nog een klein stukje van de gevel van het toenmalige Grote Leliestraat nr. 48 (nu nr. 58)

Hoek Zoutstraat: E 500, 1864:  E 1185 (zie boek ‘Een Deftig Huys met een fraay Hoff’, H. 14 en 20)

1832 (art. 1813a): Ministerie van Oorlog

1864 (art. 8059); Koninkrijk der Nederlanden

1874 (art. 10151): De staat/ Justitie. Afbraak in 1904. In september 1904 wordt het terrein opgesplitst (zie Hulpkaart kadaster): E 2341 tm 2348.

1904 (art. 16675): Gerrit Nijhuis (arch.), later wed. Stijntje Femmetje Backer (1/2) en 2 zn. Nijhuis (elk ¼)

1905 (art. 17340): Gerhardus van Veen (bouwondern.). In 1905 stichting en splitsing in E 2361 tm 64

Grote Leliestraat nr. 44-44a/ hoek Zoutstraat

(1905-1921: 46/1-46/1a): E 2361, 1931: E 2871

1905 (art. 17340): Gerhardus van Veen (bouwondern.), later wed. Grietje Oosterheert (23/32) en 3 knd. Van Veen (elk 3/32)

Adresb. 1920/ 1922 tm i.e.g. ‘24: 46-1/44: H. Smid, winkelier

Adresb. 1920: 46-1a: M. Robbe, meubelm.kn.

Adresb. 1922: 44a: P. v.d. Wal, monteur

1925 (art. 20547): Pieter Former (schipper) en Steven Kruidhof (aardappel-groentehandel, schipper), later wed. Hester Former

Adresb. 1938: 44: W. van Delden, sig.mag.; 44a: J. v.d. Ploeg, bakkersbed.

1940 (art. 33626): Pieter Pot (aann.) (x Martje Lindeman)

Adresb. ’41 tm ’43: E(manuel) Blok, koopman (vis) (woonbde eerst Gr. Appelstr. 35)

Adresb. 1972: 44a: G. Gorter

1974 (art. 47336): Reinder Dijk (*1914, notarisklerk)

1981 (art. 66418): Frans Hendrik Brinkman (*1955) (woont 44a)

1986 (art. 75374): Eric Jan Willem Tiben (*1967) (woont er)

Grote Leliestraat nr. 46-46a

(1905-1921: 46/2-46/2a): E 2362, 1949: E 3217

1905 (art. 17340): Gerhardus van Veen (bouwondern.), later wed. Grietje Oosterheert (23/32) en 3 knd. Van Veen (elk 3/32)

Adresb. 1924: 46: mej. J. de Vries, naaister; 46a: wed. A. Drenth-Bors, A.P. Drenth, magaz.bed.

1940 (art. 33626): Pieter Pot (aann.) (X Martje Lindeman)

Adresb. 1972: 46: H.J. Drenth; 46a: T. Boelkens

1974 (art. 49260.15): Jilis van Donderen (koopman,1/2) en Lubbert Wassing (aann., ½). In 1974 splitsing in app.

1974 (art. 53165): VvE

Grote Leliestraat nr. 48-48a

(1905-1921: 46/3-46/3a): E 2363

1905 (art. 17340): Gerhardus van Veen (bouwondern.), later wed. Grietje Oosterheert (23/32) en 3 knd. Van Veen (elk 3/32)

Adreesb. 1924: 48: H. Strooboer, horlogem.; 48a: A. Meles, bakkerskn.

1940 (art. 33627): Esge Blom (aard.handelaar), later wed. Jakobje Noordhoek (1/2) cs. (Blom en Mulder)

1971 (art. 36591.104): Tjeerd Boomsma (vishandel.), later wed. Hinke van Duinen en 3 x Drent

Adresb. 1972: 48: W. de Boer; 48a: J.M. van Maanen

1975 (art. 55216): Jan Leendert Zoutewelle (*1926, musicus)

1984 (art. 71805): Theodorus Joannes van der Geest (*1957) (woont er)

Grote Leliestraat nr. 50-50a

(1905-1921: 46/4-46/4a): E 2364

1905 (art. 17340): Gerhardus van Veen (bouwondern.), later wed. Grietje Oosterheert (23/32) en 3 knd. Van Veen (elk 3/32)

Adresb. 1924: 50: wed. F.J. van melzen; 50a: T. Kanon, remmer SS, R. Kanon- v.d. Kaap, baker

1940 (art. 33627): Eesge Blom (aard.handelaar, +1951), later wed. Jakobje Noordhoek (1/2) cs. (Blom en Mulder)

Adresb. 1972: 50: F.C. Schjoltens, L. Smid; 50a: J.W. van Melzen, E. Sixma, J. Oostindier

1973 (art. 52258): Sjoukje van der Schaar (*1948, apoth.ass.)

1987 (art. 75811): Weit Hamersma (*1963) (woont er)

Grote Leliestraat nr. 52-52a

(1906-1921: 46/5-46/5a): E 2346, 1949: E 3218

1904 (art. 18067): Pieter Switters (steenh.)

1905 (art. 18217): Kornelis Frederik Noteboom (timmerm.)

Gebouwd in 1905

1906 (art. 18371): Kornelis van Duinen (timmerm.) en Tjipke Huizenga (opzichter). In 1906 stichting

1909 (art. 18935): Willem van der Woude (mag.meester), later wed. Anna Nienhuis (woont Gr. Leliestr.54) (1/2) en 2 knd. Van der Woude (elk ¼, later elk ½), later Anna Catharina v.d. Woude (x Tammo Vos, woont Meerweg)

Adresb. 1924: 52: wed. K. Procé; 52a: J.W. Visser, boekh.

1963 (art. 43105): Jan en Albertus Niewold ( veehouders) (elk ½)

Adresb. 1972: 52: S.E. Criens, H. Criens-de Vries; 52a: Y. Warta

1977 (art. 57807): Hermannus Bernardus en Lambertus Gerardus Arends (*1955 en ’54) (wonen Musselkanaal)

Grote Leliestraat nr. 54-54a

(1906-1921: 46/6-46/6a): E 2347, 1949: E 3219

1904 (art. 16565.8): IJtsen van der Veen (arch.)

1905 (art. 18217): Kornelis Frederik Noteboom (timmerm.)

Gebouwd in 1905

1906 (art. 18371): Kornelis van Duinen (timmerm.) en Tjipke Huizenga (opzichter). In 1906 stichting

1909 (art. 18935): Willem van der Woude (mag.meester), later wed. Anna Nienhuis (woont Gr. Leliestr.54) (1/2) en 2 knd. Van der Woude (elk ¼, later elk ½), later Anna Catharina v.d. Woude (x Tammo Vos, woont Meerweg)

Adresb. 1924: 54: W. v.d. Woude, magaz.kn.; 54a: P.H. Timmer, Jac. Schriever, Hand. in teer, olie en vetten

1963 (art. 43638): Johan Reigersberg (steenhouwer)

Adresb. 1972: 54: H.J.M. Vromans; 54a: R.H. Roede, W. Zinkham

1973 (art. 51818): Jan Herman Lammerts (*1928, weg- en waterbouwk.)

1973 (art. 52176): Anna Stroboer, wed. Herman Berend Lammerts (*1907)

1987 (art. 59558.132): BV Maatschappij voor begrafenis- en crematiekosten verzorging BCKV, te Groningen

1987 (art. 68699.5): Frederik Riemersma (*1951)

Grote Leliestraat nr. 56-56a

(1906-1921: 46/7-46/7a): E 2348. 1905: E 2359, 1936: E 3015, 1949: E 3220

1904 (art. 18068/ art. 15203.144/ art. 19588.26): Pieter en Christianus Keiser (bouwondernemers). In 1905 ged. verkocht aan art. 12659 en wordt E 2358 (zie hieronder), rest wordt E 2359. In 1906 bouw (1907 stichting). In 1909 bijbouw. In 1912 erachter bouw werkplaats (=wasscherij)

1918 (art.21731.7): Christianus Keiser, later wed. Maria Stoel (1/2) en 4 knd. Keiser (elk 1/8)

1918 (art. 22279): Handelsvereen. vh H. Goeree/ NV Goeree’s Industr. Ondernemingen

1921 (art. 18075.14): Arie de Raat (timmerm-aann.)

1921 (art. 24694): Berend Swart (wasch- en strijkinr. Gr. Leliestr.56), later wed. Anna Hilje Frölich (1/2) en 3 knd Swart (elk 1/6)

Adresb. 1924: 56: A. Kremer, schoenm.; 56a: B. Swart, wasch- en strijkinrichting

1933 (art. 19167.16): Auke Hijlkema (x Margaretha Engelina Kappelhof), later wed. en 4 knd. Hijlkema (bezit ook percelen Noorderhaven, zie nr. 51 daar). In 1936 splitsing: E 3015 (huis) en 3016 (erf achter 58). Laatste wordt in ’37 verkocht aan art. 32422 (Anne Hijlkema (brandst.h., x Bieuwkje Couperus), later wed. (4/7)en 6 knd. Hijlkema (elk 1/14), die later ook Noorderhaven 57 bezit.

1937 (art. 31221): Richte Tekelenburg (timmerm-aann.)

1937 (art. 32432): Jacob Sietze Hopma (instr.maker; woont er niet)

1940 (art. 34014): Henderika Egberdina Kruizenga, wed. Marinus Reenders (woont er niet)

1943 (art. 24813): Annechien Mensinga (woont er niet: zie oa Nw. Kijk in ’t Jatstraat 23)

1967 (art. 45588): Louise Belgraver (x F.L.P. Krizkovsky)

Adresb. 1972: 56a: H.R. Oostra, P. Bok

1978 (art. 56123): Kempe Bosscher (timmerm., x Antje Helmholt, woont er niet)

Grote Leliestraat nr. 58

(1899-1921: 48): E 499, 1905: E 2358, 1949: E 3221

1832 (art. 1469): wed. Johannes Hindriks Limborgh (scheepstimmerman)

1840 (art. 1468/ 7141): Hindrik Johannes Limborgh (scheepstimmerman, later rentenier)

1862 (art. 7594): Josef Hartogh van Hasselt (koopman) c.s

1883 (art. 7454.54): Hanko Belgraver (bleker)

1883 (art. 12659): Berend Dijkhuizen (Zoutziedersknecht), later wed. Jantje Kristiaans en 7 knd. Dijkhuizen (elk 1/14). In 1905 bijbouw en samen met deel uit E 2348 (zie boven).

1914 (art. 20606): Harm Tilman (electricien, +1929) en 4 knd. Tilman (elk 1/10), later wed. Aaltje Dijkhuizen (kruidenierswinkel, woont later Kl. Kruisstr.9), nog later Harm (electr., Kl. Kuisstr.9), Jantje (x Harm Gorter, woont er), Jan en Bougien Tilman (elk ¼)

Adresb. 1920/1922 tm i.e.g ‘33: 48/58: H. Tilman

Adresb. 1935 tm i.e.g. ‘72: 58: H.D. Gorter, winkelier (Kruidenierswinkel)

Pand krijgt in 1948 1 groot venster.

1961 (art. 42571): Harmen Douwes Gorter (*1912), later wed. Jantje Tilman (3/4) en dch. Aaltje (*1935, 1/4)

Marieke Hoogkamp (*1947, woonde in haar jeugd Noorderbinnensingel 138b, zie daar) hernnert zich: ‘Bij de kruidenierswinkel van de familie Gorter kon je de maggifles laten vullen. Ik snoepte er onderweg wel eens van. En je kon suiker in papieren zakjes kopen’.

Grote Leliestraat – oude nr. 48/1

(achter nr. 50): E 618, 1844: E 724, 1848: E 793, 1860: E 1056, 1870: E 1309,1908: deel van E 2410, 1909: E 2415

Voor eigenaren zie bij oudste nrs. 62 tm 66

Grote Leliestraat – oude nr. 50

(tot 1899: L 149, 1899-1918: 50): E 498, 1848: E 792

1832 (art. 1957): Johannes Reinders (rentenier)

1832 (art. 1468): Hindrik Johannes Limborgh (scheepstimmerman)

1860 (art. 7141): Hindrik Johannes Limborgh (rentenier)

1862 (art. 7594): Josef Hartogh van Hasselt (koopman) c.s

1883 (art. 7454.55): Hanko Belgraver (bleker)

1913 (art. 20439): Edo Johannes Sannes (ijzerh.)

1915 (art. 20803): E.J. Sannes ijzer- en brandst.handel, Meindert Ritsema (dir., vanaf ’18: zonder). In 1918 afbraak E 792 en herbouw, waarbij verenigd met E 729 en E 2439 (Werfstr., zie daar) tot E 2497

Grote Leliestraat – oude nr. 52

(tot 1899: L 150, 1899-1918: 52): E 497, 1844: E 729

1832 (art. 1957): Johannes Reinders (rentenier)

1832 (art. 1468): Hindrik Johannes Limborgh (scheepstimmerman)

1860 (art. 7141): Hindrik Johannes Limborgh (rentenier)

1862 (art. 7594): Josef Hartogh van Hasselt (koopman) c.s

1877 (art. 7981.240): Frederik Nienhuis en m.e. , oa Mattheus Schroote (koopman; heeft heel veel bezit)

1887 (art. 13413.33): Hillechien Nienhuis en 3 anderen

1892 (art. 14587): Harm Lammerts (schoenm., ½) en 4 knd. Lammerts (elk 1/8).

1917 (art. 20803): E.J. Sannes ijzer- en brandst.handel, Meindert Ritsema (dir., vanaf ’18: zonder). In 1918 afbraak E 729 en herbouw, waarbij verenigd met 792 en E 2439 (Werfstr., zie daar) tot E 2497.

Grote Leliestraat nr. 60, 60a, 60b

(1918-1921: 48/1-52): 1918: E 2497, 1925: E 2652, 1927: E 2775

1918 (art. 20803): Meindert Ritsema (oud-dir.), vh E.J. Sannes ijzer- en brandst.handel.

Adresb. 1920: 48/1-52: Pakhuizen v. NV vh H. Goeree

Adresb. 1922: 60: Smederij v. Koorenhof en Busscher

In 1925 verkoop deel (E 2653= wasscherij en erf, art. 19167= Noorderhaven), sloop en stichting

1925 (art. 27335): Fa. Koorenhof en Busscher (Klaas Koorenhof en Rentjen Berend Busscher, beide smid)

1953 (art. 37468): Klaas Koorenhof (fabr., woont er niet). In 1965 verbouw (daarna al door Blaauw gehuurd? zie boek ‘Een Deftig Huys met een fraay Hoff’, p. 412 )

1967 (art. 46378): Geert Pieter Blaauw (fabr, woont Noordlaren)

Adresb. 1972: 60: Blaauw Techn. Handelsbur.

1981 (art. 65943): Polichlo Holland BV

1983 (art 69652): Valkos Holding BV

E 618 (achter E 497), huis en tuin: zie Noorderhaven -oude nr. NZ 26

1832 (art. 1468): Hindrik Johannes Limborgh (scheepstimmerman)

In 1844 gevoegd bij E 497 en dan bijgebouwd richting wal (zie Hulpkaart juli 1844): E 728 tm 725 (zie hieronder) 

Grote Leliestraat – oude nrs. 62 tm 68 in 1937 met links ervan nog gedeelte van nr. 60, met bord ‘Busscher’ (foto Openbare Werken)

Grote Leliestraat – oude nr. 62

(1844-1870: Op de Wal L 110, 1870-1899: L 151, 1899-1921: 54): 1844: E 728

1844 (art. 1468): Hindrik Johannes Limborgh (scheepstimmerman)

1860 (art. 7141): Hindrik Johannes Limborgh (rentenier)

1862 (art. 7594): Josef Hartogh van Hasselt (koopman) c.s

BR 1870: Op de Wal L 110/ L 151: Jan Ernst de Groot (*1807) x Johanna Maria Meijer (*1808)

1877 (art. 10878): Hendrik Kwint (scheepskap.), later wed. Aaltje Mulder

1899 (art. 13635.37/21035.43): Egbert Koch (*1848 Haren, x 1879 Jetske Uni , +1912) daarna wed. Jetske Uni (1/2) en 10 knd (elk 1/20)

BR 1910: Christoffer Rode (*1880) x Marchien v.d. Heide (*1884) + 3 knd.

1919 (art. 18437.40): Gerhardus van Voorn (rijw. handelaar)

1919 (art. 21594): Harmannus Bontekoe (groentekoopman, x Saartje Nieman) en Hindrik Mulder (koemelker, x Trientje Nieman)

Adresb. 1920/ 1922: 54/ 62: J. Buiter, koperslagerskn.

1925(art. 26895): Jan Nieman (voerman)

Adresb. 1938: P. van der Tuin, werkman

1938 (art. 30600.3564): gem. Groningen. In 1940 afgebroken

Grote Leliestraat – oude nr. 64

(1844-1870: Op de Wal L 110/2, 1870-1899: L 152, 1899-1921: 56): 1844: E 727

1844 (art. 1468): Hindrik Johannes Limborgh (scheepstimmerman)

1860 (art. 7141): Hindrik Johannes Limborgh (rentenier)

1862 (art. 7594): Josef Hartogh van Hasselt (koopman) c.s

BR 1870: Op de Wal L 110-2/ L 152: Heiko Nienhuis (*1828, pakhuiskn.) x Anna Maria Lesman (*1826) + 2 knd.

1877 (art. 10878): Hendrik Kwint (scheepskap.), later wed. Aaltje Mulder

1899 (art. 13967.14): Freerk Nieman (koemelker, +1914), later wed. Grietje Mulder (veehoudster)

BR 1910: Siebe Tiddens (*1878), verhuist naar Havenstraat 5

Adresb. 1920/ 1922: 56/64: wed. J. Balkema

1925 (art. 26894): Marchienus Westers (schipper), later wed. Jeltje Faber

Adresb. 1938: wed. J. Balkema

1939 (art. 30600): gem. Groningen. In 1940 afgebroken

Grote Leliestraat – oude nr. 66

(1844-1870: Op de Wal L 110/3, 1870-1899: L 153, 1899-1921: 58): 1844: E 726

1832 (art. 1468): Hindrik Johannes Limborgh (scheepstimmerman)

1860 (art. 7141): Hindrik Johannes Limborgh (rentenier)

1862 (art. 7594): Josef Hartogh van Hasselt (koopman) c.s

BR 1870: Op de Wal L 110-3/ L 153: Hindrik Koorenhof (*1829, oppasser) x Jantje Bolman (*1826) + 4 knd. (woonden eerder Torenstraat)

1877 (art. 10878): Hendrik Kwint (scheepskap.), later wed. Aaltje Mulder

1899 (art. 16270.7): Wolter Beening (fabrikant) x hendrikje Haveman (+1903) (bezit veel)

BR 1900/1910: Jan Meijer (*1834, +1915) x 1859 Jantje Johannes (*1831,+1861), x1861 Alberdina Johannes (*1840, +1879), x 1879 Grietje Johannes (*1837, +1916) – zn. Barthelomeus Nikolaas (*1880)

1903 (art. 17709.4): Wilhelmina Helena Paulina Maria Beening (*1898= minderjarige)

Adresb. 1920/ 1922: 58/66: J. Been, tabaksbew.

1921 (art. 25079): Jans Been (3/4, loopknecht, woont er) en Berendina Been (1/4)

Adresb. 1938: J. Been (tabaksbewerker)

1938 (art. 30600.3574): gem. Groningen. In 1940 afgebroken

Grote Leliestraat oude nr. 68

(1844-1870: Op de Wal L 110/4, 1870-1899: L 154, 1899-1921: 60): 1844: E 725

1844 (art. 1468): Hindrik Johannes Limborgh (scheepstimmerman)

1860 (art. 7141): Hindrik Johannes Limborgh (rentenier)

1862 (art. 7594): Josef Hartogh van Hasselt (koopman) c.s

BR 1870: Op de Wal L 110-4/ L 154: Jan Meijer (*1834 arbeider) x Alberdina Johannes (*1840,+1879) + 4 knd. en andere familieleden

1877 (art. 10878): Hendrik Kwint (scheepskap.), later wed. Aaltje Mulder

1899 (art. 16615):Hans Linting (timmerm.). In 1900 herbouw

BR 1900/1910: Hans Linting (*1846, timmerman) x1871 Jantje Fielstra (*1846)

1914 (art. 20501): Geert Versteegh (aannemer)

1916 (art. 20803): E.J. Sannes ijzer- en brandst.handel, vanaf 1918 alleen: Meindert Ritsema (dir., vanaf 1918 zonder)(zie Noorderhaven 51)

Adresb. 1920/1922: 60/68: J. Heidinga, timmerm.

1923 (art. 26003): Ruurt Hoekstra (werkman, woont er)

Adresb. 1938: R. Hoekstra, badkn.

1939 (art. 30600.3764): gem. Groningen. In 1940 afgebroken

Grote Leliestraat – oudste nrs. 62, 64 en 66

(achter voorgaande nrs.) (1866-1870:…, 1870-1899: L 155, 156 en 157): deel van E 793, 1860: E 1054, 1055 (2x werkpl.), 1866: E 1220, 1221, 1222, 1907: E 1220, 1221, 2400 (zie ook bij Werfstraat)

1832 (art. 1468): Hindrik Johannes Limborgh (scheepstimmerman). In 1844 langs Gr. Leliestraat verbouw en bouw: E 725 tm 729 (nrs. 58 tm oude nr. 68) en E 618 wordt E 724

1847 (art. 39. 16 tm 18): Pieter van Arnhem (*1798 Nijmegen)x 1824 Udonia Hendrika Jacoba Hoeksema (*1796 Noorderhaven, dch. van Jan Ysbrand Hoeksema)

1847 (art. 5000. 7 tm 9): Willem Carel van Arnhem

1851 (art. 5391/8574): Klaas Kater (scheepsbouwer). In 1860 stichting E 1054 tm 1056 en 1057 (=tuin).

In 1866 bouw 3 huisjes: E 1220 tm 1222

1873 (art. 5859. 21 tm 23/ 9917): Jan Jacob Scheepers (commission.)

1879 (art. 11249): Edo Johannes Sannes en Johannes Antonius Bulsing

1891 (art. 14312): Catharina Maria van Essen x Edo Johannes Sannes.

BR 1900:

nr.62: Harmannus Johannes Stuijvelaar (* 1836, metselaar, +1908) x 1858 Maria Johanna Welbergen (*1830, +1873) x 1873 Maria Elisabeth Schoenmakers (*1846, +1923);

nr. 64: Hans Luining (*1872) Maria Thesina Reinders (*1872) + knd.; Vanaf apr. 1905: Wopke Dijkstra (*1869) x 1903 Aaltje Bronkema (*1879); Vanaf nov. 1906: Geert Pruim (*1874) x Lammechien Gorter (*1879) + knd.

nr. 66: Pieter Gerrit Waterman (*1847, kleermaker, +1906) x 1887 Anje Daalman (*1849) + dch. Remmerdina (*1888)

In 1909 afgebroken, zie verder Werfstraat 11

Grote Leliestraat nr. 64 (zie ook Werfstraat)

(art. 30600.3915, daarna 4228 en dan 4417 tm 4424): gem. Groningen. In 1947 splitsing ivm ‘overdracht’ in E 3120 tm 3127 (E 3126=Gr. Leliestr., E 3127+ Werfstr.). Later 30600.4424.

1949 (art. 36517.237 later 239): Woningbouwver. Volkshuisvesting, Damsterdiep 267. In ’49 stichting.

Adresb. 1950: 64a Prof. Dr. Cornelia Elisabeth Visser (hoogleraar oude gesch.)

Adresb. 1972: 64: R. Plieger; 64a: C.E. Visser; 64b: J.H. Afman; 64c: H.D. Wieringa, P. Kraaijenga

Noorderbinnensingel

Kleine Leliestraat, oneven zijde

Nieuwe Boteringestraat

Kleine Leliestraat nr. 1

(tot 1899: M 47a): E 108, 1884 samen met Nw. Boteringestraat 20: E 1968. Zie verder daar.

1832 (art. 2039): Jan Roos (rentenier)

1847 (art. 4524): Pieter Rimerius Fijnje (kleermaker) (zie ook Nw. Bot. Str. 22)

1856 (art. 4290.17): Ulrich Willem Fredrik van Panhuijs (lid PS/GS)

1882 (art. 8339): Henderikus van Olm (ijzersmid). In 1884 herbouw, samen met E 107 (Nw. Bot.str. 20) tot E 1968.

Adresb. 1914 tm i.e.g. ‘33: 1: R. Brouwer, smid (zie ook bij nr. 3)

Adresb. 1938: S. van Gelder, vertegenw.

Adresb. 1950: J. Harms, broodv.; wed. M.J. Machielse- Smet

Adresb. 1958: J. Schriever, bloemist; J. Harms

Adresb. 1961: mej. C.H. van Baaren (verpleegster), mej. R.A. Doktert (doktersass.)

Adresb. 1964: mevr. P. Woua, mevr. J.M. van Minnen, mej. D.M. Smith, mej. A. Waldijk (hulp in huish.), mej. G. Waldijk (hulp in huish.)

Adresb. 1968: Tj. Schoonveld (autohandel.), mej. M. Tuinzing, mej. A. Waldijk (hulp in huish.), mej. G. Waldijk (hulp in huish.)

Kleine Leliestraat nr. 3, 3a

(tot 1899: M 45): E 109, 1844: E 680, 1857: E 997, 1949: E 3156

1832 (art. 750): Wed. Jan Geerts

1835 (art. 3152): Roelof Jacob Roos (afslager)

1843 (art. 4290/art. 7561.5): Ulrich Willem Fredrik van Panhuijs (lid PS/GS). In 1857 sloop en bijbouw, daarna E 996 (=Nw. Bot.str.), 997 en 998 (zie nr. 5). In 1865 verkoop E 997 en 998.

1865 (art. 7423/10121): Gerrit Bos (timmerm., later zonder; bezit veel)

1874 (art. 10140): Abraham Huizingh (kleerm.)

1906 (art. 18392): Teunis Willem de Vries (bediende)

1911 (art. 19286): Reinder Brouwer (smid) (heeft ook nr.1-Nw. Bot.str.). In 1916 verbouywd tot werkpl.

Adresb. 1914: P. Schut, Gep. Rijksveldw.

1923 (art. 26313): Firma R. Brouwer (Reinder Brouwer, kachelfabr., en Cornelis Brouwer, onderwijzer)

1928 (art. 28711): Albert Berend (koopman), Jan (koopman), Ewold Berend (koopman) en Cornelis Brouwer (part. onderw.) (elk ¼)

Adresb. 1924 tm i.e.g. ‘33: 1-3: R. Brouwer, kachelmag.

1934 (art. 31466): Cornelis Brouwer (part. onderw.) en Jan Brouwer (koopman) (elk ½)

1935 (art. 31676): Hendrik Frederik van Timmeren (timmerm.-aann.) (3/4) en Egbert van Timmeren (vertegenw.) (1/4). In 1935 sloop en herbouw, daarna met bovenwon.(3a)

Adresb. 1938: werkplaats

Adresb. 1950: 3-3a: H.F. van Timmeren, timmerm.

Adresb. 1958 tm i.e.g.’68: 3a: G.G. Alting, timmerm.-aann.

1975 (art. 54011): Cornelis Hendrik Wolf (edelsmid)

1987 (art. 56190): Herman Nicolaas Bernhard Ridderbos (*1949, prom.-ass.) (woont er)

Kleine Leliestraat nr. 5

(tot 1899: M 44): E 110, 1857: E 998, 1949: E 3157

1832 (art. 361): Trientje Harms, wed. Derk Bruins (wolkammer) (Bruins overleed 28-4-1831, 69 jr. oud Nw. Ebbingestr. N 27= nr. 36, zie ook daar en ook nr. 13 en Kl. Kruisstr. 10 en 12

1843 (art. 4285): Jan Hendrik Limborgh (scheepsbouwer)

1849 (art. 4290.13/7561.6): Ulrich Willem Fredrik van Panhuijs (lid PS/GS). In 1857 sloop en bijbouw, daarna E 996 (=Nw. Bot.str.), 997 (zie nr. 3) en 998. In 1865 verkoop E 997 en 998.

1865 (art. 8137): Franciscus Josephus Albracht (boekbinder)

1869 (art. 8328): Rein Sijbrens Landstra (*1812, schipper/koopman, +1879, x Geertje Bijlenga +1860, x1861 Jantje van Schaik, *1822-+), x 1864 Elizabet Niemeijer

1880 (art. 11674): Elisabeth Niemeijer, wed. Rein S. Landstra (*1818, +1885)

1885 (art. 13127): Chr. Geref. Gemeente en Diaconie Gasthuis der Chr. Geref. Gem.

1886 (art. 13284): Anne Bakker (zonder)

1901 (art. 17029): Trientje Landstra, wed. Willem Nienhuis (rentenier). In 1901 herbouw

Adresb. 1914: wed. W.J. Nienhuis

1916 (art. 9965.7): Christoffer Masson (koekbakker) (3/4) en Roelof Tiddens (ambt. Raad v. Beroep) (1/4), later Roelof Tiddens (3/4) en Christoffer Roelof Tiddens (1/4)

Adresb. 1924: wed. P. Hes; mej. A. Mulder, modiste

Adresb. 1933/’38: mej. H.A. Wilmink

1942 (art. 34722.7): Henderikus Heukers (landb., +1969, x Martje v.d. Molen) en knd.

Adresb. 1950: J. Groenhof, mach.-stoker

Adresb. 1958: J. Oudman, electr. lasser

1960 (art. 41864): Hillechiena Pot (x Broer Keizer) (wonen er)

Adresb. 1961 tm i.e.g. ‘64: B. Keizer, autobandenhandel

Adresb. 1968: A. Weitkamp, B. Keizer (koopman)

Kleine Leliestraat nr. 7, 7a

(tot 1899: M 43): E 111, 1940: E 3072

1832 (art. 649): Egbertus van Elmpt (* ca 1782, hovenier, +1850)x 1811 Phenna (Fenna) Heike(n)s Ble(e) ker, later Christoffer van Elmpt (*1816) e.a.

1854 (art. 4766.8): Willem Alberts de Boer (scheepskap.)

1855 (art. 6199): Oest Geerts Bakker (scheepskap.+1884) x 1850 Reina Jans Loots

1877 (art. 10865): Thomas Hindrik Snijders (verwer)

1886 (art. 13170): Harm Boer (*1854, huisschilder,x 1877, +1900) , later wed. Grietje Ottens (*1854, later koopvrouw,+1939)

Adresb. 1914: Gez. C. & E. Zijlvaart, modisten; J. Pieters, winkelbed.

Adresb. 1924: mej. C. Zijlvaart (modiste), J. Zijlvaart

Adresb. 1933: mej. C. Zijlvaart (modiste), J. Zijlvaart, wed. W. de Wijk, mej. J.E.A.M. Banus (winkeljuffr.)

Adresb. 1938: wed. H. Boer-Ottens

1938 (art. 31659.17): Willem Alexander Paul Frederik Lodewijk Wolthoorn (*1888, kastelein, later zonder) x 1919 Roelfina van Ewijk

1939 (art. 33049.7): Harm Pikkert (timmerm.-aannn.). In 1940 herbouw en ged. verkoop aan gemeente. Daarna E 3072

1940 (art. 21209.6): Adam Jacob Vonk (meubelfabr.)

1947 (art. 36218A): Hendrik Johannes v.d. Velde (*1907, meubelstoff., +1964), later wed. Doortje Hulzebos (*1913) (wonen 7a)

Adresb. 1950 tm i.e.g. ‘64: H.J. v.d. Velde, meubelbekleder

Adresb. 1968: mevr. D. v.d. Velde- Hulzebos

1982 (art. 67759): Doortje Hulzebos (*1913), wed. H.J. v.d. Velde

Kleine Leliestraat nr. 9

(tot 1899: M 42): E 112, 1949: E 3158

1832 (art. 2276): Berent Snitselaar (*1786, goud- en zilversmid, +1843 M 42) x 1828 Engelina Olthof (*1793, naaister)

1845 (art. 4674): Jacob Harms Enter (*1818, hoofdonderw. stadsbewaarschool sinds 1841, x 1852 , +1858), later wed. Annechien Bebingh (*1817, bewaarschoolhouderes, na huwelijk zonder). NB. Ze wonen even naast de school en dan M 42. In 1856 herbouw.

1877 (art. 10880): Albert Brommelkamp (kleermaker)

1886 (art. 13250): Hermannus Henderikus Sinnige (wijnkoopersbed.)

1896 (art. 15552): Hermannus Hilbrink (kleermaker,+1918)x Ida Klooster

1912 (art. 20146): Trijntje Blaauw, wed. Klaas Pronk

Adresb. 1914 tm i.e.g. ‘24: wed. K. Pronk

1924 (art. 26724): Antoon Stuyvenberg (hoofdmachinist Kon. Pakketvaart Mij.)

Adresb. 1933/’38: wed. D.F. Stuijvenberg

1944 (art. 35582): Jan van Ederen (vertegenw.) (woont er niet).

Van zomer ’45 tot eind ’46 woont hier Arend Theodoor (‘Theo’) Mooij (schrijver-dichter) x 1944 Geerdina Aaltje Kuiper, waar 1 knd wordt geboren. Ze verhuizen dan naar Bussum (zie verhaal A. Marja)

1946 (art. 29916.7): Jacob Blauw (*1921, sig. handelaar) x Metje Scholte

Adresb. 1950: S. de Graaf, meubelm.; K.E. de Vries, kok

1957 (art. 40752): Klaas Tuik (chauff.)

Adresb. 1958: S. de Graaf, meubelmaker

1960 (art. 38332.4): Harm Korenbrander (*1913, koopman) (bezit veel)

Adresb. 1961 tm i.e.g. ’68: K. Korenbrander, kachelsmid

Verbouw 1970/ nieuwe voorgevel

Kleine Leliestraat nr. 11

(tot 1899: M 41): E 113, 1949: E 3159

1832 (art. 1064): Catharina Roelfs (+1830 M 41) , wed. Jan Holman (ratelaar en schoenlapper, +1823 F 103)

1855 (art. 4165.9): Bernardus Stephanus Witte (poortier Kl. Poortje, +1868)x Berendina Weghuis

1869 (art. 8919): Jan Veenstra (schipper/koopman)

1870 (art. 9133): Jan Muller (timmerm.)

1874 (art. 9866): Pieter Fellinga (brievenbesteller)

1876 (art. 10541): Harm Pieters Oltmans (scheepskap.)

1878 (art. 9507): Willem Brouwer (timmerm.)

1883 (art. 10865): Thomas Hindrik Snijders (verwer) (zie ook nr. 7)

1883 (art. 8395.10): Johan Adam Ellenberger (bureaulist, +1887)x1e: Jeltje Catharina Lijbering, x 2e Jantje Camphoff

1888 (art. 13621): Jantje Camphoff, wed. J.A. Ellenberger (+1907)

1898 (art. 16325): Derk Elderkamp (winkelier/borstelmaker)

1906 (art. 18518): Hendrik Themmen (raadsdienaar). In 1906 verbouw

Adresb. 1914: H. Themmen, Raadsdienaar

1916 (art. 21179): Jan Jansen (timmerm., aann.)

1921 (art. 23092): Jan Krüger (*1866, kapper, x 1892, +1931) , later wed. Jeltje de Wilde (+1946) (wonen er), nog later: Roelfien Koops

Adresb. 1924: J. Krüger

Adresb. 1931 e.v. : wed. J. Krüger

Adresb. 1950:: S.H. Vliegers, tramconduct.; mej. R. Koops

Adresb. 1958: A. Terpstra, pannendekker

Adresb. 1961 e.v.: ontbreekt

1963 (art. 43658): Jan Ekhart (koopman) x Trijntje Kaper

1974 (art. 43290.5): Architectenbureau Ir. P. Bügel en J. v.d. Dijk (zie Nw. Bot.str. 24)

1976 (art. 55715.4): Buro Bügel/ Van de Dijk

1985 (art. 73954): Bügel/ Dubbeling/ Partners Ruimtelijke Ordening BV (ook Nw. Bot.str. 22 en 24)

Kleine Leliestraat nr. 13

(tot 1899: M 40): E 114, 1949: E 3160

1832 (art. 361): Trientje Harms, wed. Derk Bruins (wolkammer) (Bruins overleed 28-4-1831, 69 jr. oud Nw. Ebbingestr. N 27= nr. 36, zie ook daar en ook nr. 5 en Kl. Kruisstraat)

1843 (art. 3747): Gerrit Jan van Werven (timmerm., +1873)

1843 (art. 4369): Hindrik Teunis Schoof (dienstkn.)

1846 (art. 1908): Lammert Harmannus Pré (*1802, bakker) x 1826 Beitske Dina Beekman (*1802)

1850 (art. 5270): Reinder Bleker (scheepstimmerm.kn., +1903)

1876 (art. 10546): Harmannus Feersema (klerk)

1879 (art. 8901): Jan Heres (heerenknecht, +1894), wed. Arendina de Wit (1/2) en Jacob (1/4), Arendina (1/8), Martha Jantje (1/8) Heres

1901 (art. 17206): Jacob Heres jr. (sig.handelaar) (1/2) en Arendina de Wit, wed. J. Heres (1/2)

1906 (art. 15843.10): Christianus Renardus Niekus (timmerm.-aann., +1918), later wed. Johanna v.d. Garde (+1946) (1/2) en 3 knd. (elk 1/6). In 1906 verbouw

Adresb. 1914: C.R. Niekus (timmerm.-aann.), wed. T.H. van Beek

Addresb. 1918 e.v.: wed. C.R. Niekus (1924 ook: wed. G. Durville)

Adresb. 1933 tm i.e.g. ’58: R. Smit, mag.chef (in ’38 ook: mej. F. Heijerman; in ’58 ook: R.A. Bak, kok)

1959 (art. 41331): Nicolaas Johannes Brinkhuizen (slager)x 1937, later wed. Anna Kreij (wonen er) en 3 knd.

Adresb. 1961: 13: mevr. Z. Smit-Engelage

NB: 15: N. Joh. Brinkhuizen, stalbed.

Adresb. 1964/’68: N. Joh. Brinkhuizen, stalknecht

Kleine Leliestraat nr. 15

(tot 1899: M 39): E 115, 1949: E 3161

1832 (art. 299): Johannes Bouwkamp (barbier)

1852 (art. 5588): Berend Benes Wildevuur (geregtsdienaar)

1853 (art. 5788): Johannes Chrissostimus Vinken (*1848, kleermaker, +1890)

1863 (art. 7764): Johannes Harmannus Schroote (zonder)

1881 (art. 11884): Jacobus Knijpenga sr. (kamerbehanger) (1/2) en 4 knd. (elk 1/8)

1896 (art. 14815): Harmannus Nanninga (stoffeerder)

1906 (art. 18096): Kornelis Heerema (koopman, x Harmina Hinderika Johanna Jintes, +1936) (2/3) en 2 dch. (elk 1/6)

Adresb. 1914: R. Kleveringa

1921 (art. 25068): Jan Hendrik Smit (zonder) + dch.s: Margaretha Geertruida (x Gerhardus Albert Crol) + Geertruida Margaretha (x Herman Rudolf Boerma) en Elisabeth Dijk, wed. Jacobus Johannes de Grijs

Adresb. 1924: wed. J.J. de Grijs

Adresb. 1933/’38: wed. J.J. de Grijs, H.A. Mug, houtbewerker

1939 (art. 33477.12): Gerhardus Albert Crol (houthandelaar)x Margaretha Geertruida Smit (+1952), later 2 dch. (elk ½)

1960(art. 36533): Algemeen Nederlands Onderling Ziekenfonds (ANOZ, te Utrecht

Adresb. 1950 tm i.e.g. ’61: N. Joh. Brinkhuizen, stalbed. (in ’50 ook: E. Strating)

1968 (art. 46986): Klaas van den Broek (boekbinder) (woont later Paterswolde)

Adresb. 1964/’68: ontbreekt

Adresb. 1972: A. Steenhuis

Kleine Leliestraat nr. 17

(tot 1899: M 38): E 116, 1949: E 3162

1832 (art. 1934): Sijtze Rassers (opzichter)

1837 (art. 3503): Mattheus Teffer (schoenmaker, +1848) x Trientje van der Veen, later zn. Johannes Henderikus (*1821)

1886 (art. 13341): Johannes Henderikus Teffer (*1821, commissionair, +1897), later wed. Anje Schipper

1901 (art. 17074): Henderikus Drent (schipper/koopman in schepen)

1903 (art. 16390.128): Derk Smit (timmerm., aann.)

Adresb. 1914: J.G. Schaap, kleerm.

1922 (art. 25549): Renzina en Imtje Kleveringa (wonen er). In 1923 verbouw

Adresb. 1924 tm i.e.g. ‘33: R. Kleveringa

1935 (art. 29442): Klaas Boekholt (besteller) (woont er)

Adresb. 1938 tm i.e.g. ‘58: K. Boekholt (in ’50 ook: wed. T. Veldman- v.d. Wijk)

1959 (art. 36533): Algemeen Nederlands Onderling Ziekenfonds (ANOZ, te Utrecht)

Adresb. 1961/’64: J. Raspe, exped.bed.

1968 (art. 46986): Klaas van den Broek (boekbinder) (woont later Paterswolde)

Adresb. 1968/’72: –

Kleine Leliestraat nr. 19

(tot 1899: M 37): E 117, 1844: E 681, 1906: E 2378, 1950: E 3237, nu E 3278

1832 (art. 1938): Hendrik Raven (schoolmeester)

1832 (art. 271): wed. Derk Harms Bosch (koopman)

1843 (art. 4290): Ulrich Willem Frederik van Panhuijs (lid GS) (zie Nw. Bot.str.22 en 24). E 105, 109 en 117 worden na herbouw in 1844: E 680 tm 682. In 1857 wordt na sloop en herbouw E 680 en 682: E 995(=tuin), 996 tm 998 (huijes met erf)

1862 (art. 7561): Ulrich Willem Frederik van Panhuijs (lid GS). Bezit ook E 995=tuin. Die wordt ged. verkocht en wordt dan E 1206. Rest wordt E 1207

1865 (art. 8132): Jannes Hindriks van Houten (boekh. Inst. van Doofst.)

1892 (art. 14551): Pietertje Camping, wed. Jannes Hindriks van Houten
1892 (art. 14586): Wouter Pleizier (aannemer)

1895 (art. 14897): Willemina Meulink, wed. Pieter fellinga, later X Bauke Hoekstra

1906 (art. 14815): Harmannus Nanninga (stoffeerder) (woont er niet). In 1906 verenigd met E 1206 (erachter) en bouw verdieping erop (dan beneden werkplaats), daarna E 2378

Adresb. tm i.e.g. ‘38: H. Nanninga, meubelstoff.

1941 (art. 32649): Nicolaas Broens sr. (meubelhandelaar, 11/20) cs (8x Broens en Herman Tieben; elk 1/20)

1948 (art. 36531): Nicolaas Broens (meubelh.)

1948 (art. 36532): Willem Frederik Vos (koopman)

1948 (art. 36533): Algemeen Nederlands Onderling Ziekenfonds (ANOZ, te Utrecht

Adresb. 1950 tm i.e.g. ‘61: Algemeen Nederlands Onderling Ziekenfonds (ANOZ, te Utrecht), K. Stob, bode-incasseerder

1968 (art. 46986): Klaas van den Broek (boekbinder) (woont later Paterswolde)

Adresb. 1964/’68: ontbreekt

Adresb. 1972: B.C. Koning

Kleine Leliestraat nr. 21, 21a

(tot 1899: M 36): E 118, 1949: E 3163

1832 (art. 2044): Jakobus Rosier (arbeider), later wed./erven

1854 (art. 3862): Willem Berends Dijk (stoelmakerskn./winkelier), later wed. Alijda Rozier en erfg.

1894 (art. 15130): Johanna Wilhelmina Langedijk, wed. Berend Dijk (3/4) en Willem Cornelis en Catharina Cornelia Jacoba Dijk (elk 1/8)

1896 (art. 15588): idem, zonder knd.

Adresb. 1914: 21: W.C. Dijk, schilderskn.; 21a: H.D. Kraan, klerk

1916 (art. 14441): Catharina Langedijk, later Willem Cornelis Dijk (schilder) en Catharina Cornelia Jacoba Dijk

later: Willem Cornelis Dijk (schilder, woont er), later wed. Klaaske Venema (1/2) en Hendrik Willem Cornelis (boekh.) en Berend Jan Dijk (rechercheur) (elk ¼), later Johanna Wilhelmina Dijk (*1900) x C. Former (A’foort)

Adresb. i.e.g. 1924 tm i.e.g. ‘58: W.C. Dijk (vanaf ’50 ook: H.W.C. Dijk, boekh./ambtenaar)

Adresb. i.e.g. 1924: 21a: H.D. Kraan, later wed. (in ’24 ook: A.D.G.J. Kraan, serg.)

Adresb. 1938: 21a: A.H. Hillebrink, kleerm.

Adresb. 1950 tm i.e..g ‘58: 21a: J.H. Hiemstra, huissch.

Adresb. 1961: mevr. K. Dijk-Venema; 21a: mevr. Tj. Hiemstra- de Wolf

Adresb. 1964: 21: -; 21a: mevr. Tj. Hiemstra- de Wolf

1964 (art. 37648): Wilhelmus Theodorus Sips (schilder, *1919) x H.W. Paping

Adresb. 1968/’72: mej. A.M. Pas, cantinejuff.; 21a. T. Hiemstra-de Wolf

1973 (art. 49732): Alfred Martinus Elias Sönnichsen (administrateur, *1914)

1975 (art. 55041): Jan Anninga (gem-ambt. Delfzijl, *1927)

1984 (art. 68804): Pieter Jan Noordman (Den Haag, *1949) en Jacob Hendrik Wolters (woont Nw. Kijk in ‘t Jatstr. 83, *1955)

2002 (?): Jacob Hendrik Wolters

Kleine Leliestraat nr. 23

(tot 1899: M 35): E 119, 1949: E 3164

1832 (art. 24): Hinderkien Alfring

1846 (art. 4793): Jacobus Rodenburger (blaauwverwer)

1872 (art. 6690): Jan (Tiddo) Huizinga (*1825, suikerballetjesbakker later verwer, x 1851, + 1894), later wed. Roelfien Vegt (1/2) en 6 knd (elk 1/12)

1911 (art. 17031): Jan Nap Czn. (timmerm.-aann.)

Adresb. 1914: J. Groothof, schipperskn. ‘Hunze’

1917 (art. 21559): Berend Buisman (rustend schipper)

1923 (art. 25920): Evert Elting (kleermaker) In 1923 verbouw (woont er)

Adresb. i.e.g. 1924 tm ’38: G. Elting, kleerm.

Adresb. 1950 tm i.eg. ‘72: E. Elting, kleerm. (in ’50 ook: mej. R.R. Elting, kantoorbed.)

1977 (art. 52573.64): Jan Bernardus Wolters (*1950, econoom)

1978 (art. 46743.92): Jan Wiebo Kloosterhuis (*1925, koopman)

1978 (art. 59550): Gerda Roelie Hooites (*1955, analiste)

Kleine Leliestraat nr. 25, 25a

(tot 1899: M 34): E 120, 1927: E 2744

1832 (art. 667): Adam(us) Ensdorff (*1795 Utr., metzelaarskn. later metzelaar, +1878) x 1820 Roelfien Weis, later wed.

1885 (art. 13088): Joseph Ensdorff (*1839, timmerm.,+1908) (1/2) en 6 knd. (elk 1/12), later Wilhelmus Josephus Ensdorff (*1833, boekbinder)

Adresb. 1914: wed. J. Ensdorff (koopvr). W. Ensdorff (boekbinder), J.C. Ensdorff (kleerm.kn.)

Adresb. 1924: W. Ensdorff, boekbinder

1926 (art. 27482): Christiaan Schaeffer (kleermaker). In 1927 herbouw, daarna E 2744

1930 (art. 27728.4): Harmannus Willem Scholten (Koopman, woont Nw. Ebb.str. 43)

Adresb. 1933: 25: wed. H. Dittrich, depoth. Beumee’s Pluimveevoeder; 25a: mej. G. Schoe

Adresb. 1938: 25: J. Klemens, groentenv.; 25a: P. v.d. Veen

1941 (art. 33173.5): Abraham Sjoerinus Koster (koopman) x 1923 Lutgerdina Bakker, later wed. (1/2) en 3 knd. (elk 1/6)

Adresb. 1950: A. Kappenburg, electr.; 25a: K.J. Kuiper, insp. Levens Verz.

Adresb. 1958: 25: M. Spreen, G.F. Spreen, kantoorbed. PTT; 25a: J. Wessels, metselaar

1961 (art. 39992.14): Jan Wiebe Boersma (koopman)

1961 (art. 41714): Willem Bakker (tegelzetter) (woont 25a)

Adresb. 1961: 25: M. Spreen; 25a: –

1962 (art. 36120.47): Jelke v.d. Steen (bezit veel)

1963 (art. 39095): Jan Roelof Hanning (cafehouder, +1978)x Aukje Nanninga (wonen Rijnstraat)

Adresb. 1964 tm i.e.g. ’72: 25: A. Dibbits, stuurman

Adresb. 1964: 25a: H.A. Wusten, musicus

Adresb. 1968: 25a: Joh. H. van Veenen, instrumentm.

Adresb. 1972: 25a: O.M. Ryhiner

1973 (art. 52137): Pieter Munstra (*1917, aann.-schilder) en Rintje Henstra (*1904) (elk ½)

1974 (art. 38061/56687): Albert Johannes Floris (*1922, timmerm.) x Jantje Heidekamp (wonen er niet)

1987 (art. 77205): Hindrik Smit (*1940) x Everdina Kamps (*1941) (wonen Korreweg)

Kleine Leliestraat nr. 27

(tot 1899: M 33): E 121, 1840: E 631, 1949: E 3165

1832 (art. 573): Christoffer (Kristoffer) Driessen (Drijssen) (*1784, timmerman, 3x getrouwd, +1856)x 1813 Grietje Eemsing (*1779, +1816 F 85 Kl. Leliestr.). In 1840 gaat ged. naar art. 3764 en wordt E 630: zie bij nr. 29. Rest wordt E 631

1840 (art. 3741): Siewert Folkeringa (schoenmaker)

1874 (art. 10125): Harm Landt (suppoost Groene Weeshuis, wordt later bierhandelaar +1909)

1896 (art. 15843): Christianus Renardus Niekus (timmerm.-aann., +1918), later wed. Johanna v.d. Garde (+1946) (1/2) en 3 knd. (elk 1/6) (zie ook nr. 13; bezit aanv. veel)

Adresb. 1914: G. Lijbering, letterzetter

Adresb. 1924 tm i.e.g. ’64: M. van Walree, drukker/later: zuivelbewerker

1964 (art. 40852): Johannes Hermannus Wittendorp (grossier in vleesw.) x Greta Huizinga (wonen nr. 29)

1965 (art. 44764): BV Electro Techn. Bureau Van der Graaf (Kl. Leliestr. 29)

Adresb. 1968: H. Joh. Jonker

Adresb. 1972: B.A. Oostra

Nu nieuwbouw

Kleine Leliestraat nr. 29

(tot 1899: M 32): E 122, 1840: E 630, 1944: E 3112

1832 (art. 573): Christoffer (Kristoffer) Driessen (Drijssen) (*1784, timmerman, 3x getrouwd, +1856)x 1813 Grietje Eemsing (*1779, +1816 F 85 Kl. Leliestr.)

1839 (art. 3764): Johannes Olthoff (brievenbesteller postkantoor, +1846), later wed. Lubbigjen v.d. Werff. Wordt in 1840: E 630

1891 (art. 14454): Geertruida de Boer, wed. Marten Anskes Olthoff (behanger, +1890)

1898 (art. 16055): Harm Janssen en Daaijo Mulder (timmerlieden)

1900 (art. 16957): Jan van Dijken (metselaar). In 1906 verbouw

1914 (art. 17987): Wessel Pieter Tammes (kleermaker)

Adresb. 1914: J. van Dijken, metselaarskn.

1915 (art. 20736): Philip Voorhans (stucadoor, +1925)x Willemke Hahn (+1923). In 1923 verbouw tot werkpl. en bovenwoning,

na 1925: knd. Johannes en Sietske Voorhans (elk ½)

Adresb. 1924: Ph. Voorhans, stucadoorsknecht en IJzerkoekjesbakkerij; J. Voorhans, leesbibl. en schrijfbehoeften enz.

1930 (art. 29343): Eppe Woortman (timmerm., mach. houtbewerker, +1970 Grachtstraat) x 1915 Grietje Lanting (zie ook oude nr. 8/2)

Adresb. 1933 tm i.e.g. ‘50: E. Woortman, Hout-, IJzer-, Koper- en Houtsnijwaren/ in ’50: timmerm. in ’50 ook: A.J. Woortman, houtbewerker)

1955 (art. 36982): Jannes Elsinga (vertegenw.) (woont er)

1957 (art. 40852): Johannes Hermannus Wittendorp (grossier in vleesw.) x Greta Huizinga (wonen nr. 29)

Adresb. 1958: J. Elsinga, vert. vleeswaren

Adresb. 1961/’64: J.H. Wittendorp, vertegenw.

Adresb. 1968: ontbreekt

1965 (art. 44764): BV Electro Techn. Bureau Van der Graaf (Kl. Leliestr. 29)

Adresb. 1972: G. v.d. Graaf, el.techn. bur.

Kleine Leliestraat nr. 31

(tot 1899: M 31): E 123, 1949: E 3166

1832 (art. 2403/2406): wed. Roelf/ Jan Tiddens

1836 (art. 2684): Albertus Winsemius (barbier, later politiemeester)

1841 (art. 4019): Jan van Hoorn

1848 (art. 565.9/7397): Willem Jan Drewes (schipper)

1873 (art. 9952): Johannes Hermannus Schepers (schoenm.)

1881 (art. 11875): Jannes van Groenenbergh (*1841, boekbinder,+1909) x 1878 Leentje Dommering (*1847)

1908 (art. 19022): Derk Sportel (bed. b/h Hooger Onderw.)

1909 (art. 19332): Sierd Heijers (*1880, beh.-stoff.,+1967) x Etje Meijer (wonen er). In 1920 verbouw

Adresb. 1914 tm i.e.g. ‘24: S. Heijers, Beh. en stoff.

1925 (art. 26942): Klaas Jan de Poel (kleerm.) (woont er)

Adresb. 1933 tm i.e.g. ‘58: K.J. de Poel (in ’50 ook: P. v.d. Veen, kleerm.)

1960 (art. 38912): Mariko Jan Leemborg (rangeerder, x 1938 Willemke Strabbing, +1940; werkm./perser, +1962) x 1942 Aaltje Dikboom (wonen er), later wed. (5/8) en 3 knd (elk 1/8)

Adresb. 1961: M.J. Leemborg, arb.

1963 (art. 43955): Stichting Voorschotbank ‘Eigen Haard’

Adresb. 1964: mevr. A. Leemborg- Dikboom

1963 (art. 44041): Janneke Helena Maria de Jong, wed. Johannes v.d. Helm (*1894)

1966 (art. 44764): BV Electro Techn. Bureau Van der Graaf (Kl. Leliestr. 29)

Adresb. 1968: S. Huismans

Adresb. 1972: L.H. Erkelens

Kleine Leliestraat nr. 33

(tot 1899: M 189a) (voor eigenaren zie ook Nw. Kijk in ’t Jatstraat 25): E 175, 1938: E 3052, 1963: E 3276 (3277)

1837 (art. 2138): Jan Schram, winkelier

1838 (art. 829.6): Edde Jan Groenewold (wed.) koopman

1843 (art. 2119.49): Lucas Scholtens, kleermaker

1844 (art. 3350.2): Hendericus Johannes Kubbenga, kleerm.

1850 (art. 5349.1): Cornelis Langedijk, korenmeter (wed. Catharina Wolters). In 1892-‘93 opbouw.

1896 (art.11581. 5): Catharina Wolters (wed. Cornelis Langedijk) en knd. Langedijk

Adresb. 1914: Wed. B. Dijk

1916 ( art. 14441.5): Catharina Langedijk x Willem Cornelis Dijk/ dch. C.C.J. Dijk

Adresb. 1924: mej. C.C.J. Dijk

Adresb. 1933: D.W. Broekmans, kantoorbed. Post

Adresb. 1938: A. Bos

Adresb. 1950: A.L.M. Janssens, mevr. T.M. van Oploo-Janssens

Adresb. 1958: mw. T. Beulakker-Bosscher

1961 (art. 33940.15): Klaas Bottinga, timmerman/aannemer (woont Grachtstraat).

Wordt ged. verkocht in 1962 aan art. 38222.7 Fredericus Arends, belastingambt. (woont Nw. Kijk 2c). Rest wordt E 3277, samen met beneden.

1967 (art. 45367.1): Renze de Vries (varkenshandelaar, Roden). Hij verbouwt het in ’67

Adresb. 1961 tm ‘68: ontbreekt (zie Nw. Kijk in ’t Jatstraat 25):

NvhN, 21-1-1967: M. ten Hoove opent er koffiebar ‘Club 33’

Adresb. 1972: B.V.M. Vermemtvort

Vanaf juli 1971 La Baborack (Kitty en Mike), café- koffie-thee-huisje, ook café chantant was. Werd o.a. veel bezocht door buurtbewoner Max van den Berg.

Laatste uitbater was de Portugees Louis Xavier. Op 26 juni 1984 executieverkoop van de inventaris. 1972: Renzo Bar

Gert Jan Vermeij verbouwt zijn eetcafé in 1993: ingang verplaatst, kleine raampjes vervangen door grote. Wordt op 7-12-1993 geopend als Restaurant De Benjamin.

Vanaf ?: Feiko en Anita Risakotta: NB: brandde in augustus 2009 uit.

Daarna leegstand tot januari 2011: opening Eetwaar, van Pim Wiegman en Marieke Sleeuw.

Nieuwe Kijk in ’t Jatstraat

 

Kleine Leliestraat, even zijde

Nieuwe Boteringestraat

Hoekpand: Nw. Boteringestraat -oude nr.18 (zie daar): E 137

Kleine Leliestraat – oude nr. 2

(tot 1822: F 1, 1822-1899: M 21): E 135, 1949: E 3169

BR 1822: ‘leeg’

1832 (art. 1355): Jan Jans Kortrijk (schipper)

1836 (art. 202.17/7137.1): Menno Boerma (broodbakker)

1870 (art. 8848.3): Betje de Boer, wed. Pieter Kiel

BR 1870: Henricus Bernard Hase (*1821, hoofdonderw., +1888) x1851 Geertje Steernbergh (*1820, +1894) + 2 knd.

1872 (art. 9520): Jan de Jonge Hoogland (*1813, koopman, +1893) x 1844 Jennegien Scholtens (*1818), later wed. (1/2) en 6 knd. (elk 1/12)

1896 (art. 14437.4): Jan Hugo Aldershoff (handelsreiz., +1911), later wed. Grietje Huizinga (1/2) en Jan Aldershoff (*1/2)

1912 (art. 876, later 63609): Inst. voor Doofstommen

Adresb. 1914: J. Nagengast, electricien

Adresb. 1924: S. Zanting, comm.; F. Nagengast, kleerm.

Adresb. 1938/1950: L.L. Omlo, werkm.

Adresb. 1958/1961: mej. J. Omlo- Sesselaar (1961 ook H. Omlo, bankwerk.)

Adresb. 1964: Studentenhuisv.

Adresb. 1968: G.J. Olsder

Kleine Leliestraat – oude nr. 4

(tot 1822: F 2, 1822-1899: M 22): E 134, 1949: E 3170

BR 1822: Hindrik Bredenbach x Jantien Arends Stagge (+1820 F 2)

1832 (art. 322): Hindrik Bredenbach

1833 (art. 2347.2): Hindrik Sutholter (winkelier/koopman)

1844 (art. 4468): Albert van Essen (zeilmaker)

1851 (art. 5491/8699): Antje Jans Bakker, wed. Willem Alberts Klein

1868 (art. 8825): Fokko Boerma, later wed. Hillegien Raatjes en erfgen.

BR 1870: Hillegien Raatjes (*1811, x Fokko Boerma, broodbakker, *1799-+1868) + knd. Boerma. Vertrekken 1871 n. Sappemeer.

1871 (art. 9319): Dirk Forma (scheepskap.,+1882), later wed. Jantje Velthuis

BR vanaf 1871: Geert Schuitema (*1842, notarisklerk) x Henderika Bruins (*1847) + dch.

1894 (art. 15023): Wilhelmina Johanna Broos (*1856,+1928)

1909 (art. 19361): Geert Belgraver (bouwk., +1914) (1/6), Auko v.d. Berg (1/3) en Johannes Vuursteen (1/3)

Adresb. 1914: M. Luitjes, kleermakerskn.

1919 (art. 21722): Jan Hillebrand Klamer (commiss. in eieren) (2/3) en 2 knd (elk 1/6)

1919 (art. 19286.7): Reinder Brouwer (smid)

1920 (art. 22376.3): Folkert Kiestra Ezn. (landb., later vz. waterschap De Oude Held). In 1920 bijbouw

Adresb. 1924: A.G. Swaak, autogarage en verhuurinrichting

Adresb. 1938/1950: H. Korenbrander, verw. mont.

1944 (art. 34657.7): Folkert (Ebbing) Kiestra

1951 (art. 876): Inst. voor Doofstommen

Adresb. 1958: W.G. Sluiman, vert. graan en veevoeder; H. Korenbrander, kachelsmid

Adresb. 1961: –

Adresb. 1964: studentenhuisv.

Kleine Leliestraat – oude nr. 6

(tot 1822: F 3, 1822-1899: M 23): E 133, 1877: E 1702, 1931: deel van E 2834

BR 1822: Albert Woldhuis (onderw.)

1832 (art. 713): Wolter Folkeringa (grutter, *1771, Koopman)x 1811 Antje Geerts (*1785)

1852 (art. 1200): Cornelis Roelfs de Jonge (dienaar der nachtschout) en m.e.

BR 1870: Cornelis Roelfs de Jonge (*1808, gepens.)x Maria Wessels (*1815)

1885 (art. 13043): Jan Herman Broos (kantoorbed.)

1905 (art. 876.57, later 63609): Inst. voor Doofstommen

Adresb. 1914: D.J. v.d. Mei, rijwielh.

Adresb. 1924: wed. H. de Roos, B. de Roos, assuradeur

In 1931 gevoegd bij E 2598 tot E 2834, zie verder hieronder

Hulpkaart kadaster 1851, waarbij E 626 werd gewijzigd in E 854

Kleine Leliestraat – oude M 24

(tot 1822: F 4, 1822-1885?: M 24): E 132, 1837: deel van E 626, 1851: deel van E 854, 1877: E 1703, 1885: E 1982 (zie verder hieronder)

BR 1822: Steffen Knipinga (timmerm.)

1832 (art. 876): Inst. voor Doofstommen

BR 1870: ontbreekt

In 1885 verbouw, waarna het wordt samengevoegd met onderstaande tot E 1982

Kleine Leliestraat – oude F 5, F 6

(tot 1819: F 5 en F6): E 131, 1837: E 626, 1851: deel van E 854, 1877: E 1703, 1885: E 1982, 1890: deel van E 2027, 1894: deel van E 2060, 1925: deel van E 2598, 1931: deel van E 2834, 1940: deel van E 3078, 1943: deel van E 3100, 1949: deel van E 3171

Gebouwd in 1819 na afbraak van aantal oude panden: ‘internaatsgebouw voor meisjes’

BR 1822: Huis van Instituut

1832 (art. 876): Inst. voor Doofstommen

In 1837 wordt het verengd met oude M 24 en M 25, waarna het gezamenlijk E 626 wordt.

In 1885 wordt oude M 24 verbouwd en samengevoegd met dit pand, waarna het E 1982 wordt

Kleine Leliestraat – oude M 25

(tot 1822: F 7, 1822-?: M 25): E 130, 1837: deel van E 626

BR 1822: Poulus G. Schenkel (weger v.d. waag)

1832 (art. 876): Inst. voor Doofstommen

In 1837 samengevoegd bij bovenstaande  tot E 626 (zie verder daar)

Kleine Leliestraat – oude M 26

(tot 1822: F 8, 1822-?: M 26): E 129, 1851: E 851, 1885: E 1983, 1890: deel van E 2027, 1894: deel van E 2060

BR 1822: Steffen Zwart (schipper)

1832 (art. 2808): Steffen Zwart (schipper)

1838 (art. 1302.5): Cornelis Cleveringa (bleeker)

1839 (art. 2926): Johan Rudolfs (timmerm.)

1849 (art. 5246): Johan Rudolfs (timmerm.) en Eerke Jans Kempenga (goud- en zilversmid). In 1851 verkoop van deel aan art. 2825.15 tm 17 (=Inst. voor Doofst.). Restant wordt E 851

1853 (art. 2926.19): Johan Rudolfs (timmerm.)

1856 (art. 6266): Tjerk Reijenga (verlakker)

BR 1870: Tjerk Reijenga (*1830, verlakker)x Rompjen Reijenga (*1834) + knd. en aantal anderen

1870 (art. 876): Inst. voor Doofstommen

In 1889 afbraak ten behoeve van bouw vleugel aan ‘internaatsgebouw voor meisjes’. In 1890 samen met E 1982 toto E 2027

Het slop met Kl. Leliestraat oude nrs. 8 tm 8/3, bij de bomen links, en het grote ‘internaatsgebouw voor meisjes’ aangebouwde uitbreidingen, achter de bomen rechtsvoor, op een luchtfoto uit ca. 1925

Hetzelfde gebied, met de gang – ‘het slop’ – E 126 en de gebouwen van het Doveninstituut E 2060, op de kadastrale minuutplan uit 1919

Kleine Leliestraat – oude nr. 8

(tot 1822: F 9, 1822-1899: M 27): E 128, 1894: E 2058, 1925: E 2592

BR 1822: wed. Berend Krook (‘piep’ uit brander)

1832 (art. 1385): wed. Berend Krook (pijpuitbrander)

1840 (art. 3939): Jan Andries Krol

1841 (art. 2926): Johan Rudolfs (timmerm.)

1849 (art. 5246): Johan Rudolfs (timmerm.) en Eerke Jans Kempenga (goud- en zilversmid)

1853 (art. 2926): Johan Rudolfs (timmerm.)

1856 (art. 6266): Tjerk Reijenga (verlakker)

1867 (art. 8623): Tjapko Eduard Hesse (klerk).

BR 1870: Tjapko Eduard Hesse (*1837, beeedigd klerk) x1867 Annechien Geuchiens Tillema van der Helm (*1837) + knd. en anderen

1876 (art. 10565): Berend Hindrik Ekamp (*1846, beeldhouwer, +1899), later wed. Ebelina Coops (1/2) en 6 knd. (elk 1/12). Hij bezit 1891-1915 ook E 127 en 126 (zie hieronder). In 1894 wijziging, waarna E 2058 en 2059 (zie onder)

1908 (art. 19103): Ebelina Coops, wed. B.H. Ekamp.

Adresb. 1914: H. Ekamp (beeldhouwer), wed. B.H. Ekamp

1915 (art. 19623.2): Jan Hendrik Roetink (schilder) x Jeltje Kloosterhuis

1923 (art. 26050): Richte Tekelenburg (aannemer). In 1924 verbouw

Adresb. 1924: R. Tekelenburg, timmerm. en metselaar

1926 (art. 27461): Feike Branbergen (cafehouder) (woont Gelkingestr. 1)

1926 (artr. 27432): Johannes Franciscus Hese

1929 (art. 26423): Adrianus Iwema (*1886 Den Haag, schilder, later cafehouder) x 1909 Gerrigje Penning (woont er)

Adresb. 1933 tm i.e.g. 1950: A. Iwema, cafehouder

Adresb. 1958: ontbreekt

1962 (art. 876.108, later 63609): Inst. voor Doofstommen

Adresb. 1968: J.B.G. Bakker

Kleine Leliestraat – oude nr. 8/1

(?-1899: M 27/2): E 127 en E 126 (=gang), 1894: E 2059 en E 126, 1918: E 2498 en E 126, 1949: E 2498 en E 3172 (=gang)

1832 (art. 212): Jantjen Roelfs Westerland (x 1820), wed. Stoffer Boerma (+1831)(renteniersche) en m.e.

1834 (art. 2983): Jantien Tinga, wed. Jacob Lodewijk Zeehuizen (+1817 Havenstraat E 148)

1839 (art. 27.31 en 32): Haijo Alting (bakker) (bezit veel)

1852 (art. 5678): Teelke Jans Nannes (+1875), wed. Jan de Vries (verwer, +1842)

1863 (art. 7783): Jacobus Bosch (timmerm.)

1867 (art. 8643): Wietze Martens (scheepstuiger)

BR 1870: Wietze Martens (*1826, arbeider) x Wilhelmina Tillema (*1821)

1891 (art. 10565): Berend Hindrik Ekamp (*1846, beeldhouwer, +1899), later wed. Ebelina Coops (1/2) en 6 knd. (elk 1/12). In 1894 wordt huis E 2059

1908 (art. 19103): Ebelina Coops, wed. B.H. Ekamp

Adresb. 1914: G. Medema, eierhandel.

1915 (art. 19699): Marcus van Berg (bakker). In 1918 deel van huis verkocht aan art. 19623.6 en dat wordt E 2499. Restant wordt E 2498 en wordt met E 126 in 1920 verkocht:

1920 (art. 19477): Jacobus Hartman (kamerbehanger) In 1921 verwerft hij ook onderstaande en wordt het weer even verenigd.

Adresb. 1924: A. Medema, koopman

1925 (art. 26752): Sake Pieter Rijpstra (likeurstoker)

1925 (art. 27248): Geert Fokko Tolhuis (metselaar)

1931 (art. 26423): Adrianus Iwema (*1886 Den Haag, schilder, later cafehouder) x 1909 Gerrigje Penning (woont er)

Adresb. 1933: F.J.S. Luider, pakhuiskn.

Adresb. 1938: –

Adresb. 1950 tm i.e.g. ‘61: A. Iwema

1962 (art. 876.109 en 110, later 63609): Inst. voor Doofstommen

Adresb. 1964: studentenhuisv.

Kleine Leliestraat – oude nr. 8/2

(tot 1822: F 10, 1822-1899: M 28): Ged. van E 2059 (zie boven), 1918: E 2499

BR 1822: wed. Berent van der Wal

BR 1870: Gerardus Jacobus Smit (*1842, timmerm.)x Magaretha Kristina Wijsbeek (*1841) + 2 knd. en 1 ander.

Vanaf 1873 (uit Roden): Luitje Cazemier (*1823) x Louwke Fransema (*1828) + 6 knd.

Adresb. 1914: wed. Gunter

1918 (art. 19623.6): Jan Hendrik Roetink (schilder) x Jeltje Kloosterhuis (zie oude nr. 8)

1919 (art. 23401): Jacob Wetsema (bakker) en Matheus Holen (brandstofhand.)

1919 (art. 23402): Gerardus Smit (timmerm.) en Wubinus Smit (barbier)

1921 (art. 19477): Jacobus Hartman (kamerbehanger) (bezit ook oude nr. 8/1 en de gang)

Adresb. 1924: S.A. de Vries, werkm.

1925 (art. 26752): Sake Pieter Rijpstra (likeurstoker)

1929 (art. 29343): Eppe Woortman (timmerm., mach. houtbewerker, +1970 Grachtstraat) x 1915 Grietje Lanting

Adresb. 1933: werkpl. E. Woortman

Adresb. 1938: –

1945 (art. 35727): Willem Harms (*1906, slager) (3/4) + zn. Nicolaas Henderikus (*1943)(1/4) (wonen resp. Nw. Kijk in ’t Jatstr. 13 en later Assen)

Adresb. 1950: pakhuis

1981 (art. 63609.21): Inst. voor Doofstommen

Kleine Leliestraat – oude nr. 8/3

(?-1899: M 28/2): Ged. van E 124 (Zie bij nr. 12), 1866: E 1233, 1976: deel van E 3330

1850 (art. 5276): Jan Hendrik Limborgh (aannemer) x Namke Jans Bakker (+1864 M 30). In 1866 ged. verkoop.

BR 1860/1870: Johannes Limborgh (*1836) x 1855 Saartje Geertruida Severien (+1860 M 28/2?) x 1862 Hilliggien Wieringa (+1869 M 28/2) + knd.

1866 (4796.7): Jacob (Tjakkes) Wieringa (voerman, later agent van politie, +1879) x 1844 Jantien v.d. Veen, later wed.

1881 (art. 11955): Jantien v.d. Veen, wed. J. Tj. Wiereinga

1886 (art. 13332): Harmtje Wieringa x Jacob Muntendam (stoombootkap.)

1893 (art. 14826): Engbertus Brugma (koopman en stoombootkap., +1903), later wed. Cornelia Danhof (1/2) en 4 knd. (elk 1/8)

Adresb. 1914 tm i.e.g. ‘24: G.C. Greven, huissch.kn.; J. Olthof, broodventer

Adresb. 1933/’38: wed. G.C. Greven

Adresb. 1950: E.v.d. Laan, stoker

1957 (art. 876.101, later 63609): Inst. voor Doofstommen

Adresb. 1958 e.v.: –

 

Kleine Leliestraat nr. 4

Rechtbankgebouw: E 3167 tm 3170 (oude nrs. 2, 4 en 6), E 2592, 2498, 2499, 3330 (oude nrs. 8, 10, 10a en 12) en 3172(=gang), 1985: E 3402 en E 3401, 1998: E 3634

(art. 63609): Inst. voor Doofstommen

1983 (art. 21055): De Staat (Justitie). In 1985 worden E 3167 tm 3170 samengevoegd tot E 3402 en overige nrs. (zie boven) tot E 3401. NB: uiteindelijk worden de nrs. 10 en 12 er weer uitgelaten.

In 1994 afbraak van oude nrs. 2 tm 8/3. Daarna bouw rechtbankgebouw, dat in ’98 klaar is.

Kleine Leliestraat nr. 10

(tot 1822: F 13?, 1822-1899: M 29): E 125 en E 125bis (aan gang), 1892: E 2033, 1940: E 3073, 1976: deel van E 3330, 1985: deel van E 3401, 1996: E 3612

BR 1822: Hindrik Laaneman (tapper)

1832 (art. 2534): Derk Jans de Vries (schipper)

1855 (art. 5562): Jan Derks de Vries (schuitevaarder)

1857 (art. 6540): Heinrich Siebolts (schoenmaker)

BR 1870: M29a: Jan Albertus Harkink (*1838, schilder) x Maria Schreuder (*1829) + 2 knd.

BR 1870: M 29: Tjeert Schut

1879 (art. 11328): Mozes van Adelsbergen (vleeschhouwer)

1891 (art. 13612): Jacobus Theodorus Franciscus Mulder (timmerm.)

1891 (art. 14433.29 en 30): Johannes Gerardus Brans (timmerm.) en 3 Mulders. In 1891-’92 herbouw en daarna verenigd tot E 2033

1893 (art. 14826): Engbertus Brugma (koopman en stoombootkap., +1903), later wed. Cornelia Danhof (1/2) en 4 knd. (elk 1/8)

Adresb. 1914: 10: D. Elderkamp (borstel- en klompenhnadel), L. Brouwer (werkman); 10a: J. Huisman (commies Verific.)

Adresb. 1924: 10: H. Mulder, timmerm.; 10a: J. Huisman, comm. Verif.

Adresb. 1933: 10: P.E. v.d. Heide, koopm.; 10a: wed. P. Bousema, J. Mensinga (electr.mont.), G.H.K. Knaapen (stereotypeur), H.J.F. Sünnen (letterz.)

Adresb. 1938:10: O. Kloosterman; 10a: L. IJpeij, schilder

Adresb. 1950: 10: H. Sloots, klompenschilder;10a: L. IJpeij, B. IJpeij, mej. S.E. IJpeij

1957 (art. 876.101, later 63609): Inst. voor Doofstommen

Adresb. 1958: 10: H. van Duinen, constr. bankwerker

Adresb. 1958 tm i.e.g. ‘64:10a: H. Weersing, gem. timmerm.

Adresb. 1961/’64: 10: W. Nieuwman

Adresb. 1968: 10: Joh. H. Bennekers; 10a: J.A. Meijer, concierge

1983 (art. 21055): De Staat (Justitie). In 1985 wordt E 3330 bij andere nrs. gevoegd tot tot E 3401.

1996: de nrs. 10 en 12 er weer uitgelaten en eigen kadasternrs.

Kleine Leliestraat nr. 12

(tot 1822: F 14, 1822-1899: M 30): E 124, 1866: E 1234, 1949: E 3173, 1976: deel van E 3330, 1985: deel van E 3401, 1996: E 3611

BR 1822: Enne Heikens (kapper)

1832 (art. 962): Enne Heikens (pruikmaker)

1842 (art. 4184): Coenraad van Duinen (adj.commies bij Prov. Bestuur)

1845 (art. 217.24): Berend van Bolhuis (koopman)

1850 (art. 5276): Jan Hendrik Limborgh (aannemer) x Namke Jans Bakker (+1864 M 30). In 1866 ged. verkoop aan 4796.7, wordt E 1233 (zie boven bij oude nr.8/3)

1866 (art. 8283): Annegien Heckman, wed. Pieter Wieringa

1871 (art. 5965.3): Willem van Denderen (oppasser)

1888 (art. 13707): Johannes Volke (*1854, onderw., +1926) x 1882 Willemina van Denderen (*1856)

Adresb. 1914 tm i.e.g. ‘26: J. Volke, onderw. (in 1914 ook: H.W. Volke, Ass. Apoth.)

1917 (art. 876.68): Inst. voor Doofstommen

Adresb. 1927 tm i.e.g. 1933: wed. J. Volke

Adresb. 1938: A.R.S. Wijnbeek

Adresb. 1950: J. Groenewold, chauff., wed. J.B. Knol-Grimberg

Adresb. 1958/1961: H. Draaisma, metaalbewerk.

Adresb. 1964/’68: Chr. Joh. Fraiquin, los arb.

vanaf 1971: Clubhuis voor Doven

1983 (art. 21055): De Staat (Justitie). In 1985 wordt E 3330 bij andere nrs. gevoegd tot tot E 3401.

1996: de nrs. 10 en 12 er weer uitgelaten en eigen kadasternrs.

Opening Clubhuis voor Doven door wethouder Wim Hendriks op 4-9-1971 (foto Persfotobureau D. van der Veen)

Kleine Leliestraat nr. 14

(Hoek Nw. Kijk in ’t Jatstraat 23): E 174

NB: Van 1919 tot 1960 is het hoekpand eigendom van Klamer (zie bij Nw. Kijk in ’t Jatstraat 23

Adresb. i.e.g. 1924 tm ’38: Gebr. Klamer

Adresb. 1950: pakhuis

Adresb. 1958 e.v.: ontbreekt

Nieuwe Kijk in ’t Jatstraat