Kleine Rozenstraat, oneven zijde

Kleine Rozenstraat nr. 1

zie bij Nw. Boteringestraat 40

 

Kleine Rozenstraat nr. 3

E 73, 1854: E 922,1925: E  2651, 1926: E 2678,

1832 (art. 2316): wed. Albert Steenwijk (kleermaker)

1839 (art.3791): wed. Eerhardus de Grave

1851 (art. 1881.31): Lambartus Pluimker. In 185 verenigt hij E 73 en E 74 (nr. 5) en wordt het  E 922 en 923 ( nr. 5, zie daar)

1854 (art. 348): Folkert Jans Broos (bakker)

1855 (art. 6104): Andreas Alting (schuitenvaarder)

1860 (art. 7117): Jozeph Philippus Dellebarre (kamerbehanger), later wed. Anna Petronella Weber

1896 (art. 15769): Anna Petronella Weber, wed. J.Ph. Dellebarre

1916 (art. 20101.6): Jan Hendrik Kamps (timmerm.), later wed. Betje Afina Bloemendal

1917 (art. 17614.11): Harm Walles jr. (barbier) (woont Nw. Bot.str., 42). In 1925 ontstaan uit Nw. Bot. str 42: E 2650 en Kl. Rozenstr. 3: E 2651

1925 (art. 17339.3): Tunnis Rozema (timmerm), later wed. Jantje Beukema (woont Nw. Bot.str.44) (eerst met Henderika Annegiena Leemhuis), later 4 knd. Rozema

Gebouwd pakhuis met bovenwoning, i.o.v. T. Rozema (arch. C. Laffra) 1925-‘26. NB: Rozema bezit ook veel in Kl. Leliestraat.

1969 (art. 47194): Hillegiena Rozema (woont Nw, Bot. str. 44)

 
Kleine Rozenstraat nr. 5

E 74, 1854: E 923, 1931: E 2828 (= incl stukje van E 75)

1832 (art. 1881): Lambertus Pluimker (koopman)

1854 (art. 6027): Cornelis Derksen (stelmaker)

1880 (art. 8576.29): Jarig Gelinde (bediende Inst. Doofst.)(heeft veel in buurt: zie ook Violetsteeg)

1894 (art. 15097/6829.51): Geert Schuitema (timmerm., +1910, 83 jr.) (zie ook hieronder)

1906 (art. 15136): Jacob Werda (wagenmaker)

1930 (art 12225): Ipe van der Warf (huisschilder)

1930 (art. 29880): Pieter Bijlefeld en gem. Groningen

1931 (art. 29807)

Kleine Rozenstraat nr. 7 (-9)

 E 75 ,1931: E 2828,’99: E 3661, ’07: E 3732

1832 (art. 275): wed. Suring Bos

1837 (art. 3379): Klaas Ridder (barbier)

1861 (art. 5472): Berend Kuitert BKzn. (koopman)

1866 (art. 5076): Feike Jans Dilling

1881 (art. 6829.37): Geert Schuitema (timmerm.) (heeft veel bezit)

1906 (art. 15136): Jacob Werda (wagenmaker)

1930 (art 12225): Ipe van der Warf (huisschilder)

In 1931 koopt Bijlefeld deel van E 75, deel E 923 (zie boven) en deel E 2679 (Nw. Boteringestr.), die samen E 2828 worden: 1931 (art. 29807): Pieter Bijlefeld (timmerm., aann.) (5/9) en 8 knd (elk 1/18)(woont Hoornschedijk) Gebouwd werkplaats en woningen door P. Bijlefeld 1930-‘31

1939 (art. 33223): Gerhardus Evenhuis (*1901, kaashandelaar) (woont er niet), later met knd. In 1950 uitbreiding

1969 (art. 40523): Hindrik Harm Beuker (*1928, grossier in schoenen) (woont Nw. Ebb.str.30)

1975 (art. 54306): Beugro BV

1977 (art. 58696): Friso Meijerink Bouw, Zwolle

1981 (art. 65732): Nederex Zwolle BV

1981 (art. 65860): Aann.bedrijf Schipper en Meijerink BV Neede

1981 (art. 44087): St. Gemeente Gods (p.a. Nw. Boteringestr. 50, zie daar)

Kleine Rozenstraat nr. 11

(tot 1822: F 163, 1822-’99: M 76): E 76 (1920: E 2955)

1785: Ties Wolters?

BR 1806/ 1822: Klaas Kwelder (koemelker) (behuizing)

1832 (art. 1427): Klaas Kwelder (koemelker)

1833 (art. 3009): Albert Laurens (Louwrens) Meijer (koemelker), later wed. Grietje Bloem; knd: Geertien (*1817), Jantien (*1819), Louwrens Herman (*1822 en 1826), Egberdina (1823), Klaassien (*1829)

1855 (art. 6165): Laurens (Louwrens) Herman Meijer (*1826, koemelker)

1871 (art. 9343): Roelf Hamming (koemelker), later wed. Jantje Pluis (1/) en 2 dch en zn Hendrik (elk 1/8) en 2 kleindch (elk 1/16)

Adresb. 1907/1918: H. Hamming (koemelker)

1918 (art. 22281): Egbert Jan Bierling (cartonagefabr.) en Willem Roelf Homan (vleeschh.)

1919 (art. 22609): Klaas Nienhuis (koemelker) (woont er)

Adresb. 1924 tm 1931: K. Nienhuis (koemelker). Klaas Nienhuis verhuist naar Paddepoel 1 en begint in ’29 maatschap met Freerk Nienhuis (*1947, veehouder O’hoogebrug)

Adresb. 1933: H.v.d.Meer (schoorst.veger enz), J.v.d.Meer (kantoorbed.)

1934 (art. 31462): Aldert Nienhuis (slager, woont Haren)

1938 (art. 33123): Nicolaas Been jr. (groentenhandel, woont Eelderwolde), later 3 knd. Been. In 1938 sloop (samen met E 2954)

 
Kleine Rozenstraat nr. 13 (tot 1938)

(tot 1822: F 162, 1822-1899: M 75): E 77 (1920: E 2954)

BR 1822: Willem Lanting (zonder beroep) (kamer)

1832 (art. 1427): Klaas Kwelder (koemelker)

1833 (art. 3009): Albert Laurens Meijer (in 1823 nog schipper; koemelker), later wed. Grietje Bloem

1855 (art. 6165): Laurens (Louwrens) Herman Meijer (*1826, koemelker)

1871 (art. 6828.30): Floris Joannes Willem Jacobus Scheurleer (Zuidwolde)

1872 (art. 8601): Fokko Jacob Huisman (zonder)

Adresb. 1872-’73: R. Hamming, koemelker

1893 (art. 7249.11):

1938 (art. 33123): Nicolaas Been jr. (groentenhandel, woont Eelderwolde), later 3 knd. Been. In 1938 sloop (samen met E 2955)

 

Kleine Rozenstraat nr. 11-13 (vanaf 1938)

E 76 en 77, E 2955 (nr. 11) en 2954 (nr. 13), 1944: E 3111

1938 (art. 33123): Nicolaas Been jr. (groentenhandel, woont Eelderwolde), later 3 knd. Been. Gebouwd magazijn en woningen i.o.v. N. Been jr. (arch. C/ Laffra) 1938-‘39

In ’44 verenigd tot E 3111)

1965 (art. 33223): Gerhardus Evenhuis (*1901), later 3 knd Evenhuis

1971 (art. 44087.10): Stichting Gem. Gods (zie Nw. Bot.str. 50)

 
Kleine Rozenstraat nr. 15

E 78, 1911: E 2450

1832 (art. 713): Wolter Folkeringa (commissionair)

1860 (art. 4209/7569): Johannes Haupt

1878 (art. 9833): Pieter Wiersema (notaris klerk) (oa ook Nw. Bot.str.46, zie daar)

1891 (art. 14279): Abraham Zwaan (paardenslachter)

1909 (art. 19222): Anne de Vlak (timmerm.) Herbouwd i.o.v. A. de Valk (arch. H. Hoekgever) 1909. Daarna E 2450

1918 (art. 21991): Oege Schuitema (rustend schipper), 1926: Johannes Jacobus Mekel (behanger-stoffeerder, woont 15a)

1944 (art. 35601): Otto Johannes Mekel (waterbouwk.opzichter) (woont er niet)

1954 (art. 38149):

nu J. Bouwers

 

Kleine Rozenstraat nr. 17

E 79, 1911: E 2449, 1971: E 3309

1832 (art. 713): Wolter Folkeringa (commissionair)

1860 (art. 7569): Johannes Haupt

1878 (art. 11002): Bonne van Dijken (meter-weger)

1897 (art. 16067): Alexander Mozes Rosenboom (koopman)

1911 (art. 19701): Herman Medema (schipper), later wed. Klasina Kastje. In 1911 bijbouw, daarna E 2449

1924 (art. 20365): Johan van der Leij, later wed. Cecilia Jansen

1924 (art. 26803): Evert Sterenberg (timmerm.)

1925 (art. 25172): Jan Dam (werkm. Trambedrijf/GW)

1930 (art. 29925): Hendrik Doornkamp (timmerm/aann.) (woont nr. 17)

1942 (art. 35023): Harmannus Kuin (sleepb.kap.)

1962 (art. 42052): Kerkgenootschap  genaamd Broederschap van Pinkstergemeenten in Ned.

1963 (art. 44087): St. Gemeente Gods (p.a. Nw. Boteringestr. 50, zie daar). Van 5-9-1970 ingericht als opvangcentrum voor drugsverslaafden van Amerik.vereniging ‘Teen Challenge’ (zie NvhN 7-9-1970). In 1980 samen met nr. 19

Nu onderdeel kinderdagverblijf nr. 19

 
E80 = gang

later E 2953

1832 (art. 2746): Johan Diederik Wolthers (rentenier) en m.e. (hij is eigenaar van Nw. Bot.str. 50)

 

Kleine Rozenstraat nr. 19

E 81, 1853: E 895 tm 897, 1878: E 1721, 1933: E 2952 (en gang E 2953, was E 80), 1999: E 3662

1832 (art. 2080): Hendrik Geerts Schaaf (schipper)

1868 (art. 8788): Maria Hendriks  en Trientje Hendriks Schaaf

1872 (art. 9602): Harm Jans Bakker

1873 (art. 7297): Dominicus Henderikus Boekholt (timmerm.)

1878 (art. 10973): Daniel Pestman (winkelier). In 1878 weer verenigd tot E 1721

1882 (art. 12250): Jan Korneli(u)s van Leeuwen (winkelier) (6/11) en 11 knd (elk 1/22) (woont Nw. Bot.str. 50). Gebouwd pakhuis en woningen J.K. van Leeuwen 1903-’04.

1938 (art. 33141): Johannes Wilhelmus (koopman, woont Nw. Bot.str. 50) en Martha Henderika van Leeuwen

1960 (art. 42052): Kerkgenootschap  genaamd Broederschap van Pinkstergemeenten in Ned. In 1962 gesloopt. Gebouwd i.o.v. Ned. Pinkstergemeente/ E.A. Graf (arch. K. Lentz)

1963 (art. 44807): St. Gemeente Gods (p.a. Nw. Boteringestr. 50)

Nu kinderdagverblijf samen met nr. 17

 

Kleine Rozenstraat nr. 21

E 82, E 898, 1864: E 1174, nu E 3139

1832 (art. 1824): Berend Oosting (arb.)

(art. 5019): Roelf Haftenkamp (wever). In 1864 deel samen met E 186 (=Nw. Kijk in ’t Jatstr. 49, zie daar): E 1173, wat in 1872 wordt verkocht aan art. 9554. Ander deel wordt E 1174 en verkocht aan:

1864 (art. 6692): Pieter Damsté Brouwer (korenmeter)

1874 (art. 10101): Willem Luikinga (tapper)

1876 (art. 2688.9): Johan Christiaan Winterwerp (onderw.)

1880 (art. 11549): Johannes Augustinus Dagelet (timmerm.) (1/2) en 2 dch. (elk ¼)

Gebouwd J.A. Dagelet 1897-‘98

1918 (art. 21871):Jan Mulder (schilder), later Harm Mulder x Frouwke Moedt, later wed. (2/3) en en 2 knd (elk 1/6) (woont 21a)

1928(art. 28666): Cornelis Siebesma (koopman) (woont er niet)

1946 (art. 35942):

tot mei 2007: Siebert Nix en Elles van der Heiden

 

Kleine Rozenstraat nr. 23 tm 23b

E 83 en 84, 1911: E 2448 , dan verenigd met Nw. Kijk in ’t Jatstraat 47: zie verder daar.

 1832 (art. 2458): Harmannus van der Veen (bakker)

 

(art. 16501)

1906 (art. 14375/21194):Holke van der Ploeg (tapper/ koffiehuishouder)

Gebouwd H. van der Ploeg 1911, daarna verenigd tot E 2448. Zie verder bij Nw. Kijk in ’t Jatstraat 47

 

Nieuwe Kijk in ‘t Jatstraat

Kleine Rozenstraat, even zijde

Kleine Rozenstraat nr. 2

Oorspr. deel van E 98, zie Nw. Boteringestr.38; 1846: E 778, 1925: E 2578

1832 (art. 467): Lubbertus Crol (koopman)


Kleine Rozenstraat nr. 4

E 97

1832 (art. 2316): wed. Albert Steenwijk


Kleine Rozenstraat nr. 6

E 96

1832 (art. 734): Pieter Friese (koopman)


Kleine Rozenstraat nr. 8

E 95, nu E 2957, ook E 94= tuin erachter

1832 (art. 1544): Bernardus Meddens

E 93

1832 (art. 1544): Bernardus Meddens (RK pastoor)

E 92

1832 (art. 2316): wed. Albert Steenwijk

E 91

1832 (art. 2316): wed. Albert Steenwijk

E 90

1832 (art. 1544): Bernardus Meddens

E 89

1832 (art. 1191): Andries Jansen (wever)

E 88

1832 (art. 1544): Bernardus Meddens (RK pastoor)

E 87

1832 (art. 1544): Bernardus Meddens (RK pastoor)

 
Kleine Rozenstraat nr. 8 tm 44

Midden-gasthuis, nu E 3280

Kleine Rozenstraat nr. 8 tm 12

Aangekocht tussen 1892 en 1942

Kleine Rozenstraat 14

Verbouwd in 1873

Kleine Rozenstraat 16 tm 44

Gebouwd in 1873

Nederlands-hervormde diakenen en oud-diakenen van het in 1838 opgerichte Algemeen Diaken Gezelschap wensten zich niet alleen bezig te houden met hun eigen onderlinge ‘vriendschappelijke verkeer’. Zij stelden zich tevens ten doel ‘liefdadige instellingen’ op te richten en in stand te houden ‘tot nut der armen’. Zo werden in 1843 hier in de buurt, aan de toenmalige Violetsteeg, ‘twaalf armen-woningen of kamers’ gebouwd en vier jaar later had het Gezelschap verspreid over de stad al zeven door de diaconie beheerde complexen van ‘kamers’.

In 1867 besloot het Algemeen Diaken Gezelschap een gasthuis te stichten voor ‘fatsoenlijke, oppassende handwerkslieden en dienstboden, te min vermogend om een plaats te bekomen in een gasthuis met een hooge inkoopsom en nog te goed om eene plaats in het diaconie-gasthuis te zoeken’.

Drie jaar later werden aan de Kleine Rozenstraat twee behuizingen en een tuin gekocht en uit het Gezelschap ontsproot de vereniging ‘het Midden-gasthuis’. Nadat zij op 7 november 1872 koninklijk was goedgekeurd en de bebouwing gesloopt, werden er het volgende jaar 21 nieuwe ‘woonkamers’ neergezet.

Hervormden van 55 en ouder konden zich een plaats in het gasthuis kopen. Aan de Kleine Rozenstraat werd het Midden-gasthuis in de loop der jaren door aankopen met zes huisjes uitgebreid (huidige nummers 8 tm 14). En aan de Grote Leliestraat werd in 1895 een tweede Midden-gasthuis gesticht.

Lange tijd voorzagen de gasthuizen in een behoefte, maar na de Tweede Wereldoorlog veranderde dat geleidelijk. Met een aantal anderen vormden de Middengasthuizen in 1968 de Verenigde Groninger Gasthuizen, die enige jaren later in de Oosterparkwijk twee nieuwe huizen neerzetten. Het gasthuis aan de Kleine Rozenstraat werd verkocht aan een bouwbedrijf en toen de gemeente het in 1978 ‘niet renoveerbaar’ noemde, leken zijn dagen geteld.

Woningbouwvereniging Gruno en de veelal jonge bewoners dachten daar echter anders over en in 1981 werden 18 gerenoveerde en deels vergrote woningen opgeleverd. Het gasthuis is tegenwoordig van Nijestee.

Kleine Rozenstraat nr. 64

(tot 1899: M 66, 1899-1921: 20): E 86, 1933: E 2959

1832 (art 708): Benjamin Flitzema (koopman)

1846 (art. 4652): Derk Douma (dienaar v.d. nachtschout)

1852 (art.1880.22): Hindrik Pluimker (schuitevaarder)

1859 (art. 6947): Hindrik Elderkamp (bortselmaker) Gebouwd i.o.v. H. Elderkamp (arch. K. Hoekzema) 1890

1902 (art. 16325): Derk Elderkamp (winkelier)

1912 (art. 20085/17849): Pieter Albers (machinist, later Ned Indie, +1932)

Adresb. 1920: 20. D. Meijer, Gross. Suikerw.; 20a. E. Mulder, beeldhouwer

Adresb. 1922: 64. D. Meijer, Gross. Suikerw.; 64a. S.R. Noordhoff, gasfitter

1924 (art. 23175.13): Andreas Strüber (winkelier Nw. Ebb.str. 113)

1925 (art. 27009): Theunis Johannes van Bergen (timmerm.).

Adresb. 1928: 64. T.J. van bergen, timmerman en groentehandel

1928 (art.. 28787): Geert Otto (stucadoor) (woont nr. 66) Verbouwd in 1929.

1929 (foto)?: G. Borgman Azn, kruideniers-comestibles

Adresb. 1929 tm 1931: 64-66: G. Otto, café-slijterij

Adresb. 1933: 64. F. de Groot, handelsr.; 64a. R. Oudgenoeg, kleerm.

Adresb. 1935: 64. I. Boonstra, kruidenier; 64a. R. Oudgenoeg, kleerm.

Adresb. 1937/1938: 64. G.A. Dijkstra, kaash.; 64a. H.S. Brink, sigarenm.